Thuis kun je zo lekker doorwerken

Redacteur Ellen de Bruin heeft ‘technostress’. Terwijl ze probeert haar werk op tijd af te krijgen, doet ze ook een poging uit te zoeken wat zulke stress precies is en waar het vandaan komt. Een gesprek met zichzelf.

Altijd en overal bereikbaar en aan het werk. De op de foto’s afgebeelde persoon is niet de auteur. Foto’s Peter de Krom

‘Hee... Wat zie jij er beroerd uit.” „Pfff. Hou op.” „Wat dan?” „Nou, ja... Gisteravond om zeven uur mailt m’n baas, of dat ene lange stuk niet toch deze week al af kan zijn. Zit ik daar weer mee. Hele avond mensen gemaild of ze me op tijd wat informatie kunnen geven, zelf van alles uit zitten zoeken... En daarna de hele nacht geen oog dichtgedaan natuurlijk.”

„Aha, dus je hebt technostress! Wat modern!”

„Technostress? Wat is dat nou weer?”

„Dat is stress die ontstaat doordat je met nieuwe technieken, de smartphone of de tablet van je werk dus, ook buiten werktijd nog bereikbaar bent voor je baas. En dan houdt het werk nooit op.”

„Hm. Technostress. Ik vind het maar een rare naam. Het is helemaal niet de techniek waar ik gestresst van word, het is al dat werk.”

„Ja, dat is waar. Maar dat werk komt door steeds meer nieuwe technieken tot je. En die term is nog een erfenis uit 1984, toen publiceerde Craig Brod het boek Technostress: The Human Cost of the Computer Revolution. Brod vond dat de computer door zijn snelheid en efficiëntie de essentie van ons mens-zijn in de weg begon te zitten: intimiteit, gemeenschapszin en zo.”

„Toe maar. Dat klinkt inderdaad heel 1984, in diverse opzichten. Wat is er dan zo modern aan die technostress?”

„Nou, de laatste jaren is het echt een ding geworden. Jij hebt dat niet zo door omdat je altijd met je werk bezig bent...”

„Ja, ja. Wrijf het in.”

„...maar ruim een jaar geleden bracht de FNV er samen met de Universiteit van Amsterdam een verkennend onderzoeksrapport over uit. De druk op werknemers om altijd bereikbaar te zijn neemt toe, stond daarin. En dat we ons erop moeten bezinnen of we dat wel moeten willen met zijn allen, want het levert stress op. Vermoeidheid, concentratieproblemen, somberheid, schuldgevoel, het risico op een burnout. En andere gezondheidsklachten, zoals KANS, ‘Klachten Arm Nek Schouder’, zoals RSI tegenwoordig een beetje te opgewekt heet. En, concludeert het rapport, meer onderzoek is nodig.”

„Je meent het.”

„Ja, technostress is erg in. Eind 2011 zijn ze bij Volkswagen bijvoorbeeld begonnen om de mailservers uit te zetten tussen kwart over zes ’s avonds en zeven uur ’s ochtends. Dan konden mensen voortaan niet meer ’s avonds voor hun werk mailen.”

„Ik hoorde zoiets, ja. Maar... Volkswagen? Was het niet BMW?”

„Nee, BMW was een paar weken geleden in het nieuws, toen het bedrijf werknemers ‘het recht om onbereikbaar te zijn’ gaf, in hun vrije tijd.”

„Ook al een Duits bedrijf...”

„Ja, Duitsland lijkt ermee voor te lopen. Het Duitse ministerie van Arbeid heeft vorig jaar richtlijnen aangenomen dat medewerkers niet meer buiten werktijd benaderd mogen worden. Bij autofabrikant Daimler-Benz schijnen ze alle mails die iemand krijgt als hij zijn afwezigheidsassistent aan heeft staan, te deleten. En ik heb gehoord dat ook Puma, van de sportkleding, de Duitse Telekom, en Henkel, van Persil-wasmiddel, met een scherpere scheiding tussen werk en privé bezig zijn.”

„Nou, ik ken alleen maar mensen voor wie het werk altijd doorgaat.”

„Jij gaat zeker alleen maar met je collega’s om.”

„Haha, ja, ik heb verder toch helemaal geen tijd om mensen te zien! Ja, jou. Maar nu hebben wij het ook alweer over werk...”

„Ja, omdat jij erover begint. Daaruit blijkt maar weer dat jij niet genoeg loskomt van je werk in je vrije tijd. Dat ligt ook aan je werk hoor. Hoe stressvoller je werk is, hoe meer tijdsdruk bijvoorbeeld, hoe minder je er los van komt. Dan gaan mensen namelijk thuis proberen om hun werk alsnog af te krijgen...”

„Ja, dat klopt. Thuis kun je namelijk lekker rustig doorwerken.”

„... of mensen piekeren alvast over de volgende dag. Of ze zijn zo opgefokt door hun drukke werk dat ze thuis maar moeilijk tot rust kunnen komen en ontspannen. Het is trouwens ook wel een specifiek type mens, dat moeilijk loskomt van zijn werk.”

„O jee...”

„Ja, het zijn een beetje neurotische types, vaak. Emotioneel niet erg stabiel: ze hebben hun eigen emoties niet goed in de hand. Maar wel weer heel betrokken bij hun werk. Een gevaarlijke combinatie.”

„Je kijkt me nu wel heel dreigend aan.”

„Nou ja, wie niet goed loskomt van zijn werk, wordt daar op termijn ongelukkig van en heeft een grotere kans op al die psychische en lichamelijke klachten waar ik het net al over had. Bovendien: als mensen thuis wél goed kunnen loskomen van hun werk, slapen ze beter, gaan ze de volgende dag met meer goede moed aan de slag en doen ze hun werk waarschijnlijk ook beter. Vooral voor werknemers die heel toegewijd zijn en die graag werken, blijkt het als een goede buffer tegen stress te werken als ze hun werk af en toe helemaal kunnen ‘uitschakelen’ en vergeten. Psychological detachment noemt de wetenschap dat, ‘psychologische onthechting’.”

„Onthechting... Dat klinkt alsof ik straks nog op mindfulnesscursus moet ook. Dat gaan we toch niet krijgen, hè?”

„Nou... Als je altijd volledig aanwezig bent in het moment, in het nu – en dat is zo’n beetje de definitie van mindfulness – dan zul je in je vrije tijd niet zo snel aan je werk denken. Dus dat zou eigenlijk wel een goed idee zijn, ja.”

„Maar als je middenin dat ‘nu’ ineens een mailtje van je baas krijgt dat je stuk deze week nog afmoet, heb je er natuurlijk nog niks aan.”

„Nou, op het moment dat je met je kinderen aan het spelen bent, of met je man, wat onderzoekers trouwens warm aanbevelen, dan grijp je niet naar je smartphone als je mindful in het nu zit. En ook als je op je telefoon een spelletje aan het doen bent, Ruzzle of Duolingo of zo, dan zit je niet naar je werkmail te kijken. Want ook dat zit dan niet in je ‘nu’. Ja, je kunt nu wel een gekke bek trekken, maar er is steeds meer onderzoek waaruit blijkt dat mindfulness goed voor je is. Net als sporten. Dus wen er maar aan.”

„Sporten, ook al iets waar ik totaal geen tijd voor heb.”

„Nee, omdat jij ’s avonds nog de hele tijd met mensen van je werk zit te mailen.”

„Of die mensen met mij. Ben ik eigenlijk nog te redden? Wat moet ik doen als ik niet op mindfulnesscursus wil – elke dag heel lang en onthecht gaan lunchen?”

„Hmmm... Of je dat met je collega’s moet doen, of je dan wel echt onthecht raakt? Ik weet het niet. Ik heb nog geprobeerd een van de productiefste onderzoekers op het gebied van psychological detachment erover te bellen, een Duitse, maar ze nam de telefoon niet op. En ze reageerde ook niet op e-mail.”

„Haha, dan heb je haar zeker ’s avonds gebeld en gemaild. Dat moet je met dat soort mensen ook niet doen.”

„Kuch. Maar goed, het goede nieuws is wel dat we die onthechting volgens sommige psychologen moeten zien als een soort vaardigheid, iets dat je kunt léren kunnen. Dat je de knop leert omdraaien en dat je dan je werk even vergeet.”

„Nou, dat is dan een vaardigheid die jij ook maar eens moet leren. Ik hoop dat je die professor nog een keer te pakken krijgt. Want heb je door hoe lang je nu alweer over psychologie zit te praten? Weet je, we houden erover op. Spelletje Ruzzle?”