Opinie

    • Marike Stellinga

Kunnen economen even normaal doen?

Economen maken zich zorgen. Zorgen over de groeiende inkomensongelijkheid. Zorgen over de verpauperde middenklasse. Zorgen over de aanstaande robotisering van onze banen. Zorgen over de baanloze groei. Sjonge. Is de crisis voorbij, krijg je dit op je bord.

Inmiddels hebben de zorgen niet-economische intellectuelen bereikt. Robots! Baanloze groei! En we kampen al met een verloren generatie van jeugdwerklozen! Radicale remedies hebben we nodig, anders gaat het faliekant mis! Bijvoorbeeld een basisinkomen voor iedereen! We kunnen namelijk niet verwachten dat er in de toekomst nog werk is voor iedereen. En die mensen kun je niet allemáál de straat laten vegen in een streng bijstandsregime.

Het spijt me dat ik de hiernavolgende zin ga opschrijven, want economen zijn me doorgaans lief. Maar kunnen economen even normaal doen? En niet zo overdrijven? Verpauperde middenklasse? Waar vind ik die precies? Groeiende inkomensongelijkheid? In Nederland is daar geen sprake van. Robotisering en baanloze groei? Dat klinkt veel erger dan het is, hoor.

Laten we even rustig op een rijtje zetten wat er aan de hand is, want zonder grond zijn de zorgen niet. Het begint met twee constateringen: 1) de werkgelegenheid voor mensen met een mbo-opleiding neemt af. De verklaring: juist hun soort werk kan ook prima worden gedaan door robots, of door mensen in landen waar de lonen lager zijn. Dat betekent dat voor een grote groep mensen de baankansen afnemen: in Nederland zo’n 3 miljoen. 2) Werken levert in het Westen de laatste tien jaar geen indrukwekkende hoeveelheden geld meer op. De waarde van arbeid lijkt te krimpen.

Dus ja, de factor arbeid, daar gaat het niet zo denderend mee in het Westen. De arbeidsmarkt lijkt te polariseren: voor hoog- en laagopgeleiden is er wel werk, voor middelbaar opgeleiden minder. In veel landen valt dat samen met grotere inkomensongelijkheid (in Nederland niet).

Dat is inderdaad iets om je druk over te maken, daar moeten beleidsmakers bij de overheid goed over nadenken. Want hoe deze veranderingen ook precies uitpakken, de kans bestaat dat de mbo’ers van nu het moeilijk krijgen. Dit soort verschuivingen kunnen bijzonder pijnlijk zijn voor mensen die voor een andere realiteit zijn opgeleid.

Maar daarmee is onze toekomst niet verdoemd. De veerkracht van een economie is groot. Robots verhogen de productiviteit van ons allemaal: we kunnen meer maken met minder moeite. Daar worden we rijker van en die rijkdom kunnen we uitgeven. Zo schept elke verandering ook nieuwe vraag. Dat was in het verleden zo, waarom zou dat nu anders zijn? Er komen robots, maar ook nieuwe behoeftes, nieuwe industrieën en nieuwe banen.

De kern van de economische wetenschap is bijzonder hoopvol: de mens vindt zijn weg. Er valt altijd iets te maken, uitvinden, verkopen, verhandelen. Tweede kansen te over. Daar hebben pessimisten en cynici van gemaakt: de markt vindt zijn weg en vermorzelt en gebruikt de mens. En nu is de redenering: de robots vernietigen banen en die mensen zullen nooit meer nodig zijn. Dus moet er een basisinkomen komen, want sommige mensen kunnen nooit meekomen.

Ik vat het vast te cru samen, maar dit is toch ongeveer de boodschap die een gewoon mens eraan overhoudt. Terwijl de meeste economen een stuk genuanceerder zijn dan de alarmistische stukken doen vermoeden.

Mag ik u daarom bij dezen met een goed gemoed de lente insturen? Zo’n vaart zal het allemaal niet lopen. De stroomtrein hebben we ook overleefd, net als elektriciteit, de telefoon, de computer, en alle andere vernieuwing waar ooit panisch op werd gereageerd. Er is geen enkele reden om grote groepen mensen bij voorbaat af te schrijven.

    • Marike Stellinga