Verplicht, maar veel te vaak nutteloos

Om te bepalen of chemicaliën en medicijnen veilig zijn, worden verplichte maar nutteloze dierproeven gedaan. Verscheidene Nederlandse wetenschappers noemen in deze krant verplichte dierexperimenten in hun vakgebied die net zo goed achterwege kunnen blijven.

Er bestaan betere alternatieven (labtests zonder dieren of dierproeven met minder leed) maar die worden niet in de regels opgenomen. Zo is het voor de toelating van bepaalde geneesmiddelen in Europa verplicht om ze gedurende twee jaar aan muizen toe te dienen, om te controleren of de dieren daarvan kanker krijgen. Maar als de muizen vervolgens tumoren ontwikkelen, negeren de geneesmiddelenautoriteiten die uitslagen. Ze weten uit ervaring dat de resultaten niet betrouwbaar zijn.

Dit is al sinds 1997 bekend. Toch wordt de muizenproef nog altijd uitgevoerd, omdat de autoriteiten van Europa, de VS en Japan het niet samen eens werden over afschaffing. Zulke complexe internationale regels (die ook voor de toelating van chemicaliën bestaan) belemmeren vernieuwing, vinden de onderzoekers.

Het is onbekend hoeveel van deze dierproeven zinloos zijn. In het vakgebied bestaat echter al langer kritiek op het gebrek aan vernieuwing. In 2009 schreef de Duitse toxicoloog Thomas Hartung in het invloedrijke tijdschrift Nature dat het systeem al veertig jaar geleden „in slaap” is gevallen.

Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken, PvdA) schreef vorige week in haar plan van aanpak voor vermindering van dierproeven dat ze onderzoek wil doen naar ‘belemmerende wetgeving’ voor de invoering van alternatieven voor dierproeven.

    • Hester van Santen