Paradijsvogelborst schittert in duizend kleuren

Turquoise, felgeel of donkergroen. De borst van Lawes’ parotia, een paradijsvogel, is net een discobal. Na elke baltspas schittert hij in een andere kleur.

Op deze foto staan alle mogelijke kleuren die zijn borstveren kunnen aannemen. Het is het reflectiepatroon van één baardje van een borstveer, opgenomen door de natuurkundige Bodo Wilts en zijn collega’s van de Rijksuniversiteit Groningen (Proceedings of the National Academy of Sciences, 3 maart).

Lawes’ parotia (Parotia lawesii) leeft, net als alle andere paradijsvogels, alleen op Nieuw-Guinea. Roofdieren zijn hier nauwelijks, waardoor de mannetjes van deze vogels onbestraft flamboyante veren en extravagante baltsrituelen konden evolueren.

De prachtige borstkleuren komen niet van een pigment, maar ontstaan uit de structuur van de veren zelf. De fijnste vertakkingen van de veren (baardjes) zitten tjokvol melaninestaafjes die in laagjes boven elkaar gestapeld zijn. Elk laagje melanine kaatst verschillende lichtgolven terug. Die lichtgolven interfereren met elkaar: sommige versterken elkaar, andere doven uit. Zo ontstaan heldere kleuren met een iriserende metaalglans.

En dat is nog niet alles. De borstvlek kan van kleur verschieten, omdat de baarden de doorsnede hebben van een boemerang. Deze boemerangbaarden werken als een gebogen spiegel. Ze weerkaatsen het invallende licht in drie verschillende richtingen, met verschillende golflengten. Dat bleek ook uit de modellen die Wilts doorrekende.

Wilts denkt dat de weerkaatste kleuren perfect op de waarneming van het vrouwtje zijn afgestemd. Vogels hebben vier kleurreceptoren in hun ogen: voor violet, blauw, groen en rood licht. Als de baltsende paradijsvogel wervelt, buigt en schittert, prikkelt hij die receptoren één voor één.

    • Lucas Brouwers