Europa kan geen despoten aan

Het Westen moet niet naïef op dictators reageren. Bevries liever hun tegoeden, meent Marko Martin.

Of het nu gaat om het conflict op de Balkan of om de inval van de Sovjet-Unie in Praag – zelden hebben democraten de reikwijdte van de gebeurtenissen vroegtijdig onderkend. In de crisis rond de Krim herhaalt dit scenario zich.

De Zwitserse ambassadeur in Kiev is een fatsoenlijk man. Dat is geenszins ironisch bedoeld – helaas. Had Christian Schönenberger namelijk de karaktergeschiedenis van dictaturen bestudeerd, dan was hem twee weken geleden een bittere teleurstelling bespaard gebleven.

Schönenberger, bemiddelaar, had zojuist voor elkaar gekregen dat de Maidan-demonstranten het stadhuis van Kiev zouden verlaten en dat de toenmalige machthebber Janoekovitsj enkele politieke gevangenen zou vrijlaten. Dat was volgens zijn zeggen „een positieve ontwikkeling in de richting van deëscalatie”. Andere Westerse diplomaten en politici haalden opgelucht adem.

Kort daarop begon het moorden. Namen de scherpschutters van Janoekovitsj de demonstrerende burgers onder vuur, veranderde de lobby van hotel Ukraina in een mortuarium.

De slachtpartij was afschuwelijk – maar verrassen kon zij slechts diegenen die dronken waren van hun eigen ‘deëscalatie’-retoriek; hardleerse navolgers van de Nederlandse militairen die in de zomer van 1995 vol vertrouwen het glas hadden geheven met generaal Mladic, voordat deze zich ging opmaken om de moslims van Srebrenica af te slachten.

Waar komt deze aanhoudende blindheid en naïviteit vandaan, waarvan de prijs in mensenlevens wordt betaald?

Ter verontschuldiging van de overbelaste ‘beslissers’ neem ik aan dat zij nauwelijks sympathie koesteren voor despoten. Als kinderen van geciviliseerde samenlevingen kunnen zij zich eenvoudigweg niet voorstellen hoe dictaturen werkelijk in elkaar steken.

Dat zij met grote ogen stonden te kijken hoe knecht Janoekovitsj daadwerkelijk tot massamoorden overging en vervolgens zijn heer Poetin het land liet binnenmarcheren, is slechts het jongste voorbeeld van deze eindeloze geschiedenis van fatale, goedbedoelde vergissingen. Want het refreintje dat „zelfs Poetin” geen belang zou hebben bij een verscherping van het conflict, is al bij ontelbare eerdere gelegenheden aangeheven.

Dichtten politici en anderen in 2003 Saddam Hussein niet iets soortgelijks toe? Beweerden zogenaamde Balkan-deskundigen in de jaren negentig niet dat Slobodan Milosevic onder al zijn provocaties gewoon een ‘pragmatische nationalist’ was? Zei men niet iets dergelijks over Yasser Arafat, voordat hij in 2000 de onderhandelingen in Camp David liet ontploffen en dood en verderf zaaide in Israël en Palestina?

Overigens, in die tijd had Moskou Grozny tot een ruïnelandschap gereduceerd, de stad deed aan het in de Tweede Wereldoorlog verwoeste Warschau en Rotterdam denken. Al werd dat destijds nauwelijks opgemerkt en is het ondertussen al weer vergeten.

Dat geldt overigens ook voor de fijnzinnige reactie van de toenmalige SPD-voorzitter Björn Engholm op de Moskouse kolonelscoup van het jaar 1991. We moesten maar op het „gezond verstand van de coupplegers” vertrouwen, liet Engholm destijds optekenen. En dat was weer precies zoals heel politiek Duitsland, inclusief de quasiliberale FDP, een decennium eerder het schandaal rond het militaire regime van generaal Jaruzelkski in Polen had gebagatelliseerd.

In 1968 was de Westerse reactie al net zo dwaas geweest toen Sovjet-tanks in Praag verschenen. En dat zo kort nadat de leiders Breznjev en Dubcek elkaar in Moskou hadden ontmoet en alle ‘misverstanden’ uit de weg hadden geruimd?!

Natuurlijk, de lijst is incompleet. Maar ook al herhaalt de geschiedenis zich nooit één op één, de reacties van tirannen worden wel gekenmerkt door een patroon.

Het gaat hier namelijk geenszins om ‘misverstanden’, die met ‘gebaren van goede wil’ te verhelpen zijn. Dictaturen hebben behoefte aan een vrijwel permanente uitzonderingstoestand, die hun onderdanen de adem beneemt en alleen al fysiek geen tijd laat om kritische vragen te stellen. Ook denken zij niet in zittingsperioden van gekozen parlementen en regeringen. Zij denken in veel langere tijdvakken.

Despoten hebben een olifantengeheugen, iets dat de meeste Westerse waarnemers deerlijk missen.

Poetins overval op de Krim is derhalve niet zozeer tactiek als wel strategie, een eerste poging om het oude imperium in ere te herstellen. Vanuit ons op het goede leven gebaseerde perspectief is deze poging tot mislukken gedoemd, want wat heeft zijn rijk nu te bieden? The Russian way of life is sexy noch universeel. Het is eerder een soort vegeteren, waar af en toe de zweep over wordt gelegd.

Tussen het Siberische strafkamp en het Moskouse shopping paradijs is alles mogelijk – behalve zelfbewuste burgerlijkheid.

Wat wij echter als pijnlijke zwakte karakteriseren, is vanuit het gezichtspunt van de heersers hun feitelijke kracht: alleen bij de idealistische Duitse dichter Schiller kruipt iemand schielijk huilend weg als hij er niet in slaagt een andere ziel op zachte wijze te betoveren.

Dan hebben wij ook nog eens een hopeloos naïeve kijk op schandalen. NSA, NSU (de moorden op Duitse allochtonen door een nationaal-socialistische cel), Edathy (een SPD-politicus die wordt verdacht van het bezit van kinderporno), de ontoereikende veiligheid van kernafvalopslagplaatsen – altijd duikt er wel een klokkenluider op, of dat nu uit altruïsme, wraak of institutionele naijver is. Dit soort pluralisme, zelfs in duistere aangelegenheden, houden we voor een kwaliteitskeurmerk van flexibele samenlevingen – en terecht.

Alleen, voor de harde kern van dictaturen moeten we niet dezelfde hoopvolle maatstaven hanteren. Zo is het slechts een kwestie van tijd voor de ogenschijnlijk tot inkeer gekomen parlementariërs van Janoekovitsj op hun schreden terugkeren. Dat zullen ze doen als het tij is gekeerd. En het Westen zal opnieuw volledig verrast zijn.

Eigenlijk zijn al die academische debatten weinig waard geweest. Mogen we dictaturen wel met elkaar vergelijken; is het totalitarisme-concept van Hannah Arendt nog wel modern genoeg; moeten de huidige regimes post-totalitair of neo-autoritair worden genoemd?

Al in de jaren tachtig waren deze spiegelgevechten voor een man als Ronald Reagan irrelevant. In plaats daarvan had de toenmalige Amerikaanse president het over het ‘Rijk van het Kwaad’ – om datzelfde rijk vervolgens door een slim afgedwongen wapenwedloop tot een voorlopig bankroet te forceren.

Dit jaar vieren we voor de vijfentwintigste maal dat heuglijke feit.

Het economisch kwakkelende Westen kan om allerlei redenen niet zomaar even op dit recept teruggrijpen. Maar het kan wel de bij onze banken en in onze aandelen en grond belegde miljarden van de nomenclatura bevriezen. Deze week gaf de EU groen licht om beslag te kunnen leggen op de bezittingen en bankrekeningen van 18 voormalige Oekraïense staatsfunctionarissen.

Dat is een begin. En bovendien, in deze tijd, waarin miljoenen gegevens door de NSA worden ingekeken, moet het sporenonderzoek naar al die fondsen kinderspel zijn.

Dat zal weliswaar niet de sleutel tot eeuwige vrede blijken, maar het zal een effectief middel zijn waarmee op z’n minst de ernstigste rechtschendingen kunnen worden bestraft.

Het Westen moet zelfvertrouwen krijgen en toegeven dat het nu deels collaboreert, opdat men zich eindelijk in onze contreien maar ook in Moskou verbaast: „Dat hadden we niet gedacht”.

    • Marko Martin