Ultrakorte radioflits komt van naburige ster

foto: NASA/SDO

Niet van instortende neutronensterren in verre sterrenstelsels maar van uitbarstingen op sterren in de omgeving van de zon. Die zouden de mysterieuze flitsen radiostraling kunnen produceren die sinds 2007 zijn waargenomen. Dat concluderen Britse en Israëlische astronomen in een artikel dat binnenkort in de Monthly Notices van de Britse Astronomical Society verschijnt. Hoewel er nog maar zes van zulke radioflitsen zijn waargenomen, hebben astronomen berekend dat we er – als er veel meer radiotelescopen waren – iedere dag honderden zouden kunnen zien.

De flitsen komen uit willekeurige richtingen en duren hooguit enkele milliseconden. Dat hun bronnen van herkomst buiten het melkwegstelsel zouden moeten liggen werd aanvankelijk afgeleid uit het feit dat de lagere frequenties van de straling van zo’n flits een fractie later arriveren dan de hogere. Dit effect, dat dispersie wordt genoemd, ontstaat in het plasma waar de radiogolven doorheen bewegen en is veel sterker dan bij objecten in het melkwegstelsel.

Volgens Abraham Loeb en collega’s zou zo’n grote dispersie echter ook optreden als de radiostraling door de hete plasma-atmosfeer rond een rode dwerg of een dubbelster beweegt. Van zulke objecten is bekend dat ze uitbarstingen vertonen waarbij ook radiostraling vrijkomt. In dat geval zouden zulke sterren ook een flits van zichtbaar licht moeten vertonen. En dus gingen de astronomen met een telescoop van de Wise-sterrenwacht in Israël kijken of er op de locatie van drie van de zes radioflitsen een ster staat die af en toe een lichtflitsje uitzendt.

Op één plaats was het raak. Daar werd een dubbelster gevonden waarvan de componenten zo dicht om elkaar heen draaien dat ze één gemeenschappelijke omhulling hebben, een zogeheten contactdubbelster. Deze dubbelster staat op een afstand van 2600 lichtjaar en vlamt af en toe op. Er is slechts een kleine kans dat er op de positie van de radioflits toevallig een ster van dit type staat. Om elke onzekerheid uit te sluiten, zouden astronomen nu met radiotelescopen moeten gaan ‘luisteren’ naar andere opvlammende contactdubbelsterren in de omgeving van de zon.