Euroloos Walhalla

De lente barstte afgelopen woensdag los bovenaan de marmeren trappen van het Walhalla, bij Regensburg, diep in de binnenlanden van Beieren. In de rij van nutteloze wereldwonderen neemt deze negentiende-eeuwse erehemel voor Grote Duitsers een bijzondere plaats in. Ik was even gaan zitten met mijn rug tegen een Dorische zuil om na te denken over dit Teutoonse Parthenon, waar de Beierse koning Ludwig I zijn historische heldenverzameling bijeenbracht. Een canon om het ontluikende nationaal bewustzijn wortels te geven. Misschien zorgde eenzelfde behoefte ervoor dat er sinds enige tijd ook zo’n rijtje marmeren beelden van belangrijke vaderlanders in de hal van de Tweede Kamer in Den Haag staat.

Ludwig pakte het wat grootschaliger aan. Hij was op een bepaalde manier niet kieskeurig: hij zette een kopie neer van een Griekse tempel, gaf die een naam die verwijst naar de Germaanse mythologie en vulde die met marmeren bustes van veldheren, vorsten, componisten en „grote geesten” uit heel Europa. Met daarbij een flink contigent afkomstig uit de lage landen bij de zee. Zolang het maar geen Fransen waren. Dat had te maken met de recente vernedering door Napoleon.

Ludwig zit er zelf ook, in onbescheiden wit marmer uit Carrara, ontspannen vooroverleunend op een leeuwentroon in de toga van een Romeinse keizer. Op de sokkel de tekst: Ludwig I, Koning van Beieren, Het dankbare volk.

Een vrouw die met twee kleine meisjes naast me zit te genieten van de zon, vertelt dat ze uit de buurt komt. Ze wijst naar een heuvel, iets verderop. Ze wandelt hier vaak naartoe. „Nee, ik ga niet binnen kijken. Ik weet al wat er staat.”

Het hoort tot de Duitse politieke folklore dat de verschillende partijen de dag na carnaval, op Aswoensdag, bijeenkomen in Beieren. Op speelse wijze neemt men de concurrenten de maat, terwijl het Beiers bier alweer vroeg stroomt en de blaaskapel de kater van gisteren zachtjes wegtoetert. Daarom was ik ook, voordat ik bij het Walhalla belandde, bij de eerste Aswoensdagbijeenkomst van de nieuwe Europakritische partij Alternative für Deutschland geweest. Een half uur rijden van Regensburg, ergens in een feesthal op een industrieterrein.

Daar, midden in Europa, nam oprichter Bernd Lucke Europa op de korrel. Of preciezer: de Europese superstaat waarvan Brussel de hoofdstad is. De euro moet weg en Duitsland moet een grotere rol spelen in de Unie omdat dit land alle rekeningen betaalt. Geen woord over de Russische interventie op de Krim en de machteloosheid van de verdeelde Europese Unie. „Zo’n onderwerp is voor deze zaal op een dag als deze veel te ingewikkeld”, zei Lucke, toen ik hem na afloop sprak. Bovendien steunt hij de buitenlandspolitieke lijn van de regering-Merkel, zei hij. En dat was natuurlijk ook moeilijk uit te leggen aan zo’n zaal.

Op een steen bij het Walhalla stonden woorden gebeiteld van Ludwig: dat hij hoopt dat zijn monument zal bijdragen aan verbreiding en de verheerlijking van de Duitse gedachte. Is dat eigenlijk ook niet wat Lucke nog steeds drijft? Het landschap bij de tempel met de traag meanderende Donau vierhonderd meter in de diepte, strekte zich uit tot in de wazige verten. Toeristen en dagjesmensen schakelden toen de zon verscheen onmiddellijk over op de voorjaarsmodus: truien uit, blote armen en benen. Liggen. Kijken naar de Donau, die hier vanuit het Zwarte Woud in het westen naar het zuidoosten stroomt door Oostenrijk, door de Balkan, tot uiteindelijk Oekraïne en de Zwarte Zee.

    • Frank Vermeulen