Opnieuw teken van leven in Marsmeteoriet

In een Marssteen zijn weer minuscule bolletjes gevonden, net zoals in 1996. Misschien zijn het resten van ‘nanobacteriën’, maar de scepsis is groot.

Foto NASA

De ‘nanobacteriën’ zijn terug. NASA-onderzoeker David McKay had in 1996 opschudding gewekt met een artikel in Science over mogelijke sporen van ‘biogene activiteit’ in de Mars-meteoriet ALH84001. Hij had in de meteoriet microscopisch kleine globules en ovoids gezien die verrassend veel leken op resten van bacteriën, maar dan kleiner. De bolletjes en eivormige dingetjes konden in waterig milieu ontstaan zijn, schreef McKay destijds. Primitief leven op Mars! Maar het is later afgedaan als een artefact.

McKay overleed een jaar geleden, maar vorige week verscheen in Astrobiology nog een artikel met hem als laatste auteur. Over mogelijke biotische activiteit in de Mars-meteoriet Y000593. Daarin zijn microscopisch kleine ‘spherules’ (bolletjes) gezien die kennelijk in waterig milieu waren gevormd.

De bolletjes meten ongeveer 0,3 micrometer, wat even groot is als de kleinste aardse bacteriën. De bolletjes die McKay in 1996 had gevonden, maten slechts 0,05 micrometer. Die waren voor bacteriën eigenlijk te klein.

De Y000593 is in 2000 door Japanse onderzoekers gevonden op het oppervlak van de Yamato-gletsjer op Antarctica. In 1984 vonden Amerikanen de ALH84001 bij de Allan Hills op de zuidpool. Het kilometersdikke ijs van de zuidpool verzamelde veel meteorieten en op sommige plaatsen brengt ijsbeweging de stenen terug naar de oppervlakte. Ze blijken nauwelijks vervuild of verweerd. De Y000593 heeft naar schatting 50.000 jaar in het zuidpoolijs gezeten, de ALH84001 zat er 13.000 jaar. Mineralogisch onderzoek en isotopenanalyse bewijzen dat de stenen van Mars komen.

De Y000593 bestaat voornamelijk uit de mineralen augiet en olivijn, maar de aandacht concentreert zich op adertjes iddingsiet in het olivijn. Het iddingsiet kan uit olivijn ontstaan door de inwerking van koud of heel heet water.

Bewezen is dat het iddingsiet al op Mars ontstond, het vormde één van de eerste aanwijzingen voor het voorkomen van vloeibaar water op de planeet. Vanuit de adertjes trekken microscopisch fijne tunneltjes en microtunneltjes het olivijn in die rijk zijn aan koolstof. Omdat de typische ionen ontbreken die gewoonlijk samen met abiotisch afgezet carbonaat (CO32-) voorkomen, is het stille vermoeden dat het koolstof van biotische oorsprong is. De microtunnels lijken ook sterk op microtunneltjes die door inwerking van bacteriën in aardse silicaten ontstonden. Ze blijken ook te vinden in de beroemde Nakhla-meteoriet (ook van Mars) die in 1911 in de Egyptische woestijn neerplofte. Een verblijf in zuidpoolijs is dus geen voorwaarde voor de vorming van de tunneltjes.

De tweede aanwijzing voor sporen van leven komt van de ‘spherules’, de microscopisch kleine bolletjes die vaak in samenhang met het iddingsiet van Y000593 worden aangetroffen. Röntgen-spectrometrisch onderzoek toonde een verhoogd koolstofgehalte aan. Vorm en grootte van de bolletjes stemmen overeen met die van gefossiliseerde aardse microben.

De wetenschap zit nu met de paradox dat Mars-meteorieten op aarde steeds goed meetbare hoeveelheden koolstof bevatten terwijl de Marswagentjes van de NASA maar geen koolstofverbindingen in het Marsoppervlak kunnen aantonen. Laat staan sporen van leven. Aannemelijk is dat de koolstofverbindingen bezwijken onder de zware ultraviolette straling die het Marsoppervlak treft.

    • Karel Knip