Praten met Poetin is voor Obama nogal een opgave

President Obama heeft nooit geïnvesteerd in vriendschap met Poetin. Nu is het te laat.

Barack Obama denkt dat de Koude Oorlog al twintig voorbij is, zei de Republikeinse senator John McCain gisteren. „Nou, Poetin denkt dat zeker niet.”

Het is een verwijt dat de Amerikaanse president tijdens de huidige Krim-crisis vaker hoort, ook van critici in zijn eigen partij: hij heeft de Russen in zijn buitenlands beleid genegeerd, en zijn Russische collega Vladimir Poetin onderschat. Het gevolg is dat Poetin zijn gang kan gaan, en supermacht Amerika toekijkt hoe Europese grenzen opnieuw worden getrokken.

Er zit een kern van waarheid in McCains kritiek. Barack Obama heeft zich in zijn vijf jaar als president nauwelijks met Rusland beziggehouden. Hij ziet Rusland zoals hij zo veel landen ziet: geen vriend, maar ook geen vijand. Het is een kenmerkende houding voor Obama’s buitenlandse politiek. Met maar weinig regeringsleiders staat hij op goede voet. Ook bij bondgenoten als de Britse premier David Cameron of de Duitse Bondskanselier Angela Merkel investeert Obama nauwelijks in de onderlinge relaties. Obama schamperde tijdens de verkiezingscampagne van 2012 nog dat Mitt Romney Rusland „onze grootste vijand” noemde.

Obama breekt in dit opzicht radicaal met zijn voorganger George W. Bush, die de wereld verdeelde in goed en kwaad. Leiders van ‘goede’ landen werden nauwe vrienden: Tony Blair mocht logeren op zijn ranch, en ook Vladimir Poetin noemde hij lange tijd „een vriend”. Het eerste gesprek tussen Bush en Poetin ging over een kruis dat de Russische president droeg. Bush citeert Abraham Lincoln in zijn autobiografie, Decision Points: „Als je iemand voor je zaak wil winnen, overtuig hem er dan van dat hij je vriend is.”

Obama ziet staatshoofden niet als vrienden. Evenmin ziet hij staten als de grootste bedreiging voor Amerika’s nationale veiligheid – Iran en Noord-Korea uitgezonderd. Obama voert oorlog tegen statenloze strijdgroepen, zoals Al-Qaeda, de Talibaan of Al-Shabaab. Dit vloeit voort uit de oorlog tegen terrorisme, die Obama van Bush erfde. Het is een oorlog die zich grotendeels aan het zicht onttrekt, en waarin diplomatie nauwelijks een rol speelt.

Obama was 27 jaar toen de Berlijnse Muur viel. Hij is niet bekend met de wetten van de Koude Oorlog, en de gecompliceerde schaakspelletjes die daarbij horen. De crisis in Syrië, waarin hij vorig jaar het initiatief aan de Russen moest geven, is daar een voorbeeld van. Obama dreigde met bombardementen op Syrische doelen toen daar gifgas gebruikt werd in de burgeroorlog, maar verloor het diplomatieke spel van Poetin.

Obama heeft één les uit die crisis geleerd: blaas niet te hoog van de toren. Om die reden houdt hij zich op de vlakte over Amerikaanse maatregelen tegen de, zoals hij het noemde, illegale Russische bezetting van de Krim. Hij dreigt vooral met sancties. Twee keer telefoneerde Obama met Poetin, waarvan één gesprek negentig minuten duurde. Het was, zoals zijn oud-woordvoerder Tommy Vietor zei, erger voor Obama dan een bezoek aan de tandarts zonder verdoving of een concert van rockband Creed.

Wat zich nu wreekt, is dat Poetin en Obama geen goede persoonlijke verhouding hebben. Hoewel Obama in zijn begintijd de betrekkingen even wilde verbeteren met een zogeheten ‘reset’ van hun relatie, kwam daar in de praktijk niets van terecht. Obama deed zaken met toenmalig president Medvedev, en negeerde Poetin, die toen nog premier was. Vorig jaar stapelden de incidenten zich op. Klokkenluider Edward Snowden kreeg asiel in Moskou, Obama zegde afgelopen september een bilaterale top af.

Tijdens de Syrië-crisis schreef Poetin in The New York Times, Obama’s huisorgaan, een opiniestuk waarin hij Obama’s beleid afkeurde. Poetin zei daar later over: „Obama is niet gekozen om aardig te zijn tegen Rusland. En uw nederige dienaar is evenmin gekozen om aardig te zijn.” Obama moet zich nu verplaatsen in een tegenstander die hij niet goed kent, en een spel spelen dat hem niet ligt.