Column

Marcel Eigen schuld, dikke bult

We zaten heerlijk te lunchen in Grieks Restaurant Delphi tegenover het station in Arnhem, en te verwerken dat Theo Janssen nu toch echt stopte met voetballen, toen het nieuws in de vorm van een jongen met een ingevallen gezicht letterlijk de zaak kwam binnenvallen.

„Hej-t-geheurt? Broodje TipTop is failliet!”

Daarna: „Ik heb ’t toch zelf gezien? De politie heeft de zaak al afgegrendeld, het schijnt dat-ie de huur niet had betaald.”

En weg was hij weer, deze boodschapper van het slechte nieuws, die van deur tot deur ging alsof we nog in de Middeleeuwen waren.

Maar toen zwegen we toch even, dit was, als we de sluiting van de plaatselijke boekhandel meerekenen, de derde klap in korte tijd voor de stad Arnhem. De zaak met het oranje uithangbord – ‘TipTop, een meesterlijk broodje’ – was bijna vijftig jaar de laatste halte na een avondje stappen op de Korenmarkt.

Alleen de naam al.

TipTop.

’s Middags wandelde ik even naar de plaats waar ze duizenden keren een broodje warm vlees met twee gebakken eitjes of een bolletje tartaar-speciaal maakten.

De conversaties waren er vaak extreem kort.

„Zeg maar.”

„Broodje werm…”

„Met of zonder.”

„Met.”

„Hier.”

„Dank.”

Ik had er mensen verschrikkelijk zien vreten, een ander woord weet ik even niet. Voor de gesloten zaak miste ik dat opeens heel erg. Een oudere man voelde aan de deur, alsof hij wilde geloven dat die in een keer toch nog open vloog als hij maar heel hard aan de klink rukte. Na een kort gejammer – „Waar moet ik nu naar toe als ik honger heb?” – begon hij over de eigenaar.

„Het is natuurlijk niet slim om je huur niet te betalen.”

Daarna: „Eigen schuld, dikke bult.”

Het was een karaktertrek die ik alleen van de inwoners van mijn geboortestad kende. Na het zoet kwam meteen het zuur. Eerst was er medeleven, maar daarna verwerd het slachtoffer al snel tot een dader, die en passant meteen moest worden veroordeeld.

Theo Janssen had nooit voor zijn sport geleefd, de boekhandel zat in een te groot pand en broodje TipTop had de huur niet betaald.

Alsof de heimwee meteen moest worden bezworen. Want god wat misten ze de dingen die nooit hadden moeten verdwijnen, maar toch verdwenen waren.