Rusland kan de sancties van de Europese Unie niet negeren

De landen van de Europese Unie mogen sterk uiteenlopende belangen hebben in hun relaties met Rusland, toch zijn ze het eens geworden over een eerste serie serieuze sancties. Daarmee logenstraften ze – in elk geval in deze kwestie – het alom klinkende geweeklaag over de zwakte en verdeeldheid van de Unie. Op hun top in Brussel hebben de staatshoofden en regeringsleiders donderdag getoond dat ze tegenover de gevaarlijke en onrechtmatige Russische interventie in Oekraïne en de dreigende annexatie van de Krim, geloofwaardige strafmaatregelen kunnen stellen.

Sommige sancties gaan direct in, zoals de opschorting van het overleg over versoepeling van de visumregels voor Russen die naar de EU willen reizen, iets waar in Rusland al jaren reikhalzend naar wordt uitgekeken. Andere sancties zijn in voorbereiding, zoals reisbeperkingen voor Russische functionarissen die betrokken zijn bij de operatie in de Krim. En weer andere zijn alleen nog maar een dreigement, zoals de verregaande maatregel om Russische banken af te snijden van het internationale betalingsverkeer, zoals met Iraanse banken is gebeurd.

Bij elkaar is het een redelijk afgewogen pakket. Het heeft in Moskou geen grote schok teweeggebracht, en dat was ook niet te verwachten. Maar negeren kan Rusland dit niet, daarvoor kunnen de gevolgen voor de Russische leiders, de economie en de stemming in het land te groot zijn. Het ingebouwde dreigement van stapsgewijze escalatie van de hardheid van de sancties, strookt bovendien met de terechte wens van de Unie om Moskou niet alleen te straffen, maar ook te bewegen tot verandering van zijn gedrag en het aangaan van gesprekken met de Oekraïense regering.

De kansen dat Oekraïne de Krim nog terugkrijgt, zijn de afgelopen dagen snel geslonken. De pro-Russische regering van het schiereiland heeft zoveel haast met aansluiting bij Rusland dat ze eerst het referendum daarover met twee weken vervroegde, tot 16 maart, om er meteen daarna maar alvast zelf toe te besluiten.

De Russische bezetting en annexatie van de Krim zijn onacceptabel. Maar de NAVO maakt terecht geen aanstalten om met militaire middelen te trachten de voldongen feiten op de Krim ongedaan te maken. Oekraïne is geen NAVO-lid, het bondgenootschap heeft dus niet de verplichting het land te hulp te komen. Bovendien moet iedere militaire escalatie nu dringend worden vermeden. Westerse leiders zouden er goed aan doen daar in de eerste plaats Moskou, maar ook de leiders in Kiev diep van te doordringen.

Wat de Russische invasie en bezetting extra onverantwoordelijk maakt, is dat de tegenstellingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen erdoor zijn aangewakkerd – op de Krim, maar ook in de rest van het land. De geschiedenis laat zien hoe gevaarlijk dat kan zijn en hoe bloedig dat kan eindigen.

Juist omdat Oekraïne een verdeeld land is, kan geen heil verwacht worden van een oplossing waarbij een van beide groepen de ander buitenspel zet. Om een scheuring van het land te voorkomen, moet de regering in Kiev een koers uitzetten waarin beide groepen zich kunnen vinden. Cruciaal is dat de Oekraïense burgers dat beseffen – en dat zowel Rusland als het Westen dat eveneens accepteert.

In het internationale krachtenveld zou Oekraïne een soort positie kunnen innemen als het neutrale Finland, oppert Henry Kissinger elders in dit katern. Dat is geen ideale uitkomst, maar het zou wel eens de best haalbare kunnen zijn als het land dan tegelijk goede relaties met de Europese Unie kan ontplooien, zonder met Rusland te breken.

Zo’n oplossing is niet goed denkbaar als de Krim wordt opgeslokt door Rusland. Evenmin is zo’n toekomst voorstelbaar als Oekraïne deel gaat uitmaken van de NAVO. In 2008 heeft het land de toezegging van het bondgenootschap gekregen dat het ooit lid mag worden, zonder enige aanduiding van wanneer dat zou kunnen gebeuren. Oekraïne verdient de kans om zijn eigen toekomst te bepalen en daarbij ook steun te krijgen. Maar het is belangrijk dat het Westen geen valse verwachtingen wekt. Nauwere samenwerking met de Europese Unie moet mogelijk zijn, zoals voorzien in het bijna goedgekeurde associatieverdrag. Maar toetreding tot de Unie zit er de komende decennia niet in. En de NAVO zou lidmaatschap van Oekraïne niet meer moeten nastreven.