De clown snap ik, ook de droevige

Maarten Heijmans (30) speelde Ramses Shaffy in de dramaserie Ramses. Volgende week is hij te zien op toneel als de danser Vaslav Nijinksi, in de theaterproductie Vaslav. „Mijn Ramses had ook heel goed een Hans Teeuwen-personage kunnen zijn.”

Natuurkracht

„Shaffy kun je niet ‘braaf’ doen. Ik probeerde me bij het spelen steeds volledig over te geven aan het moment. Dat kon, omdat dat personage erom vroeg. Maar als ik – ik zeg maar wat – Nick uit Who’s Afraid of Virginia Woolf? moet spelen, of een man bij de bakker, heb ik het veel lastiger. Shaffy is een soort natuurkracht. Die kan je groot spelen, grotesk zelfs. En juist in dat groteske kan ik de kern raken. Maar hoe normaler een personage is, des te moeilijker is spelen voor mij. Ik heb sinds de opnames van Ramses alweer rollen gespeeld waarbij ik dacht: waarom spettert het nou niet? Ramses was mijn belangrijkste rol tot nu toe, maar het is niet zo dat ik nu dichter bij ‘het geheim’ gekomen ben. Die mate van overgave heb je gewoon niet altijd. En soms denk ik wel: misschien was dit het. Misschien zal ik nooit meer zo samenvallen met een rol.”

Vaslav

„Vaslav Nijinski is ook een extreem personage, maar veel meer verinnerlijkt. In de visie van Arthur Japin is hij eigenlijk te slim en te gevoelig voor zijn omgeving. Hij kan zich niet staande houden en dus trekt hij zich terug uit de wereld. Arthur suggereert dat zijn opname in het gesticht een keuze was. Ik denk eerder dat hij echt geestesziek was, maar die romantisering werkt dramatisch goed. Hoe hij het aanpakte was ook wel heel theatraal. Na een optreden, voor een volle zaal, zei hij: ik ben een beetje moe, en daarna heeft hij nooit meer een woord gesproken. Nijinski was geestesziek, maar geniaal. Hij was zijn tijd ver vooruit. Zijn choreografieën wekten enorme woede op, er braken vechtpartijen uit in de zaal. En als hij danste was hij kennelijk een god.”

Bluffen

„Dat gaan wij niet imiteren op toneel, want ik ben geen dansgod; verre van. Voor deze rol heb ik twee maanden balletles gehad. Nu weet ik ongeveer hoe ik in de tweede positie mijn arm moet houden, en nog is het niet goed. De zang van Ramses, daar kon ik me nog wel een beetje doorheen bluffen. Maar een danser danst al zijn hele leven, dat zit allemaal in dat lichaam, dat kan je niet faken. Ik let wel op mijn loopje, en op mijn houding. Van nature heb ik een luie houding: ineengedoken, schouders opgetrokken. Bij een danser is het precies andersom. Voor het zingen bij Ramses heb ik een jaar met een stemcoach gewerkt om meer vanuit mijn buik te leren ademen. Dat moet ik nu weer afleren, want een danser ademt juist vanuit de borst. Een moeilijke switch; ik moet mezelf een totaal andere fysiek aanleren.”

Zelfonderschatting

„De verwachtingen na Ramses zijn hooggespannen. Dat is best eng. Spelen levert stress op; je wordt constant beoordeeld. Ik kan mezelf daarin flink somber denken. Dan heb ik het gevoel dat ik het publiek straf met mijn aanwezigheid op toneel, en voel me daar enorm schuldig over. Een goeie recensie of mooi applaus compenseert dat niet. Als ik slecht sta te spelen ervaar ik dat applaus puur als een formaliteit. Daar prik ik zo doorheen. Wat betekent dat, dat een paar honderd mensen heel hard hun handen tegen elkaar aan slaan? Ik heb liever dat een lief iemand er iets moois over zegt. En toch, je gaat daar wel staan omdat je denkt dat je iets kan. Dat is die rare combinatie van zelfonderschatting en zelfoverschatting.”

Mongolië

„Shaffy’s daadkracht en zorgeloosheid spreken mij aan. Ik ben eerder voorzichtig en bangig. Maar dat mag niet van mezelf, dus doe ik extreme dingen om het te compenseren. In je eentje op de motor door Mongolië trekken klinkt stoer, maar het is eigenlijk een bang iemand die besluit: en nu ga je wat doen! Net als Vaslav kan ik het gevoel hebben dat ik overal een beetje buiten sta. Een toeschouwer. Als kind kon je me ergens in een hoekje neerzetten en dan zat ik daar drie uur later nog, te kijken. Ik kan mezelf soms echt opsluiten thuis. Alleen maar eten bestellen. Dan moet ik mezelf dwingen om weer naar buiten te gaan. Zodra ik de buitenlucht ruik is het weer goed. Natuurlijk ben je net zo goed onderdeel van de schoonheid en het verdriet als iedereen, maar je moet wel de sprong durven wagen. Misschien ben ik daarom wel acteur geworden; dan kun je niet eindeloos in de coulissen blijven zitten. Je móet op.”

Al Pacino

„Ik heb nooit gedacht: ik word de nieuwe Al Pacino. Het was meer Charlie Chaplin, Hans Teeuwen, Jim Carrey. Op de middelbare school bedacht ik altijd sketches en grappige liedjes met een vriendje. Ik wilde naar de kleinkunstacademie om leuke onzin te maken. Zoals De Vliegende Panters: goed gemaakte nonsens. Dat viel op zijn plek bij Ramses. De manier waarop ik hem speelde had wel een soort absurditeit. Rembo & Rembo. Mijn Ramses had ook heel goed een Hans Teeuwen-personage kunnen zijn.”

Normale mannen

„Ik heb affiniteit met de clown, ook de droevige. En de meester-clown, dat is natuurlijk Pierre Bokma. Te zeggen dat ik me verwant aan hem voel, voelt al te hoog gegrepen. Maar de clown snap ik. Hoe iemand als Jacob Derwig ogenschijnlijk eenvoudig maar stiekem meesterlijk gestalte kan geven aan heel normale mannen, daar kan ik echt niet bij. Op school zeiden ze altijd tegen mij: speel nou eens normaal, Maarten! Zeg nou eens gewóón je tekst. Maar dat zit er misschien gewoon niet in.”

Roes

„De Toneelschool en de eerste jaren erna waren één grote roes. ’s Avonds spelen, dan drinken tot diep in de nacht, de volgende dag om één uur opstaan en dan meteen de bus weer in om ergens in het land te gaan spelen. Het was geen leven waar ik op de lange termijn gelukkig van zou zijn geworden. Vrienden van mij zagen dat ook, en die hebben me twee jaar geleden een meditatiecursus cadeau gedaan. Dat heeft grote impact gehad. Vergelijk het met die reis naar Mongolië. Daar sta je dan, middenin de steppe, en zo ver als je kunt kijken is er niets. Dat is een soort nulpunt. Terwijl, zoals wij leven in de stad – daar is alles vormgegeven en bedacht. Voor elke kant die je opgaat is een weg aangelegd. In zekere zin is het een groef waar je in zit. Het ligt vast, je bent niet vrij. Met meditatie zoek je bewust dat nulpunt weer op. Mediteren maakt je bewust dat de keuzes die je maakt ook groeven zijn. Daar probeer je uit te komen, en dat lukt eigenlijk nooit. Maar het gaat erom dat je het probeert, dat je je bewust blijft dat er meer is daarbuiten. Dat is fijn om te beseffen soms, in dit vak.”

Loopje

„Ken je dat gevoel als je naar een inspirerende voorstelling of een mooi concert gaat, dat alles wat je ‘moet’ in het leven even wijkt? Het is er nog wel, maar het stuurt je niet meer. Als je dan opstaat uit je stoel kan het zijn dat je even helemaal samenvalt met wat je hebt gezien. Dat duurt meestal maar het loopje tot de deur van de zaal. Maar het is zo’n mooi gevoel. Dat gevoel zoek ik op door te mediteren.”

Hamburger

„Sinds de meditatiecursus let ik beter op mijn gezondheid. Je lichaam is niet je tempel, nee, jij bent het gewoon. De cellen die ik nu heb zijn aangemaakt door de spullen die ik vijf dagen geleden heb gegeten. Ik bén die avocado. Die vette hamburger op je bord? Daar lig je zelf.”

    • Andreas Terlaak
    • Herien Wensink