In Canada was prinses Juliana boven zichzelf uitgestegen

Juliana was tijdens de oorlogsjaren veel meer dan de huismoeder die de geschiedschrijvers van haar gemaakt hebben. „In Canada, ver van haar moeder en man, was het een stevige en zelfstandige vrouw.”

Jolande Withuis in haar werkkamer in Zutphen: „Het is naar om vast te stellen dat Loe de Jong, iemand met zo’n bewonderenswaardig oeuvre, zo’n beperkte en normatieve blik op vrouwen had.” ©

Jolande Withuis (64), onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, schrijft een wetenschappelijke biografie van Juliana, die in 2015 zal verschijnen. Deze week, tien jaar na Juliana’s dood, en vlak voor Internationale Vrouwendag, verscheen de voorpublicatie: Juliana’s vergeten oorlog. Daarin laat ze zien dat Juliana in haar Canadese jaren – ze woonde er van juni 1940 tot juli 1945 met haar twee (later drie) dochtertjes – niet de breiende huismoeder was die geschiedschrijvers en journalisten van haar gemaakt hebben. In werkelijkheid, stelt Jolande Withuis, was ze vaak op reis om de geallieerde zaak te bepleiten. Ze gaf zo’n zestig speeches. Ze werd vier keer ere-doctor. Ze logeerde acht keer bij Franklin Roosevelt, de president van de Verenigde Staten. Ze was bevriend met zijn vrouw, Eleanor Roosevelt.

Eerder schreef Jolande Withuis over de naoorlogse geschiedenis van het communisme en de bevrijding van het nazisme. In 2008 verscheen haar biografie van de verzetsheld Pim Boellaard, Weest manlijk, zijt sterk. Ze kreeg daarvoor onder andere de Grote Geschiedenis Prijs.

Hoe kwam u erbij om over Juliana te gaan schrijven?

„Mijn redacteur bij De Bezige Bij opperde het. Ze zei: je beheerst het genre en het gaat over de twintigste eeuw. Al tijdens het gesprek zwakte mijn verbazing af. Ik heb twee maanden genomen om te lezen – Loe de Jong, Cees Fasseur – en ik vond het steeds interessanter worden. Vooral: hoe is het als je bestemming vastligt? Toen dacht ik: ik doe het alleen als ik in het Koninklijk Huisarchief mag. Ik kreeg geen toestemming, wat heel jammer is, al begrijp ik het wel. Haar geschiedenis is te pijnlijk. Ondertussen was ik zo gefascineerd geraakt dat ik toch ben doorgegaan.”

U schrijft dat het voor u als een verrassing kwam dat Juliana zo uithuizig bleek te zijn geweest.

„Ik dacht wat bijna iedereen dacht: ze zat in Canada en paste op de kinderen. Vorig jaar zomer was ik met mijn onderzoek in 1940 beland en ik dacht: zo, nu even de oorlog. Ik ging tijdschriften lezen die in de oorlog in Londen en New York verschenen en daarin stonden verslagen van allerlei dingen die Juliana deed… de speeches die ze hield, de bezoeken aan soldaten, aan oorlogsschepen, aan vliegtuigfabrieken… De lijst groeide en groeide. Ze was heel vaak níet in Canada. Ik dacht: ben ik nou gek? Ik vroeg rond op het NIOD: wat deed Juliana volgens jou in de oorlog? De echte kenners wisten nog net van haar reizen naar Suriname en de Antillen, maar het gemiddelde antwoord was: de dynastie redden in Ottawa en wachten tot ze terug kon. Nu wordt de oorlog een sleutelperiode in de biografie.”

Hoe zat het met de opvoeding van de prinsesjes?

„Die liet ze, buiten de schoolvakanties, grotendeels over aan de kinderverzorgster, jonkvrouw Sophie Feith… in haar keurige witte verpleegstersuniform… en aan haar vriendin Martine Röell-del Court van Krimpen. Die was meegegaan naar Canada. Ze had een dochtertje, Renée, dat drie maanden jonger was dan Beatrix.”

Loe de Jong, schrijft u, besteedde drieëneenhalve bladzij aan Juliana in zijn ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’ en sommige van zijn meelezers vonden dat die er ook nog wel uit konden.

„Een van hen, Ben Sijes, een radencommunist en dus een hardcore republikein, zei dat ze geen enkele politieke rol had gespeeld – weg ermee. Een ander, de historicus P.W. Klein, vond dat het stuk over haar van de tamelijk ‘onbenullige mededelinkjes’ aan elkaar hing. De Jong wijzigde zijn tekst niet, maar hij erkende wel dat de dingen die hij over haar vermeld had tot de ‘petite histoire’ behoorden. En als je dan de serie De Bezetting terugkijkt die begin jaren zestig op de Nederlandse televisie werd uitgezonden…” Ze glimlacht. „Een alom gerespecteerde hoogleraar die zei: haar plaats was bij haar kinderen. Terwijl hij wist, of moet hebben geweten, wat ze allemaal gedaan had. Hij zal de verslagen in de Londense en New Yorkse tijdschriften gelezen hebben. Hij heeft zeker de toespraken gehoord die ze voor Radio Oranje hield. Het boek dat Rien Marsman in 1948 over Juliana’s oorlogsjaren had geschreven, Haar werk ging door, stond op het NIOD in de kast. Rien Marsman was de weduwe van de dichter Hendrik Marsman en zij schreef haar boek op basis van het Canadese archief van Juliana. Ze voerde ook gesprekken met haar, en met de mensen die met haar in Canada waren geweest.”

U schrijft dat Loe de Jong haar welbewust gekleineerd heeft. Waarom zou hij dat gedaan hebben?”

„Ja, waarom… Het beeld van Juliana als allereerst huismoeder paste in de tijd, begin jaren zestig. Het was na de Greet Hofmans-affaire, na de controverse rond Juliana’s anti-oorlogsredevoering voor het Amerikaanse Congres, in 1952. Ik denk dat hij Juliana een zweverige pacifist vond en dat hij haar gedrag in de oorlogsjaren gewoon niet heeft weten te plaatsen. En uit alles blijkt dat hij Bernhard een toffe peer vond. Er zijn verslagen van de gesprekken die De Jong met Bernhard voerde en daarin staat welke indruk Bernhard op hem maakte: charmant, geen diep gevoelsleven, maar wel intelligent en eerlijk. De Jong is sterk afgegaan op Bernhard en diens biograaf Alden Hatch. In De Bezetting zei De Jong: ‘Haar plaats was, als die van alle moeders in oorlogstijd met jonge kinderen, naast die kinderen om hun eerste schreden te leiden op het wisselvallig levenspad.’ Hier spreekt een dominee, terwijl hij had behoren uit te zoeken of het beeld wel klopte dat er van Juliana heerste. Dat vind ik schokkend, omdat ik een bewonderaar van De Jong ben.”

Hij is voor u door de mand gevallen?

„Ik wist door mijn proefschrift al dat De Jong verzetsvrouwen verwaarloost, maar toch is hij voor mij en de meeste andere oorlogsonderzoekers een standaard. Het is naar om vast te stellen dat iemand met zo’n bewonderenswaardig oeuvre zo’n beperkte en normatieve blik op vrouwen had, en dus ook op Juliana.”

Je zou het ook geschiedvervalsing kunnen noemen.

„Hij heeft ons met een misvormd beeld opgezadeld. Juliana als de vrouw die het liefst stofzuigde en haar eigen potje moest leren koken. De jonge prinses die haar gelukkigste jaren in Canada had beleefd omdat ze toen alleen maar voor haar kinderen hoefde te zorgen. De oorsprong ligt in de foto’s en filmpjes die van haar en de prinsesjes gemaakt werden: in de zon tussen de bloemen. Beatrix als tweejarige die in de camera zegt: ik kom heus terug. Tijdens de bezetting werden van sommige van die foto’s ansichtkaarten gemaakt die clandestien verspreid werden – 200.000 exemplaren. De opbrengst ging naar het verzet. Wat De Jong parten zal hebben gespeeld: we zijn geneigd om mensen te zien als uit één stuk. De oorlogsjaren zijn een Fremdkörper in het leven van Juliana. De Juliana van voor en na de oorlog heeft iets zweverigs en vaags. Maar in de oorlog, ver van haar moeder en haar man, was ze stevig en zelfstandig en niet vaag.”

Cees Fasseur schrijft in zijn ‘Juliana & Bernhard, verhaal van een huwelijk 1936-1956’ ook niets over Juliana’s oorlogslezingen in de VS.

„Fasseur heeft er niet naar gezocht. Hij heeft Juliana’s brieven aan Bernhard gelezen, waarin die lezingen niet ter sprake kwamen, en verder heeft hij niet gekeken. Hij schrijft wel dat Juliana door haar band met Roosevelt een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de Nederlandse oorlogsinspanningen. Ze kweekte daarmee goodwill voor brave little Holland en baande de weg voor diplomaten. Tegen mij heeft hij nu wel, heel genereus, gezegd dat het goed is dat het beeld nu is herzien.”

Bent u het met Fasseur eens, dat Juliana door haar band met Roosevelt veel voor Nederland heeft betekend?

„Zeker, maar ik denk dat het aanmoedigen van soldaten ook belangrijk is geweest. En haar inspanningen voor de Nederlandse zeelieden, die niet naar huis konden en altijd maar moesten varen, en van wie er heel veel gesneuveld zijn – hun lot wordt weleens vergeten. In 1941, met Pasen, hield ze een speech waarin ze het motief van de wederopstanding gebruikte om de Verenigde Staten op te roepen zich bij het geallieerde front te voegen – heel strijdbaar. Die speech was zelfs in Nederlands-Indië te horen.” Ze komt weer terug op De Jong. „Die moet dat hebben geweten.”

Bernhard moest volgens uw boek niets van Juliana’s zelfbewuste houding hebben.

„Fasseur, die inzage heeft gehad in de briefwisseling tussen Juliana en Bernhard die in het Koninklijk Huisarchief berust, zegt dat ze vaak ruzie hadden tijdens Bernhards bezoekjes. Het was een meevaller als er eens géén strijd was. In december 1940 gaat ze voor het eerst naar de Roosevelts, en Bernhard ziet haar dan in Londen in een bioscoopjournaal, en dan schrijft hij – je kunt het lezen bij Fasseur – dat haar hoed niet deugt. Ik dacht: hij is jaloers. Maar ja, dacht ik ook, ik heb alleen dit citaat, en misschien kwam er wel een hele lap complimenten achteraan. Dus ik vroeg aan Fasseur of hij nog wist wat er verder in die brief stond. Dat wist hij nog heel goed: geen enkel compliment. Dus toen dacht ik: zie je wel.”

Juliana schreef aan Bernhard: ha, ha, ik ben in de USA en jij lekker niet. Ze wakkerde de rivaliteit wel aan.

„Ja, en in het begin vond ik dat ook nog wel iets grappigs hebben. Maar dan lees je in de geautoriseerde biografie van Bernhard uit 1962 dat hij in juni 1941 op bezoek gaat bij president Roosevelt en de wereldproblematiek met hem bespreekt. In werkelijkheid is hij mee als Juliana’s echtgenoot. Eleanor schrijft de volgende dag in haar column – ze had van 1935 tot 1962 een dagelijkse krantencolumn – dat haar man ’s nachts met ‘die twee jonge mensen’ heeft zitten praten. Je ziet de concurrentiestrijd. In Bernhards biografie wordt gesuggereerd dat hij steeds die soldaten in Stratford aanmoedigde. Maar hij is er twee keer geweest en Juliana zes keer. In 1941 zegt hij tegen Wilhelmina dat wat hem betreft Juliana’s plaats straks toch vooral in het gezin zal zijn. Wilhelmina laat dat aan haar dochter weten en die schrijft terug: ‘Denk eraan, dat ik ook een werkelijke rol krijg en niet alleen het refrein word van het liedje dat Bernhard zingt.’ Een ongelooflijke uitspraak.”

Omdat het veel over hun relatie zegt?

„Voor die tijd dacht ze dat ze weinig kon en van Bernhard afhankelijk was. Tijdens hun huwelijksreis viel ze kilo’s af. Ze liet pukkels van haar kin verwijderen. In Parijs, waar ze bij een tante van Bernhard logeren, een gravin, krijgt ze nieuwe couture aangemeten. Bernhard wilde niet rondlopen met een vrouw die, zoals hij zei, kleding van de huisnaaister droeg. Ze werd opgenomen in zijn mondaine vriendenkring. Algemeen wordt aangenomen dat Juliana het allemaal fantastisch vond, maar er is een interview met haar uit 1943 in een Scandinavisch tijdschrift – ik heb het niet voor deze publicatie gebruikt – waarin ze zegt dat ze zich in de eerste jaren van haar huwelijk heeft laten meeslepen door haar man en dat ze het bij nader inzien een rare verkleedpartij vond. Ik ben geen modepop, zegt ze. Ik ben meer maatschappelijk geïnteresseerd.”

Schaamde ze zich voor de vrouw die ze naast Bernhard was geworden?

„Ik denk dat ze geïnspireerd door Eleanor had besloten zich niet meer te laten omvormen in een bepaalde richting. Juliana had een enorme bewondering voor mevrouw Roosevelt, een vrouw die het niet moest hebben van haar schoonheid, maar die indruk maakte door haar intelligentie, haar maatschappelijke betrokkenheid en energie. De Roosevelts vormden in hun werk echt een team, al leefden ze gescheiden van elkaar en had Franklin voortdurend vriendinnen. [Franklin woonde bij zijn moeder op Hyde Park en Eleanor deelde elders op het landgoed een huis met vriendinnen.] Dat teamwork, dat wilde Juliana ook. Waar Juliana zich waarschijnlijk op verkeek: dat zij niet dezelfde mogelijkheden had als Eleanor. Die had als presidentsvrouw grote politieke invloed.”

Is Juliana na haar terugkeer in Nederland in een depressie geraakt?

„Hoezo? Daar heb ik geen enkele aanwijzing voor. Wat de betekenis is van de oorlogsjaren in haar verdere leven, is het raadsel dat ik nu moet oplossen. Dat maakt het vervolg heel spannend. In Canada was ze boven zichzelf uitgestegen en toen moest de geest weer terug in de fles. Dat kan natuurlijk niet zomaar. In haar afscheidsbrief aan de Roosevelts schrijft ze: ‘Hierbij zeg ik vaarwel – of liever: tot ziens – want ik verlaat “deze kusten”, om een vooroorlogs leven te beginnen.’ Waar blijft de oorlogs-Juliana? Was ze boos? Gefrustreerd? Ze was zeker geen slachtoffer. Ze was eigenzinnig en koppig en heeft dat beeld van de gewone huisvrouw ook gecultiveerd… De prinsesjes die naar de Kees Boeke-school gingen… De tijd was er ook naar. ‘Gezinsherstel brengt volksherstel’ – dat was een campagne in 1945. Op de zelfstandigheid van vrouwen werd ambivalent gereageerd. Veel vrouwen hoopten op een versnelde emancipatie, anderen zagen het als zedelijk verval. Vrouwen waren op hongertocht geweest, ze hadden het met Canadezen aangelegd, ze waren kostwinner geworden. Juliana hield in 1948, net voor haar inhuldiging, een feministische redevoering, maar ook zij vreesde het sociaal en moreel verval als het gezinsleven niet hersteld werd. Het was een uiterst moeilijke periode. Haar man was de oorlogsheld en wat zij had gedaan was onbekend. In 1947 kreeg ze een bijna blind dochtertje. Rond 1950 was het diepe treurnis tussen haar en Bernhard. De seksuele vrijheid die hij in Londen had herwonnen, liet hij zich niet meer ontnemen. Een van zijn Londense vriendinnen ging mee met gezinsvakanties. In 1952 kreeg hij zijn eerste buitenechtelijke kind. Wat heeft dat met haar gedaan? De competente, zelfbewuste Juliana uit de oorlog raakt rond 1950 uit zicht. Ze komt terecht in de spirituele sfeer van Greet Hofmans. Na de geboorte van Marijke wordt ze steeds godsdienstiger. Dat is te zien in haar correspondentie met Eleanor, die ze in 1951 uitnodigt voor een Oude Loo-bijeenkomst. In haar uitnodiging heeft ze het over ‘divine guidance’. Eleanor uitte in haar column openlijk haar twijfels over de richting die Juliana insloeg. En dan schrijft Juliana haar dat ze zo eenzaam is en op haar schouder zou willen uithuilen.”

Ziet u gelijkenissen tussen Juliana’s vriendschap met Eleanor en die met Greet Hofmans later?

„Ik heb de neiging om die lijn door te trekken, ja. Greet Hofmans was, anders dan Eleanor, geen rolmodel voor Juliana, denk ik, maar het was wel weer een oudere vrouw bij wie ze steun en troost zocht.”

Als je dit boek leest, zou je bijna denken dat Juliana verliefd was op Eleanor.

„Bij Greet Hofmans zou je dat ook kunnen denken. Maar wat is verliefd? Ingewikkeld. Is er een verlangen naar seks? Nee, dat denk ik niet. Maar het was wel heftig. Juliana had een extatische kant. Ze kon zichzelf verliezen. Zo had ze zich ook in het wereldje van Bernhard laten meeslepen. Wat wel zo is: Eleanor wás een krachtige, inspirerende vrouw.”

    • Danielle Pinedo
    • Jannetje Koelewijn