Ik ben er klaar mee

Deze week stopte Nederlands kleurrijkste voetballer Theo Janssen. Het grote talent dat nooit het uiterste uit zijn carrière haalde. Een persoonlijk portret door Vitesse-kenner Marcel van Roosmalen.

Foto Hollandse Hoogte

We zaten bij Grieks restaurant Delphi tegenover het station in Arnhem, waar Theo Janssen minimaal een keer per week eet. De middenvelder had de avond ervoor bekendgemaakt dat hij stopte met voetballen. Hij bleef aan Vitesse verbonden als scout en specialistentrainer.

Jorgos, goede vriend en uitbater van het restaurant over Theo Janssen: „Wat maakt mij dat nou uit dat hij gestopt is? Voor mij is hij altijd Theo geweest en zal hij ook altijd Theo blijven. En niet Theo van Vitesse. Ik vind het knap dat Theo vanaf het begin de beste van allemaal was en toch met beide voetjes op de vloer is gebleven.”

Theo Janssen gooide de deur open.

„Wat heb jij gisteren allemaal in dat ei geflikkerd?”, vroeg hij aan Jorgos, na een korte omhelzing. „Ik heb, ik zweer het, zes uur op de plee gezeten.”

Jorgos: „Jij wilde ei met alles erop en eraan, dan ga ik dat maken. Kan jouw lichaam niet tegen groentes of zo?”

Theo: „Groenten? Je had er van alles ingegooid, ook friet.”

Jorgos: „Dat is toch je lievelings? Ik dacht: die is gestopt, die hoeft nergens meer op te letten. Ik verwen je.”

Ester Bal, de persvoorlichter van Vitesse, zat aan een tafeltje bij het raam. Voor haar lag een berg persverzoeken die ze met Theo wilde doornemen.

„Hoe gaat het?”, vroeg ze.

Theo: „Aan de schijt dus.”

Hij keek naar de stapels papier, die ze op medium aan het sorteren was.

Theo: „Ik doe niks. Ik ben d’r klaar mee.”

Ester: „Ik vind het leuk als je wel iets doet, je blijft het boegbeeld van Vitesse.”

Theo: „Boegbeeld, boegbeeld… Ga lekker zelf boegbeelden.”

De dag ervoor had hij een afspraak met een Jakhals van DWDD afgezegd die de primeur van zijn afscheid zou krijgen. Het ging niet door omdat de club vond dat Vitesse TV als eerste moest brengen dat hij stopte met voetballen. Het nieuws werd vervolgens ‘gelekt’ op Facebook, waarna Vitesse in grote haast met een persbericht kwam.

Niet echt een afscheid in stijl.

Theo haalde de schouders op.

„Van de club heeft niemand mij gebeld, de trainer ook niet.”

Dan tegen mij: „Hoezo mag je DWDD niet afbellen? Dat doen zij toch ook de hele dag.”

Ester pakte het eerste papier van de stapel.

„Pauw en Witteman wil je aan tafel…”

Theo: „Alweer? Hoeveel keer moet je eigenlijk ‘nee’ zeggen tegen die gasten? Duurt een uur of zo, ik val erbij in slaap. Zeg maar dat ik kom als die ouwe niet meedoet.”

Ester: „Je bedoelt meneer Witteman?”

Theo: „Ja, die saaie.”

Ester: „Afzeggen dus... Volgende patient, Humberto…”

Theo: „Aardige jongen. Heel gezellig, maar niet echt veel diepgang toch? Moet ik dan de hele tijd met die soapsterren over voetbal lullen? En je mag ook niet van tafel als je klaar bent.”

Ester: „Rutger van PowNews wil met je door Arnhem wandelen. Hij mailt zelf dat het een positief item wordt.”

Theo: „Doet hij dat altijd? Heb je dat wel eens gezien? Ik zal je zeggen hoe dat gaat. Drie halve zolen uit de stad gaan roepen hoe erg ze me missen en daarna zie je mij in beeld een sigaret roken. Lachen, maar dat weten we nu wel.”

Ester: „de Volkskrant, Charles een aardige jongen, wil een dagje met je scouten. Ik vind dat wel origineel.”

Theo wapperde met z’n hand.

Hij rekte zich uit.

„Vanavond m’n eerste werkdag. Ik ben nu al kapot.”

Die avond moest hij samen met oud-Vitesse-spits Bosco Bursac naar Jong Oranje - Jong Israël in IJmuiden.

Ik: „Mag je roken in de auto?”

Ester: „Bosco is gestopt, Marcel. Zou jij ook moeten doen.”

Theo: „Raampje open dus.”

Ester: „Wat zeg ik tegen de Volkskrant?”

Theo: „Ik moet eerst effe inwerken. Ik heb nog nooit gescout, hè? Dat doe ik vanavond voor het eerst, dan heb ik geen zin dat er meteen eentje in mijn nek hangt.”

Ester: „Ik antwoord: over een half jaartje.”

Voetbal International belde. Of hij naast Johan Derksen en Johan Boskamp aan tafel wilde zitten?

„Tijdens het WK”, zei Theo.

Tegen mij: „Een beetje over voetbal lullen vind ik leuk. Analyseren en zo.”

„Wat doet een specialistentrainer?”, vroeg ik. „Dat stond ook in het persbericht, dat je specialistentrainer wordt.”

Theo tegen Ester: „Waarom heb jij het persbericht niet gemaakt zoals ik het wilde?”

Ester: „Ik vond ‘Theo Janssen kapt ermee’ te kort.”

Ik: „Gemiste kans.”

Hij sloeg me op de schouder.

„Stel maar een vraag.”

Ik: „Heb je alles uit je carrière gehaald?”

„Ik ben heel tevreden”, zei Theo. „Ik denk dat veel spelers er de vingers bij zouden aflikken. Ik vond voetbal nooit het belangrijkste. De eerste paar jaar wel, maar daarna werd het een beroep. Het gezin stond bij mij op één, daarna kwam het voetbal.”

Ik: „En als je er wel voor had geleefd?”

Theo: „Dan was ik na zes jaar al gestopt, dat is geen leven.”

Van alle clubs waarvoor hij had gespeeld vond hij Vitesse de mooiste. „Arnhemmers doen tenminste normaal, die gaan niet met een vlaggetje zwaaien als je met 2-0 achter staat. Zal ik een ranglijstje voor je maken? Op vier Genk, daar stonden ze twee uur voor de wedstrijd al bier te drinken. Gezellig, niet uit van die plastic bekers als bij ons.

„Op drie Ajax. Leuk om daar even geweest te zijn. Ze dachten daar geloof ik dat ik in de kleedkamer wel even zou zeggen hoe het moest, maar zo zit ik niet in elkaar. Ik zou nooit in Amsterdam willen wonen, veel te druk. Die mensen daar willen allemaal iets van je.

„Op twee FC Twente. McClaren is de beste trainer die ik heb gehad. Heel relaxed, hij wist precies hoe hij met me om moest gaan.”

Er schoof een oudere man aan. Willy den Hartog, gespecialiseerd reparateur in horeca-apparaten. Hij gaf Theo een hand en maakte een buiging.

„Ik vind het echt heel heel erg dat je gestopt bent.”

Theo: „Ik niet.”

Willy den Hartog: „Had je geen zin meer, of zo?”

Theo: „Ik was er klaar mee. Ik hoop dat iedereen me nu met rust laat.”

Willy den Hartog: „Dat had ik met m’n eerste vrouw. Als dat gevoel de kop opsteekt: gewoon het touw doorhakken. Binnenkort geef ik een feest, dan ben ik 25 jaar gescheiden.”

Jorgos: „Misschien moet je effe wat apparaten gaan repareren.”

„Dat is Arnhem”, zei Ester toen de man weg liep.

„Ja”, zei Theo, „mooi toch?”

De volgende dag zaten hij en Ester Bal voor het gloednieuwe trainingscomplex op Papendal op me te wachten.

De avond ervoor had hij voor het eerst gescout.

„Jong Oranje - Jong Israël... pfoe. Kishna van Ajax was wel goed, dat heb ik keurig doorgeven, ben benieuwd wat of ze met die informatie gaan doen. Een hele saaie wedstrijd, na een half uur had ik het al wel gezien.”

We wandelden naar de plek waar vroeger het oude clubgebouw ‘De Slenk’ stond, een verbouwde stal die geel-zwart was geverfd. Hij had zich er duizenden keren omgekleed, maar nu was er alleen nog omgewoelde aarde.

Sentimenteel werd hij er niet van.

„Zo zit ik niet in elkaar”, zei hij. „Het enige wat ik nu denk is: douches met koud water.”