Even geen crisis op buitenaards bal

Op het Boekenbal wilden de schrijvers niet praten over Polare. „We móéten genieten.”

Foto Ilvy Njiokiktjien

Nee, alsjeblieft, vanavond niet „het P-woord”, zei een schrijver die liever anoniem wil blijven. We denken even niet aan Polare, want het Boekenbal is het jaarlijkse feestje van de boekenbranche en het moet wel feestelijk blijven. Op de rode loper van de Amsterdamse Stadsschouwburg geven de schrijvers voorzichtig optimistische antwoorden op de vraag of ze wel in de feeststemming zijn, in tijden van omvallende boekhandels. „Het is crisis in de markt, geen crisis in de boeken of in de fantasie”, betoogde Kader Abdolah. „Ik ben wel met de crisis bezig”, zei Kristien Hemmerechts, „maar ik zie ook dat er nog hartstochtelijke lezers zijn. Ook jonge mensen.”

Verderop in de stad werd een uur eerder nog de resterende inboedel van de failliete Polare De Slegte geveild – net twintig mensen konden zittend op gestapelde kratjes bieden op een enkele antiquarische schat (een 32-delige Encyclopedia Britannica, verkocht voor vijftig euro). Voor de ansichtkaarthouders, opstapjes en bureaustoelen was 5 euro nog te veel; die gingen onverkocht naar de kringloopwinkel.

Maar het was evengoed feest – onder de naam ‘Buitenaards Boekenbal’ was het vooral een escapistische avond. Bezoekers werden opgewacht door Star Wars-strijders, uitgevers waren verkleed als marsmannetje, het muzikale zaalprogramma was uitgelaten en sprankelend. Het hoogtepunt was het verrassingsoptreden van Lee Towers. Zijn vraag of het literaire publiek „er zin in” had, werd zelden zo enthousiast bevestigd in de schouwburg. Al croonend zette Towers Space Oddity van David Bowie naar zijn hand, tot groot plezier van de zaal.

Bowies Major Tom kon – voor wie dat wilde – opgevat worden als Tommy Wieringa, die als schrijver van het Boekenweekgeschenk eregast van de avond was. Hij had vijf vrienden uit zijn vroegere rugbyteam uit het Drentse Dwingeloo meegenomen: ze waren herkenbaar aan hun zwart-gele clubdassen. Geen glamoureuze types, zeggen ze zelf. „We hebben er weken naartoe geleefd”, lacht rugbyvriend Roel, die „normaal niet zo vaak op dit soort plekken” komt. Ze zijn erbij omdat ze er ook twintig jaar geleden al bij waren, op de presentaties van Wieringa’s eerste boeken, „die nog alleen door de rugbyclub gekocht werden”, zegt rugbyvriend Johan. „Dus we zijn hier ook niet voor het Boekenbal, maar voor de vriendschap. We gaan gewoon een leuk feestje bouwen.”

En dat deden alle schrijvers, boekverkopers en uitgeverstypes, na het zaalprogramma in de overvolle gangen van de schouwburg: daar was iedereen ieders vriend. „We móéten genieten”, had Connie Palmen aan het begin van de avond zich al voorgenomen. „Je kunt blasé over dit feest doen, maar ik neem graag een voorbeeld aan Harry Mulisch, die hier altijd heerlijk van kon genieten.”