Vrouw moet zich ook hier schikken

Hoe kan het dat in Nederland zoveel vrouwen klagen over geweld?

Foto Corbis

Een blauw oog, een huid vol blauwe plekken. Bij een huisarts die een vrouw met zulke symptomen op het spreekuur krijgt, gaan alle alarmbellen af. Deze patiënt zou heel goed slachtoffer kunnen zijn van geweld. „Zoiets mist een huisarts niet”, zegt Toine Lagro, huisarts, hoogleraar vrouwenstudies medische wetenschappen bij het Radboud UMC en hoofd van het Centrum Seksueel en Familiaal Geweld in Nijmegen. „Maar dat gaat om een minderheid van de slachtoffers. Bij klachten als depressie, buikpijn en maagpijn en overmatig medicijngebruik zouden huisartsen veel alerter moeten zijn.”

Uit Europees onderzoek bleek deze week dat 45 procent van de vrouwen in Nederland zegt wel eens te maken te hebben gehad met geweld of seksueel geweld. Voor experts was dit cijfer geen verrassing. „Dit soort percentages zien we al jaren”, zegt Renée Römkens, directeur van het Atria kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis en voormalig hoogleraar interpersoonlijk geweld aan de Universiteit van Tilburg. Römkens doet al sinds de jaren tachtig onderzoek naar geweld. „Het zijn schokkende cijfers, maar er is niks nieuws aan.”

Wat wel nieuw is, is dat het Europese onderzoek dieper inzicht geeft in de aard van het geweld tegen vrouwen dat door anderen dan hun partner wordt gepleegd, zegt Römkens. „Van alle Nederlandse vrouwen heeft 35 procent met dit soort geweld te maken gehad. Bij tweederde daarvan wordt het geweld gepleegd door familieleden en bekenden. Het blijkt dus dat zowel bij seksueel als fysiek geweld vrouwen een verhoogd risico lopen binnenshuis, ook als het niet de partner is die gewelddadig is. Dat is een wezenlijk verschil met het risico op geweld dat mannen lopen.”

Geweld tegen vrouwen en meisjes heeft te maken met het beeld dat er bestaat van wat zij zouden moeten doen en hoe ze zich horen te gedragen, zegt Römkens. „Ze moeten inschikken , ze moeten zich voegen naar de wensen van de man. Dat hoog-laag-denken ten opzichte van vrouwen zit enorm gebakken in onze cultuur.”

Ook anno 2014 nog, in het geëmancipeerde Nederland? Jazeker, zegt Römkens. „Veel Nederlandse mannen – gelukkig wel een minderheid – vinden ook nu nog dat als je je zin niet krijgt je je vrouw of vriendin een klap kunt verkopen, en erger.”

Door emancipatie kan de frictie binnen relaties zelfs toenemen, zegt Römkens. „We weten uit onderzoek dat dit voorkomt. Als een vrouw haar rechten opeist, loopt ze het gevaar met geweld terecht gewezen te worden.”

Van dit geweld blijft veel verborgen, onder meer dus omdat medische professionals er niet scherp genoeg op zijn. Maar volgens onderzoeker en huisarts Toine Lagro valt het ook niet mee om vrouwen aan het praten te krijgen over geweld. „Er zitten allerlei belemmeringen bij een slachtoffer, zoals schaamte dat haar dit overkomt. Maar ook schuld, in de zin van dat een vrouw denkt: heb ik geen aanleiding gegeven, had ik het niet kunnen voorkomen? En dan is er vaak ook nog angst voor de dader, die natuurlijk heel reëel is.”

Een huisarts moet het onderwerp dus voorzichtig ter sprake brengen, weet Lagro. „Als een vrouw met verdachte symptomen op spreekuur komt, dan zeg je: goh, dit soort klachten komt vaak voor als er geweld of misbruik speelt. Mag ik u iets vragen over uw relatie?”

Een arts moet zich realiseren dat als een patiënt zegt dat ze in een gewelddadige relatie zit, dit niet betekent dat ze wil dat er meteen van alles wordt losgetrokken. Lagro: „Het is belangrijk dat je heel goed kijkt in welk stadium van verandering een vrouw zit. Noemt ze het zelf wel geweld? Misschien is ze nog niet zo ver dat ze zich als slachtoffer ziet. Je moet aansluiten bij wat een vrouw wil en geen dingen doen waar ze nog niet aan toe is.”

Wie zijn de mannen die deze vrouwen geweld aandoen? Dat weet Robbert-Jan Verkes, psychiater bij de forensisch psychiatrische polikliniek Kairos in Nijmegen en senior onderzoeker aan het Donders Instituut voor Neurowetenschappen. Er is een aantal typen dader te onderscheiden, zegt hij. „Je hebt mannen die sowieso antisociaal en impulsief zijn en weinig rekening houden met hun vrouw. En aan de andere kant heb je mannen die te weinig assertief zijn, die over zich heen laten lopen. Op een gegeven moment knapt het dan bij zo iemand en wordt hij agressief. Dat zijn de twee uitersten, waartussen zich allerlei gradaties bevinden. Verder speelt alcohol een belangrijke rol bij een deel van de mannen. Sommigen worden daarvan heel agressief.”

Verkes geeft therapie aan gewelddadige mannen die in aanraking zijn gekomen met justitie. De vrouw moet ook bij die therapie betrokken worden, zegt hij. „Het is van belang te onderkennen dat het om twee mensen gaat die ruzie maken. Het is zonder meer duidelijk dat geweld niet kan, daar is geen enkele rechtvaardiging voor. Maar geweld ontstaat wel in een relatie.”

Het volstaat dus niet om tegen een man te zeggen dat hij zijn handen moet thuishouden, zegt Verkes. „Daar beginnen we mee, maar daarna kijken we hoe de interactie binnen de relatie loopt: wat maakt nou die ruzie? Het gaat erom dat de partners samen op een betere manier hun problemen moeten oplossen.”

Een belangrijke tip die Verkes aan alle stellen geeft: neem een time out zodra je ziet dat het uit de hand gaat lopen. „Ga een rondje om, maar zeg wel dat je terug komt. Er moet een vast patroon komen: als er ruzie is, ga je weg en wordt het later uitgepraat.” Belangrijk daarbij is dat daders hun gevoelens beter observeren. „Als je eenmaal heel erg boos bent, is het moeilijk om je anders te gedragen.”

Therapie is belangrijk, maar ook voor geweld tegen vrouwen geldt dat voorkomen beter is dan genezen, zegt Willy van Berlo. Ze is programmacoördinator bij Rutgers WPF en houdt zich al heel lang bezig met de preventie van seksueel geweld. „Seksueel geweld komt overal voor en op alle leeftijden, maar wel vaker bij jongeren. Die lopen meer risico omdat ze vaker uitgaan en aan het experimenteren zijn met seks”, zegt Van Berlo. „Jongeren doen dingen waarvan ze de consequenties niet goed kunnen overzien, ze kunnen geen nee zeggen – en krijgen dan achteraf spijt.”

Rutgers WPF doet sinds 2006 onderzoek naar seksueel geweld. De inspanningen van hun voorlichting hebben sindsdien nog niet tot opzienbarende verschuivingen in de cijfers geleid, zegt Van Berlo. „Er blijft dus werk aan de winkel: we moeten dit bij elke nieuwe generatie jonge mensen weer onder de aandacht brengen. En dan hopen we dat het op de lange termijn afneemt.”

Ook Renée Römkens van Atria denkt het uitbannen van geweld tegen vrouwen een strijd van de lange adem wordt. „De normen over wat respect betekent in de omgang tussen mannen en vrouwen moeten anders. Als het tegenzit ben je drie generaties verder voor het zover is, maar we moeten die cultuur veranderen.”

    • Bart Funnekotter