De oude reuzen doen het niet meer – maar wie volgt hen op?

Veel Nederlandse coaches in het buitenland zijn dit seizoen ontslagen. En de aanwas van toptrainers stokt.

Martin Jol moest in december weg bij Fulham. Foto Javier Garcia/BPI/REX

Zouden de Spaanse voetbaltrainers zich afficheren als de Picasso’s van deze tijd? Zien Italiaanse coaches zichzelf als moderne Da Vinci’s? De Nederlandse trainers hebben in elk geval geen moeite met dergelijke vergelijkingen, blijkt uit de website van de belangenvereniging Coaches Betaald Voetbal (CBV): „Voetbal is een kunstvorm. [...] Onze voetbaltrainers zijn de Rembrandts van nu. De Nederlandse trainer/coach heeft ook zijn eigen, herkenbare stijl van mooi en aanvallend voetbal met typerende buitenspelers.”

Johan Cruijff en Louis van Gaal bij Barcelona, Leo Beenhakker en Guus Hiddink bij Real Madrid, Louis van Gaal bij Bayern München – de Europese grootmachten profiteerden jarenlang mee van de wijsheden van Nederlandse trainers. „Noem ons de Cultuurdragers van het Nederlandse voetbal”, stelt de belangenvereniging. Cultuur met een grote C, dus. Op de website staat, afgedrukt op foto’s van Hiddink, Frank de Boer en Ronald Koeman, een watermerk met de tekst ‘De Hollandse School. CBV sinds 1996’.

Maar aan die Hollandse School bestaat niet zo veel behoefte meer. Goed, enkele clubs in nood wendden zich dit seizoen tot een Nederlander, van HSV en FC Nürnberg tot AC Milan en Fulham. Gertjan Verbeek doet het in Beieren na een stroeve start inmiddels aardig, en Clarence Seedorf is pas begonnen in Milaan. Maar Bert van Marwijk (HSV) en René Meulensteen (Fulham) moesten vertrekken, omdat ze nog bedroevender presteerden dan hun voorganger. Ook Martin Jol (de voorganger van Meulensteen bij Fulham) en Mario Been (RC Genk) moesten dit seizoen weg wegens een gebrek aan resultaten.

Behalve in Neurenberg en Milaan zitten er nog Nederlandse coaches in Berlijn, waar de relatief onbekende Jos Luhukay uitstekend presteert met Hertha BSC, in Brussel, waar John van den Brom steevast onder vuur ligt bij Anderlecht, en even onder Antwerpen, waar Stanley Menzo met Lierse SK aan de onderkant van de Belgische middenmoot vertoeft. Maar een Nederlandse coach lijkt geen aanbeveling meer voor buitenlandse (top)clubs.

Het verschil met het seizoen 2005-2006, bijvoorbeeld, is aanzienlijk. Toen werd Frank Rijkaard kampioen met FC Barcelona en Co Adriaanse met Porto. Ronald Koeman haalde met Benfica de kwartfinale van de Champions League en Martin Jol werd vijfde met Tottenham Hotspur. Bert van Marwijk leidde Borussia Dortmund, maar werd ontslagen.

Het waren er niet meer dan nu, maar ze trainden wel clubs in de Europese top of subtop. Van de vijf buitenlandse clubs in de aansprekende competities die nu nog door een Nederlander worden gecoacht, is met enige fantasie alleen AC Milan nog een topclub te noemen.

Een zorgwekkende ontwikkeling, vindt ook voorzitter Leo Beenhakker van de Coaches Betaald Voetbal. „We kunnen er alleen zo weinig aan doen. Een trainer komt pas in beeld bij een topclub als hij internationaal scoort. Als dat wegvalt, zoals in Nederland het geval is, wordt de belangstelling minder.”

Wat meespeelt, is volgens Beenhakker dat buitenlandse clubs niet zitten te wachten op een coach die tijd nodig heeft om zijn elftal een bepaalde speelwijze aan te leren. „Of de trainer nou met vleugelspelers of op de counter speelt, maakt ze niet uit. Als er maar wordt gewonnen. En daar zit ook een manco. Overal waar ik kom, of dat nou in Engeland, Spanje of Duitsland is, krijg ik hetzelfde te horen: jullie zijn geweldig in het opleiden van jonge spelers, maar jullie winnen nooit wat.”

Om bij een buitenlandse topclub aan de slag te kunnen, hebben ook trainers tegenwoordig een goede zaakwaarnemer nodig. Zo zei Bert van Marwijk in september vorig jaar, toen hij ruim een jaar zonder baan zat, in deze krant dat er „misschien wel deuren” voor hem dicht bleven omdat hij geen zaakwaarnemer had. „Als een club me echt wil hebben, dan weten ze me wel te vinden. Op die manier wil ik het ook doen. Ze moeten mij vragen omdat ze vertrouwen in me hebben.” Even later werd hij gevraagd door HSV, waar hij dus ook al weer weg is. Inmiddels worden zijn zaken behartigd door de Nederlandse Italiaan Mino Raiola, ook wel de meest invloedrijke zaakwaarnemer ter wereld genoemd.

Maar Beenhakker relativeert het belang van een goede zaakwaarnemer. „Prestaties blijven toch het belangrijkst. Toen ik in 1981 naar Real Zaragoza ging, had ik geen zaakwaarnemer. Ik had het aardig gedaan bij Ajax. Dat viel kennelijk op. Dan moet je ook een beetje de mazzel hebben dat je in een bepaald pulletje valt.”

Europese topclubs mogen inmiddels dan voor andere nationaliteiten kiezen, onder de radar zijn er wel degelijk Nederlanders actief. Beenhakker schat dat er ongeveer honderd landgenoten in het buitenland werkzaam zijn, bijvoorbeeld in de jeugdopleiding of in de scouting. Zo begint Andries Jonker dit jaar als hoofd opleidingen bij Arsenal en vervult Henk van Stee dezelfde functie bij Zenit Sint-Petersburg.

Mark Wotte, oud-trainer van onder meer FC Utrecht, Willem II en de Egyptische topclub Ismailia SC, werkt tegenwoordig als performance director van de Schotse voetbalbond. In die hoedanigheid heeft hij alle nationale jeugdploegen onder zijn hoede.

Nadat zijn dienstverband in Egypte vanwege de revolutie aldaar was opgehouden, werd Wotte gebeld door een in Londen gevestigd headhuntersbureau. „Zij zochten, in opdracht van de voetbalbond, iemand die het Schotse voetbal op een hoger plan kon krijgen.” In die gesprekken, zegt Wotte, kwam zijn Nederlandse kijk op voetbal zeker ter sprake, bijvoorbeeld zijn voorkeur voor een spelsysteem met specifieke buitenspelers. „Ik was in Nederland betrokken geweest bij de invoering van het Masterplan Jeugdvoetbal, samen met Louis van Gaal en Andries Jonker. Onze opleiding staat nog altijd heel hoog aangeschreven. Toen ik in Schotland kwam, had het land zich al dertien jaar niet gekwalificeerd voor een eindtoernooi. Daarom wilden ze per se geen Schot benoemen. Het moest anders.”

Met jeugdspelers vanaf twaalf jaar is Wotte aan de slag gegaan om de nadruk te verleggen van „kracht en lange halen” naar „techniek en creativiteit”. In Nederland, zegt hij, breken er nog altijd specifieke buitenspelers door, zoals Jean-Paul Boëtius, Memphis Depay en onlangs weer Ricardo Kishna. „Het is nog wat vroeg om te stellen dat dat type spelers ook in Schotland eraan komt, maar de jeugdteams halen wel betere resultaten dan voorheen.”

Het gebrek aan Nederlandse coaches bij Europese topclubs is „een momentopname”, aldus Wotte. „Guus Hiddink en Dick Advocaat zijn heus nog in trek, maar werken nu liever in Nederland.” Aan dat rijtje met zestigers kan nog de naam van bondscoach Louis van Gaal worden toegevoegd. Daaronder stokt de aanwas. Pas met de 43-jarige Frank de Boer en de 37-jarige Clarence Seedorf is er weer enige hoop op Europese topcoaches in wording.

Tenzij Ronald Koeman (50) alsnog zijn belofte in het buitenland weet waar te maken. De trainer van Feyenoord liet gisteren doorschemeren dat hij volgend jaar wellicht weer buiten de landsgrenzen aan de slag gaat.