Er is wat te kiezen bij verkiezingen gemeente

22 februari 2014 – Over drie-en-een-halve week zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Om mijn kennis van het onderwerp te peilen vulde ik het stemexamen van ProDemos in. Dat toetst je kennis van de gemeentelijke democratische verhoudingen. Oef. Het liep goed af: mijn score was 92%. Ik wist alleen niet wat de pensioenleeftijd van de burgemeester is (70)

22 februari 2014 - Over drie-en-een-halve week zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Om mijn kennis van het onderwerp te peilen vulde ik het stemexamen van ProDemos in. Dat toetst je kennis van de gemeentelijke democratische verhoudingen. Oef. Het liep goed af: mijn score was 92%. Ik wist alleen niet wat de pensioenleeftijd van de burgemeester is (70) en ik durfde niet te beamen dat de Raad gemiddeld eens per maand vergadert.

Het voelde nogal ouderwets om die test van het Huis voor Democratie en Rechtsstaat in te vullen. Uit een peiling van TNS Nipo blijkt dat maar een derde van de volwassen Nederlanders interesse heeft voor de gemeentepolitiek. Vijftien jaar geleden was dat twee derde, een uitschieter – tegen de 50% is gebruikelijker. Amper de helft van de kiesgerechtigden is van plan te gaan stemmen op 19 maart.

Een ruime meerderheid van de ondervraagden heeft weinig vertrouwen dat gemeenten hun nieuwe taken op het gebied van zorg en werk aankunnen. Volgens de opiniepeiler gaan de gemeenteraadsverkiezingen overigens meer dan vroeger over onderwerpen die in de gemeente er toe doen. De rol van lokale partijen neemt toe. Landelijke partijen worden meer beoordeeld op wat zij lokaal presteren.

Dat zijn bevindingen vol tegenstrijdigheden. Meer mensen keren zich af van de lokale politiek, terwijl de landelijke politiek de gemeenten juist enorme extra taken toebedeelt. Maar áls mensen denken over een stem bij de gemeenteraadsverkiezingen dan zijn het vooral lokale thema’s waar zij op letten. Dat lijkt te verklaren waarom de grote decentralisatietaken die op de gemeentes afkomen per 1 januari 2015 amper inzet van de verkiezingen zijn.

Eigenlijk heeft stemmen volgende maand sowieso weinig zin, schreef staatsrechtgeleerde en kenner van het lokaal bestuur D. J. Elzinga begin deze maand in de krant want het overgrote deel van de gemeentelijke begroting zijn uitvoeringstaken, opdrachten van het rijk waar de gemeente niets aan kan inkleuren: ,,Er is geen socialistisch of liberaal trapliftenbeleid’’.

Om die stelling te toetsen ging ik deze week naar het Politiek Café dat in het stadhuis van Den Haag werd gehouden rond de decentralisatie van zorg en het verplichten van bijstandstrekkers vrijwilligerswerk te doen. Kandidaat raadsleden van zeven partijen (allen vrouw) kregen een enkele minuut om hun visie te geven. Daarin bleken CDA, PVV, VVD, GroenLinks, PvdA, D66 en de Haagse Stadspartij goed in staat hun eigen politieke geurvlag te zwaaien.

Over de vraag of andere gemeentelijke posten desnoods moeten bloeden om nieuwe zorgtaken te kunnen vervullen, bleek levendig van mening verschild te kunnen worden. GroenLinks wees op de keus voor het dure, nieuw te bouwen Spuiforum, waar zij als deel van de minderheid (21 stemmen) tegen hebben gestemd en VVD, CDA, D66 en PvdA vóór (24 stemmen). Politiek is afwegen volgens de eigen definitie van algemeen belang.

Zo werden de contouren zichtbaar van een heus politiek debat, ook over taken waar dat andere Den Haag streng over de schouder meekijkt. Maar ook Elzinga’s oproep om áls mensen 19 maart gaan stemmen toch vooral steun te geven aan partijen die lokale autonomie willen versterken tegen de landelijke trend in, vond impliciet weerklank. De landelijke én gemeentelijke coalitiepartijen VVD en PvdA waren hoorbaar meer gebonden aan het evangelie van de dag dan GroenLinks, de PVV en de Haagse Stadspartij.

In dat laatste verband wordt het interessant te zien of een bewezen effectieve oppositiepartij als de Stadspartij van Joris Wijsmuller loon naar werken krijgt bij de stembus. Als de PVV de grote winnaar wordt is dat vooral een landelijke proteststem – op de lokale prestaties kan die keuze amper zijn gebaseerd. Den Haag is mét Almere de enige gemeente waar  Wilders meedoet.

In alle andere gemeentes is kennis van de plaatselijke verhoudingen en opwindingsfactoren nodig om straks  te kunnen zeggen in welke mate de uitslag landelijk gekleurd is.

In Rotterdam twisten VVD en D66 over snoeien dan wel kappen van de platanen op de ’s Gravendijkwal. In Bellingwedde en Vlagtwedde is lang niet iedereen blij met het plan de twee samen te smelten tot een nieuwe gemeente Westerwolde (26.000 inwoners), die volgens de provincie Groningen nog te klein zal zijn. In Bennebroek wordt gestreden tegen een voorgenomen Duinpolderweg door de actiegroep Nietdoorhetbos: VVD, PvdA en CDA zijn vóór.

Als je oplet zijn er in iedere gemeente wel onderwerpen van reëel belang voor omwonenden en stadgenoten. Als je die optelt bij de grote sociale taken die het rijk dit jaar over de schutting werpt, dan is er genoeg te kiezen volgende maand. Alleen is er in veel gemeenten geen publieke ruimte meer met het verdwijnen van een enigszins krachtige lokale pers. Huis-aan-huisbladen zijn vaak erg afhankelijk van de coalitie in het gemeentehuis.

Steeds sterker wordt de noodzaak voor gemeentelijke overheden dan maar een lokale vrije pers te organiseren, desnoods met gemeentelijk startgeld. Online is niet duur. Maar één ding moet  niet: het soort propaganda-pamflet dat de waarnemend burgemeester van Haren uitgaf om postuum draagvlak te creëren voor de door de provincie verlangde fusie van Haren en de stad Groningen. Zonder de vele  honderden proteststemmen te noemen. Een voorbeeld van technocratisch gedram dat het begrip wethouderssocialisme een rampzalige naam geeft. De kiezers hebben in menige gemeente kans op echte invloed.

opklaringen@nrc.nl; twitter: @marcchavannes

    • Marc Chavannes