Door haar werk zal zij voor altijd aanwezig blijven

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat. Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

Mijn moeder kende zoveel mensen, in binnen- en buitenland. Ze heeft rondgereisd over de hele wereld. Ze heeft reisverhalen geschreven, voor Elsevier, voor de NRC.

„Het bekendst is ze door haar beeldhouwwerk. Een beeld van prins Bernhard, dat voor de Bernhard Kazerne in Amersfoort staat, is van haar hand. En het KNIL- monument op Landgoed Bronbeek in Arnhem. Maar vooral heeft ze portretten gemaakt, van tientallen, misschien wel honderden mensen. Ideoplasmen, beeldhouwwerk dat een gevoel of emotie weergeeft, was een belangrijk deel van haar werk.

„Je moeder verliezen zal voor iedereen moeilijk zijn. Maar door haar werk is zij over de hele wereld ‘aanwezig’. Dit maakt dat ze nog steeds een beetje bij mij op aarde is. Maar tegelijk is ze er niet meer, haar leven is voorbij, helaas. En dat wil ik eigenlijk niet. Ik wil dat ze er nog is.

„Ze was een moeder met wie je echt alles kon bespreken. Ze kon luisteren, ze was ruimdenkend, ze gaf je haar eigen opvattingen – een vrouw met veel levenservaring en een brede horizon. Heel geëmancipeerd voor iemand van haar generatie. Dat heeft ze overgedragen op mij en mijn twee zusjes, waarvoor we haar dankbaar zijn.

„Ze is 81 jaar geworden, na een mooi leven. Ze heeft zelf, uit volle overtuiging, gekozen voor euthanasie. Toch vond ik haar dood een heftige en ook surrealistische ervaring: het ene moment ben je nog volop met haar in gesprek, het andere moment is ze er niet meer.

„Ik ben hartstikke nuchter van karakter, en niet gelovig of zo, en toch voel ik, op allerlei manieren, nog altijd haar geest. Op het moment van haar overlijden viel er een kaart op de grond, bij een wand met tientallen kaarten en kindertekeningen in haar kamer. Het was precies die ene, laatste kaart die ik aan haar had gestuurd. Een soort van afscheid?

„Ze had drie kleinzonen en één kleindochter, die ze de koosnaam Vlinder had gegeven. Soms, als we met z’n allen zijn, dwarrelt er nu een vlinder voorbij. Dan is het net alsof m’n mamaatje nog even komt kijken. Zoiets valt me dan in, als een troostende gedachte.

„Bij een toevallige, mooie ontmoeting met iemand, denk ik wel eens: die heeft mama op mijn pad gestuurd. ‘Dankjewel, mam’, zeg ik dan in mezelf tegen haar.

„Zeker een half jaar na haar dood stond ik nog met de telefoon in m’n hand om haar iets te vragen of te vertellen. Pas na enkele seconden, als ik het nummer al had ingedrukt, realiseerde ik me dan: o nee, dat kan niet meer. In mijn mobiel staat ‘pa en ma’. Dat laat ik zo. Ik ga mijn moeder echt niet ‘deleten’.

„Najaar 2011, winter 2012 kreeg ik alles te verduren wat je liever niet meemaakt: mama overleed half oktober, in januari kreeg ik te horen dat mijn baan bij de Luchtmacht was ‘weggeschreven’, in maart zei mijn partner dat hij een einde maakte aan onze relatie. Daar zit je dan. Mijn verdriet over hem kon ik niet meer bij haar kwijt en mijn verdriet over haar niet meer bij hem.

„Ach, weet je, het is allemaal wel weer goed gekomen. Ander huis gevonden en ingericht, in een dorp verderop; andere auto, andere baan gevonden.

„En leve de dorpsmens! Ik heb zo geweldig veel steun gehad van de mensen in mijn straat, mijn buurt, de clubjes: kom je eten, ga je mee naar de film, fietsen, naar een tentoonstelling? Het heeft me de nodige tranen en tijd gekost, maar het leven is gaandeweg weer leuk geworden, ik heb niks te klagen.

„Aan de ene kant moet je niet in het verleden blijven hangen. Aan de andere kant voel ik sterk de behoefte iets te doen met de nalatenschap van mijn moeder. Ik zou een fotoboek willen maken over haar werk, van alle unieke foto’s die ze ooit van mensen heeft gemaakt. Ze was goed georganiseerd: ze heeft alle artikelen bewaard die ze ooit heeft geschreven, recensies van tentoonstellingen van haar werk, ze heeft heel veel mensen gefotografeerd.

„Mijn moeder is Sloveense van geboorte. Als kind heeft ze in de Tweede Wereldoorlog met de partizanen in de bergen gezeten, er zijn foto’s van haar in een uniform.

„Ieder heeft z’n eigen manier om het verleden een plek te geven. Mijn vader heeft vooral de tijd die achter hem ligt, mijn zusjes en ik hebben nog de nodige toekomst voor de boeg. Ik mis mijn mamaatje nog iedere dag en dat zal voor altijd zo blijven. Alles wat aan haar herinnert, zal op den duur wel z’n plek vinden. Een stevige plek in mijn hart heeft ze al.