Niet gaan gillen als ’t een beetje wild wordt

Carolijn Brouwer stapt in vrouwenboot

Thrillseeker? Nee, dat is ze niet. Wel een een zeilster die het avontuur opzoekt zoals de Zuidelijke Oceaan, duizend zeemijlen van welk continent dan ook. „Ik kijk ernaar uit die boot straks van zo’n golf van zeven, acht meter af te laten denderen. ’s Nachts, als je ze niet ziet.”

De ogen van Carolijn Brouwer (40) stralen als ze zich inbeeldt hoe ze de wereldzeeën zal bevaren. In oktober zeilt ze uit in de Volvo Ocean Race, op een boot die volledig wordt bemand door vrouwen. „En we doen niet mee voor het t-shirt”, zegt Brouwer, die al een jaar bezig is met voorbereidingen.

Een vrouwenboot in een discipline die al eeuwen het domein is van mannen. Concurreren met zeerotten als Bouwe Bekking, veteraan van zes Ocean Races, die onlangs zei dat het vrouwenteam de voorsprong in de voorbereiding op de vier mannenboten goed kan gebruiken. „Ik word daar alleen maar sterker van”, zegt Brouwer. „Des te mooier als wij hem straks de hand kunnen schudden als wij voor hem zijn geëindigd.”

Brouwer, wereldzeilster van het jaar 1998 en inmiddels moeder van een zoontje, hoefde niet lang na te denken toen ze werd gevraagd aan boord te stappen van de roze boot van SCA. Dat Zweedse concern achter veelal vrouwelijke hygiëneproducten (Libresse, Edet), maakte miljoenen vrij voor „het meest professionele zeilproject” dat Brouwer meemaakte.

In 2001-2002, toen nog de Whitbread Round The World Race, zeilde ze al eens mee op een vrouwenboot. Achteraf bezien was dat vooral een publiciteitsstunt van de Finse sponsor Amer Sports (Salomon, Suunto), die de vrouwenboot gebruikte als back-up van het ‘eerste’ jacht, met onder anderen Bekking. Brouwer: „Zij werden derde, maar wij kregen meer aandacht. De vrouwenboot was een verhaal, ongeacht het resultaat.”

Met SCA, dat vooral Engelse en Australische zeilsters aan boord heeft, moet dat anders worden, zegt Brouwer. „Nu willen we resultaat: een aantal etappes op het podium eindigen.”

De wereld rond met louter vrouwen – ooit gruwelde ze van de gedachte. „Ik was voorstander van een gemengd team, vrouwen vliegen elkaar in de haren. Ik heb met twaalf meiden in een huis gewoond. Ik dacht: hoe moet dat op een boot?”

Maar de praktijk is anders. „Je hebt allemaal hetzelfde einddoel, je bent bezig die boot eentiende knoop harder te laten varen. Je hebt geen tijd om achter elkaars rug om te praten. Dat werkt niet, je moet direct zijn. Als er een probleem is moet je het direct oplossen en er vijf minuten later niet meer over zeuren. Dat zou moeilijk gaan bij vrouwen. Maar wij hebben daar totaal geen last van. We zijn een hechte groep geworden.”

Dat is hard nodig ook, om het gebrek aan ervaring te compenseren. Geen van de zeilsters voltooide ooit een Ocean Race, mede omdat mannen geen vrouwen aan boord willen. De vrouwenboot is anders, minder hiërarchisch, zegt Brouwer, die jarenlang zeilde in het olympische mannencircuit. „Mannen gooien er meer kracht tegenaan, gaan met een lierhandel gooien. Vrouwen keuvelen misschien wat langer voordat er een beslissing valt, maar dat kan ook in je voordeel werken. Wij werken meer met groepsmanagement.”

Typerend genoeg heeft het jacht nog steeds geen schipper – ondenkbaar op een mannenboot. „Uiteindelijk zal die schipper er wel komen. Als je boot zinkt – wat niet gaat gebeuren – moet er iemand als laatste van boord.”

Zeemanschap: dat zal midden op de oceaan de grote test worden, beseft Brouwer. Zolang het goed gaat kan iedereen zeilen. „Het gaat erom wat je doet als het misgaat, en je moet improviseren. Dan moet je kunnen teren op je ervaring. Dat is waar wij het moeilijk gaan hebben.”

Ook daarom is de lange aanloop van de vrouwenboot essentieel. „We hebben een Spaanse zeilster gehad, Natalia Vía-Dufresne, die het niet heeft gehaald. Enorm getalenteerd, twee olympische medailles. Als het een beetje wild werd ging ze gillen. Als je bang bent moet je dit niet gaan doen. Er zullen spannende momenten zijn, dit is een extreme sport”, zegt Brouwer.

Op hun basis op Lanzarote zijn ze dagelijks in het krachthonk te vinden, maar fysiek houden ze een achterstand. Om competitief mee te kunnen zeilen in een race over 72.000 kilometer telt de vrouwenboot elf koppen, drie meer dan de mannenboten. Die aantallen werden door de raceleiding bepaald op basis van berekeningen over de fysieke krachtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen. „Neem een nat zeil, dat weegt zo’n 160 kilo. De mannen tillen dat op met twee of drie, wij met vijf of zes.”

Het is de kans waar Carolijn Brouwer geen nee tegen kon zeggen, na vijftien jaar olympisch zeilen. Ze kon moeiteloos verder naar Rio de Janeiro (2016), nota bene de stad waar ze opgroeide. „Daar doet een gemengde catamaran mee, die is mij op het lijf geschreven. Maar ik moest kiezen. Dit past heel goed in deze fase van mijn leven.”

Ze doelt op haar zoontje Kyle, die ze drie jaar geleden met haar partner, de Australische topzeiler Darren Bundock, op de wereld zette. „Als hij zes was geweest had ik hier misschien niet gestaan. Dan moet hij naar school. Deze race komt op het juiste moment.”

Ze zal tijdens de race niet aan Kyle denken. „Als ik aan boord stap schakel ik de familie uit, anders kun je je werk niet doen.” Kyle is ondergebracht bij een Nederlandse nanny, maar bij de negen tussenstops, op zes continenten, zullen ze op de kade staan.

„Hij is in heel goede handen, anders zou ik dit niet doen. Het reizen zal van hem een rijker mens maken. Ik ben ook opgegroeid in het buitenland. En goed terechtgekomen.”

    • Rob Schoof