Liefde is linke soep

Over sprookjesballet, Midzomernachtsdroom, Her, Bryan Ferry, M. G. Schmidt, Stephen King.

Dans kan dodelijk zijn. Ga naar Fairy Tales van Het Nationale Ballet, geniet van een combi van voyante sprookjesballetten. Maar laat je geen zand in de ogen strooien. De vuurvogel lijkt een verrukkelijke spitzenvariant op de schilderijen van Gustave Klimt. Maar je ziet ook een broeierig verhaal over een troep lodderige groupies in de macht van een rockster.

Nog onbarmhartiger is de Britse klassieke-balletklassieker uit 1964, Midzomernachtsdroom, naar de Shakespearekomedie. Vier gelieven dolen door een bos waar elfenkoning Oberon toevallig net zijn koningin een lesje leert. Een dromerig stuk, ook als ballet. Maar dans comprimeert, dus dat grappige duwen en trekken tussen de vier minnaars legt in een ommezien bloot wat Shakespeares woordenvloed juist omfloerst: dat de vier niet elkaar hartstochtelijk beminnen maar zichzelf. En dat hun uiteindelijke keuze arbitrair is.

In The Tempest omschrijft Shakespeare de mens als „such stuff that dreams are made on”. En, zegt hij „our little life. Is rounded with a sleep”. Beroemd citaat dat ons met onszelf verzoent. Maar in Midzomernachtsdroom is hij zo lief niet. Daar worden onze kleine leventjes omsloten door de horreur van het elfenhuwelijk.

Vandaar mijn enthousiasme voor wat eerste solist Jozef Varga van koning Oberon maakt. Hij danst hem niet deftig maar als een machtswellusteling die zijn vrouw vernedert door haar een midzomernachtmerrie te bereiden: door hem behekst bedrijft ze de liefde met een ezel.

Lust is de kern van dit verhaal. Niet voor niets parafraseerde Woody Allen het stuk in een film die hij A Midsummer Night’s Sex Comedy noemde. Lust sluit de liefde niet uit, maar een garantie is het ook niet.

De Midzomernachtsdroom hangt in de lucht, we zitten ermee in onze maag. Vorige maand nog zag ik Henry Purcells operaversie, The Fairy Queen, door de Nationale Reisopera. Daar was gekozen voor de chaos als enige zekerheid voor alle personages, met het viertal als een stel ADHD-pubers.

Hoe dan ook: tot slot wordt er getrouwd. Terug naar het ballet. Feest! Tijd voor Mendelssohns beroemde ‘Wedding March’. Een hit. Geen societyhuwelijk of het ding schalt door de kerk. En niet één bruidspaar realiseert zich wat deze muziek onderstreept: liefde is linke soep.

Linke soep, dat is de liefde in de nabije toekomst nog steeds. Althans, volgens Her, een sciencefictionfilm zonder ruimtevaart van Spike Jonze. Problemen bestaan niet meer in die toekomst, zelfs de kleuren zijn niet-aanstootgevende pasteltinten. Het enige wat nog niet is geregeld, zijn liefde en vriendschap. Maar daar wordt aan gewerkt met een nieuw computerprogramma, een ‘operational system’. Zo’n ‘O.S.’ is goed voor een geliefde op maat. Slechts een stem, maar goed in alles, van kameraadschap tot seks. Op afroep beschikbaar, via de smartphone. De hoofdpersoon kiest er een, een vriendin met het giecheltje van Scarlett Johansson. Lieftallig, maar eigenlijk de salonfähige variatie op de opblaaspop. ‘De luxe and delightful’ weten we uit een song van Bryan Ferry, en niet zonder risico: ‘I blew up your body/but you blew my mind’.

Annie M.G. Schmidt bedacht de oer- O.S., in 1971: de lispeltuut. Een stem in een wulk die fluistert in het oor van Pluk van de Petteflet. Ook zo’n ideale vriend, ook met moeizame kanten. De risico’s blijken helder in Christine, roman van Stephen King, in 1983 verfilmd door John Carpenter. Een eenzame jongen krijgt eindelijk een vriendin: een rode Plymouth Fury. De auto leeft en ze glanst alleen voor hem. Ze houdt van hem, ze doet alles voor hem. Hij is dol op haar. Maar dan wordt ze jaloers en krijgt ze moordneigingen. Onbestuurbaar rijdt ze alle mooie meisjes aan.

Daarnaast verbleekt Her. Daar hebben de verzamelde O.S.’en niet genoeg meer aan de mensen. Ze gaan er met elkaar vandoor, cyberspace in. Wat onzin is, want ze zijn computerprogramma’s. Functioneren ze niet naar behoren, dan is dat een zaak voor de servicedesk. Hun minnaars zijn hun eigenaars, ze zijn liefdesslaven. Dat besef had een klap kunnen geven, maar die consequentie gaat de film uit de weg. Hij eindigt met de troost die de mensen bij elkaar zoeken. Bij wie dan? Nou, bij wie toevallig voorhanden is. Bij de buurvrouw.

Hé. In de verte hoor ik de Wedding March. Gedirigeerd door Oberon, de satanische geliefde van de elfenkoningin. Voor dovemansoren.