Het nieuws is griezelig, ik zag de bezorgdheid groeien

Aan het begin van de week leek de Russische invasie van de Krim nog kleinschalig // Intussen draait Poetin de duimschroeven aan, zag Laura Starink // Daarna reisde ze door naar de Oekraïense hoofdstad Kiev

Zodra ik ’s avonds uit de taxi stap, pal aan de Maidan, dringt de scherpe walm van kampvuren zich in mijn neusgaten. Ik ben net geland in de Oekraïense hoofdstad, na een vlucht vanuit de door Russische troepen bezette Krim. Om hotel Chresjtsjatik in Kiev te bereiken moet ik een metershoge barricade met zandzakken passeren. Onder een druipende tent schuilen donkere gedaanten bij een houtvuur in een olievat.

Vóór mij strekt zich in het hart van de stad een immens slagveld uit met barricades van opgestapelde autobanden, zandzakken, hout en afval. Uit de barricades steken vlaggen van allerlei gezindtes. Het regent, het is vies en koud. Bij de groene legertenten hokken mannen in militair tenue. Mijn hotel grenst aan het enorme Huis der Vakbonden, dat geheel is uitgebrand. Twee mensen kwamen erin om.

Maidan is veel groter en indrukwekkender dan je het je bij de tv-beelden kunt voorstellen. Sinds de eerste veldslag in november vorig jaar is hier gevochten. Het hele plein wordt nog dagelijks bedolven onder een verse bloemenzee voor de doden van de ‘Hemelse Honderd’.

Niemand is van plan de barricaden op te ruimen zolang de situatie in het land zo instabiel is. Maidan is een enorm openluchtmuseum van levende geschiedenis. Maar aan het eind van een spannende week op de Krim groeit de bezorgdheid dat de beslissende veldslag op het schiereiland in de Zwarte Zee zal plaatsvinden.

Het nieuws van de Krim is griezelig: het parlement heeft zich donderdag per decreet uitgesproken voor aansluiting bij Rusland. Het referendum daarover is vervroegd naar 16 maart. Oekraïense soldaten die zich niet overgeven zullen als bezettingsmacht worden beschouwd. De Russische troepen gedragen zich steeds vrijmoediger. Een kruiser van de Amerikaanse marine is door de Bosporus opgestoomd naar de Zwarte Zee.

Zal de wankele regering van Oekraïne – geconfronteerd met een lege schatkist, ontbonden want gehate veiligheidstroepen, een in diskrediet geraakte en corrupte politie, en een loyaal maar zwak leger – zich staande houden tegen een agressor, die kwam als een dief in de nacht en nog steeds niet vecht met open vizier?

Het eerste wat opviel, op weg naar de Krim, was hoe makkelijk het schiereiland van Oekraïne is te isoleren. Een paar wegversperringen en een zeeblokkade zijn voldoende. De twee vliegvelden, een bij de hoofdstad Simferopol en de militaire luchthaven Belbek bij Sevastopol, werden door de Russen geruisloos ingenomen. De kleine Oekraïense militaire bases werden omsingeld door fanatieke ‘volksverdedigers’ en militairen met zwarte maskers.

Loyaal aan Kiev en het volk

De eerste dagen voerde de zelfbenoemde leider van de Krim, Aksjonov, de druk op: Oekraïense troepen dienden zich aan te sluiten bij de autonome republiek en zich onder zijn gezag te stellen. Die opzet mislukte. Op schout-bij-nacht Denis Berezovski na hebben alle legeronderdelen zich tot nu toe loyaal betoond aan Kiev.

Grote indruk maakte Joeri Mantsjoer, de commandant van de technische brigade van het militaire vliegveld van Belbek, die met zijn mannen de Russische militairen ongewapend tegemoet marcheerde met de Oekraïense vlag, uit volle borst – en ontroerend vals – het volkslied zingend. Toen de Russische soldaten nerveus met hun geweren begonnen te hannesen, niet wetend hoe ze op deze heldenmoed moesten reageren, vroeg Mantsjoer rustig of ze soms van plan waren op de vlag te schieten. De populariteit van het Oekraïense leger is nog nooit zo groot geweest, zegt Oksana Forostyna, hoofdredacteur van het weekblad Krytyka in Kiev. Men is hier ook niet vergeten dat de legertop steeds heeft volgehouden dat het leger zich niet in de Maidan-revolutie zou mengen.

Ik heb op de Krim drie omsingelde bases gezien, bij Belbek, Bachtsjisaraj en Sevastopol. De volksvrijwilligers schermden de zwijgende militairen af. Op zijn persconferentie zei Poetin dat dat helemaal geen Russische soldaten waren. „Zulke uniformen kun je in elke winkel kopen”, aldus de president.

Aan het begin van de week zag de omsingeling er nog betrekkelijk onschuldig uit. Maar inmiddels hebben de Russen de druk flink opgevoerd. Hun marine verhindert dat twee Oekraïense marineschepen aanleggen in de haven van Sevastopol. Russische militaire voertuigen rijden ongestoord heen en weer over de Krim, en de bewaking van de luchthaven van Simferopol is versterkt.

De logica van een oorlogshitser

Intussen beweerde Poetin op zijn persconferentie kalmweg dat „er nog geen noodzaak is geweest om troepen naar de Krim te sturen”. In zijn logica is er slechts sprake van een reguliere opschaling van het aantal militairen dat het verdrag over de Zwarte Zeevloot toestaat (25.000). Dat deze volgens datzelfde verdrag niet het recht hebben over het eiland te paraderen, laat staan staatsobjecten af te grendelen, laat hij onvermeld. In Kiev noemt men Poetin een paranoïde „oorlogshitser”.

Het patroon in de Russische werkwijze is intussen helder. Zo lijfde Moskou in 1992 Transnistrië in, de provincie van Moldavië die sindsdien door Russische troepen bezet wordt gehouden. In 2008 annexeerde Rusland na een oorlog de twee Georgische provincies Abchazië en Zuid-Ossetië. Poetins vriend en dirigent Valeri Gergijev leende zich toen voor een uitvoering van Sjostakovitsj’ Zevende symfonie (over de blokkade van Leningrad) op de ruïnes van de Osseetse hoofdstad Tschinvali. In een praatprogramma op de lokale Krim-televisie vertelde een regisseuse donderdag in welke toestand zij, op tournee met haar theatergezelschap, Abchazië na de annexering had aangetroffen: totaal verwaarloosd, botweg in de steek gelaten door de Russen.

Maar Oekraïne is Georgië niet. Waar heethoofd Saakasjvili zich destijds liet provoceren tot schietpartijen, is opvallend hoe terughoudend in Kiev op de crisis wordt gereageerd. De Oekraïners laten zich vooralsnog niet provoceren. Op de Maidan mag iedereen zijn hart luchten, maar de regering onthoudt zich van oorlogstaal. Het Oekraïense leger voert een morele strijd zonder wapens, waarin de eed aan het Oekraïense volk hun belangrijkste troef is. De Krim-Tataren houden zich gedeisd.

Ook op de televisie is de berichtgeving opvallend rustig en feitelijk. Menig buitenlands correspondent reageert op de Krim veel bozer op de agressie van de bevolking dan de journalisten van de Oekraïense televisiezenders Espreso tv en Hromadske tv, die gewoon hun werk doen. Om desinformatie uit Rusland te ontzenuwen, zijn de Oekraïners de site StopFake.org gestart. Zo meldde de Russische televisie bijvoorbeeld dat 140.000 Oekraïners inmiddels naar Rusland zijn gevlucht of dat de Oekraïense regering de schamele pensioenen op de Krim gaat halveren.

Er zijn zelfs ludieke acties

Alle Oekraïense zenders tooien zich met het logo ‘Er is maar één Oekraïne’. Televisiepersoonlijkheden, acteurs, zangers spreken de Russischtaligen via de televisie toe om te proberen ze tot rede te brengen. De inwoners van het West-Oekraïense Lviv spraken een dag lang uitsluitend Russisch om hun broeders in het Oosten duidelijk te maken dat de taalkwestie voor hen geen enkel probleem is. Zelfs ludieke acties worden ingezet: Oekraïense kinderen sturen kartonnen doosjes met op Russische commando’s lijkende poppetjes naar het Kremlin met het verzoek om geen oorlog te beginnen.

Poetin creëert ondertussen feiten op de grond. De Doema ondersteunt hem daarbij door wetsvoorstellen aan te nemen om troepen in te zetten of de Krim te annexeren. Een analist van het gezaghebbende Oekraïense Razoemkov Center noemde het „een klassieke geheime dienst-operatie, een oorlog door andermans hand”, gebruikmakend van een kleine groep rabiate locals. Terwijl het op de Krim, op die kleine opstootjes na, behoorlijk rustig is, wekt hij de indruk alsof de Russische bevolking daar in levensgevaar verkeert.

Die bevolking wil het graag geloven. Velen zijn ervan overtuigd dat de Maidan-opstand betaald is met Amerikaans geld en Poetin is hun grote held. Ze schelden ook steeds harder op de Krim-Tataren, de oorspronkelijke moslim-bevolking die nu een kwart van de populatie vormt. De Tataren hebben gezegd dat ze het referendum over afscheiding zullen boycotten. Opeens breekt het racisme naar buiten.

Van menig Rus heb ik afgelopen week te horen gekregen dat Stalin de Krim-Tataren in 1944 terecht naar Oezbekistan heeft gedeporteerd. Of dat ze met hun duistere handeltjes de Russen altijd te slim af zijn. Van alle Russischtaligen zijn die op de Krim de meest reactionair, zegt Forystyna van Krytyka. „Hier wonen veel gepensioneerde officieren en manschappen van de Zwarte Zeevloot; dat heeft hen schatplichtig gemaakt aan Rusland.”

Maar wat als de spetsoperatsia van het Kremlin in Oekraïne nou eens níét gaat werken? De analist van het Razoemkov Centrum: „Poetin heeft zich met zijn leugens in een doodlopende straat gemanoeuvreerd.” Dat is misschien wat al te naïef gedacht. Er zijn berichten dat bussen met ‘toeristen’ uit Rusland naar de Krim en Oost-Oekraïne komen om een handje te helpen. Volgens de Russische analist Illarionov, ooit Poetins rechterhand, zal Poetin er alles aan doen om Oekraïne op de knieën te krijgen. „Als de Oekraïners zich niet tot geweld laten provoceren, zal hij het zijn eigen agenten laten opknappen.”

Hoeveel gaan er vóór stemmen?

Het is moeilijk te peilen hoeveel inwoners van de Krim de Russische inval steunen. Degenen die op tv schreeuwend hun steun betuigen zijn steeds dezelfden. Voor wat het waard is: tijdens een talkshow op de Krim-televisie konden kijkers hun stem uitbrengen. Slechts 14 procent van de bellers zei bij het referendum vóór aansluiting bij Rusland te zullen stemmen. Krim-bewoners zeggen dat ze tot de bedelstaf zullen vervallen als er oorlog komt en het toerisme verdampt. In de straatarme regio moeten velen uitsluitend rondkomen van wat ze in de drie zomermaanden verdienen. „Poetin, ga weg, laat er geen oorlog komen!”, zei een vrouw met tranen in haar ogen: „Wij hoeven niet beschermd te worden. Er is hier niets aan de hand.”

Rusland heeft geen excuus nodig om de Krim binnen te vallen. Maar in Kiev erkent men dat het niet verstandig was van de nationalistische partij Svoboda (Vrijheid) van oppositieleider Tjahnibok om de Russische taalwet ter discussie te stellen. Dat was olie op het vuur in het oosten van Oekraïne. Interim-president Toertsjinov veegde dat voorstel dan ook meteen van tafel. Maar de Russischtalige bevolking op de Krim gelooft de oorlogshitserij uit het oosten: Maidan staat voor hen gelijk aan fascisme, en ze roepen in koor dat hun grootouders niet gesneuveld zijn om de macht nu over te dragen aan een stelletje Bandera-aanhangers met bloed aan hun handen. De West-Oekraïense nationalist Stepan Bandera (1909-1959) probeerde Oekraïne als vrijstaat van de Sovjet-Unie te laten afsplitsen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog organiseerde hij anti-Joodse pogroms maar zat zelf het grootste deel van de oorlog in Duitse gevangenschap. Anna, een Russische kunstenares uit Simferopol, vertelde me dat zelfs goede vrienden uit Rusland verworden zijn tot „zombies”, die de oorlogspropaganda voor zoete koek nemen. Ze krijgt voortdurend mail met gescheld op de fascistische chochly (het Russische scheldwoord voor Oekraïner).

Over dat fascisme praat ik met de Kievse kunstenaar Matvej Weisberg, die drie maanden lang elke dag op de Maidan was. Als ik hem midden op het plein wijs op de grote poster van Bandera zegt hij: „Als Jood ben ik er niet blij mee. Maar jullie moeten één ding begrijpen. Een barricade heeft maar twee kanten. Wij stonden aan dezelfde kant als Svoboda, de partij van Tjahnibok. De echte fascisten stonden aan de andere kant.”

Het Janoekovitsj-systeem was misdadig, corrupt en gewelddadig, en Weisberg is ongelooflijk trots dat het gelukt is het regime ten val te brengen. Hij wijst op de talloze onduidelijke geüniformeerden van organisaties als Rechtse Sector, die nog altijd op het Maidan-plein hangen. Dat soort jongens wekt niet alleen in Rusland, maar ook in het Westen afkeer. „Geloof me, in drie maanden heb ik me nog nooit zo veilig gevoeld als nu. Echt, jullie hebben geen idee hoe gevaarlijk het hier was.”