Opleiden ja, maar winnen ho maar

Nederland was lang het land van de goede trainers // Maar die tijd is voorbij, de ene na de andere Nederlandse coach wordt in het buitenland ontslagen // Ze zijn goed in het opleiden van talenten, maar winnen niks

Zouden de Spaanse voetbaltrainers zich afficheren als de Picasso’s van deze tijd? Zien Italiaanse coaches zichzelf als moderne Da Vinci’s? De Nederlandse trainers hebben in elk geval geen moeite met dergelijke vergelijkingen, blijkt uit de website van de belangenvereniging Coaches Betaald Voetbal (CBV): „Voetbal is een kunstvorm.” En: „Onze voetbaltrainers zijn de Rembrandts van nu. De Nederlandse trainer/coach heeft ook zijn eigen, herkenbare stijl van mooi en aanvallend voetbal met typerende buitenspelers.”

Johan Cruijff en Louis van Gaal bij Barcelona, Leo Beenhakker en Guus Hiddink bij Real Madrid, Louis van Gaal bij Bayern München – de Europese grootmachten profiteerden jarenlang mee van de wijsheden van Nederlandse trainers. „Noem ons de Cultuurdragers van het Nederlandse voetbal”, stelt de belangenvereniging. Cultuur met een grote C, dus. Op de site staat, afgedrukt op foto’s van Hiddink, Frank de Boer en Ronald Koeman, een watermerk met de tekst ‘De Hollandse School. CBV sinds 1996’.

De behoefte verdwijnt

Maar aan die Hollandse School bestaat niet zo veel behoefte meer. Goed, enkele clubs in nood wendden zich dit seizoen tot een Nederlander. Gertjan Verbeek doet het bij FC Nürnberg na een stroeve start inmiddels aardig, en Clarence Seedorf is pas begonnen bij AC Milan. Maar Bert van Marwijk (HSV) en René Meulensteen (Fulham) moesten vertrekken, omdat ze nog slechter presteerden dan hun voorganger. Ook Martin Jol (de voorganger van Meulensteen bij Fulham) en Mario Been (RC Genk) moesten dit seizoen weg wegens een gebrek aan resultaten.

Behalve in Neurenberg en Milaan zit er nog een Nederlandse coach in Berlijn, waar de relatief onbekende Jos Luhukay uitstekend presteert met Hertha BSC. In Brussel ligt John van den Brom steevast onder vuur bij Anderlecht. En even onder Antwerpen coacht Stanley Menzo Lierse SK, ze staan in de middenmoot.

Een Nederlandse coach lijkt geen aanbeveling meer voor buitenlandse (top)clubs. Het verschil met het seizoen 2005-2006, bijvoorbeeld, is aanzienlijk. Toen werd Frank Rijkaard kampioen met FC Barcelona en Co Adriaanse met Porto. Ronald Koeman haalde met Benfica de kwartfinale van de Champions League en Martin Jol werd vijfde met Tottenham Hotspur. Bert van Marwijk leidde Borussia Dortmund, maar werd ontslagen.

Het waren er niet meer dan nu, maar ze trainden wel clubs in de Europese top of subtop. Van de vijf buitenlandse clubs in de aansprekende competities die nu nog door een Nederlander worden gecoacht, is met enige fantasie alleen AC Milan nog een topclub te noemen.

Een zorgwekkende ontwikkeling, vindt ook voorzitter Leo Beenhakker van de Coaches Betaald Voetbal. „We kunnen er alleen zo weinig aan doen. Een trainer komt pas in beeld bij een topclub als hij internationaal scoort. Als dat wegvalt, zoals in Nederland het geval is, wordt de belangstelling minder.”

Wat meespeelt, is volgens Beenhakker dat buitenlandse clubs niet zitten te wachten op een coach die tijd nodig heeft om zijn elftal een bepaalde speelwijze aan te leren. „Of de trainer nou met vleugelspelers of op de counter speelt, maakt ze niet uit. Als er maar wordt gewonnen. En daar zit ook het manco. Overal waar ik kom – of dat nou in Engeland, Spanje of Duitsland is – krijg ik hetzelfde te horen: jullie zijn geweldig in het opleiden van jonge spelers, maar jullie winnen nooit wat.”

Ze weten me wel te vinden

Om bij een buitenlandse topclub aan de slag te kunnen, hebben ook trainers tegenwoordig een goede zaakwaarnemer nodig. Zo zei Bert van Marwijk in september vorig jaar, toen hij ruim een jaar zonder baan zat, in deze krant dat er „misschien wel deuren” voor hem dicht bleven omdat hij geen zaakwaarnemer had.

„Als een club me echt wil hebben, dan weten ze me wel te vinden. Op die manier wil ik het ook doen. Ze moeten mij vragen omdat ze vertrouwen in me hebben.” Even later werd hij gevraagd door HSV, waar hij dus ook alweer weg is. Zijn zaken worden nu behartigd door de Nederlandse Italiaan Mino Raiola, wellicht de meest invloedrijke zaakwaarnemer ter wereld.

Europese topclubs mogen inmiddels dan voor andere nationaliteiten kiezen, onder de radar zijn er wel degelijk Nederlanders actief. Beenhakker schat dat er ongeveer honderd landgenoten in het buitenland werkzaam zijn, bijvoorbeeld in de jeugdopleiding of in de scouting.

Het gebrek aan Nederlandse coaches bij Europese topclubs is „een momentopname”, aldus Mark Wotte, oud-trainer van onder meer FC Utrecht en Willem II. Hij werkt nu als performance director van de Schotse voetbalbond. „Guus Hiddink en Dick Advocaat zijn heus nog in trek, maar werken nu liever in Nederland.” Aan dat rijtje met zestigers kun je nog de naam van bondscoach Louis van Gaal toevoegen. Daaronder stokt de aanwas.

Pas met Frank de Boer (43) en Clarence Seedorf (37) is er weer enige hoop op Europese topcoaches in wording. Tenzij Ronald Koeman (50) alsnog zijn belofte in het buitenland weet waar te maken. De trainer van Feyenoord liet gisteren doorschemeren dat hij volgend jaar wellicht weer buiten de landsgrenzen aan de slag gaat.