Data uit Burum leiden naar piraten en terroristen

Het zijn spectaculaire beelden. De diepblauwe zee, het strijklicht van de ondergaande zon, de donkere silhouetten van de bergen op de Somalische kust. De zes piraten op de boeg van het houten vrachtschip, die angstig hun armen in de lucht houden. Aan de achtersteven heeft een rubberboot aangemeerd. Een marinier hijst zich aan boord. Dan volgt de rest van het boarding team, geweren in de aanslag.

Door Steven Derix en Huib Modderkolk

De videobeelden zijn gemaakt vanaf Hr. Ms. Rotterdam. Op 13 augustus 2012 speelde het amfibische transportschip van de Koninklijke Marine een hoofdrol bij de bevrijding van een Pakistaans vrachtscheepje, een dhow, voor de kust van de noordelijke regio Puntland.

Achter de bevrijding van de dhow gaan twee verhalen schuil. Het eerste verhaal gaat over de samenwerking van internationale zeemachten voor de kust van Somalië. De successen daarvan zijn breed uitgemeten in de pers. Ben Bekkering, commandant van de Rotterdam, kwam zelfs tekst en uitleg geven in Pauw & Witteman.

Het tweede verhaal is een staatsgeheim. Dat verhaal gaat over de uitruil van inlichtingen en technologie door Nederland en de Verenigde Staten.

De samenwerking van inlichtingendiensten is normaal gesproken staatsgeheim. Maar door toedoen van voormalig medewerker Edward Snowden kwamen vorig jaar tienduizenden documenten van de National Security Agency (NSA) in handen van een select groepje journalisten. De stukken laten zien dat de Amerikaanse inlichtingendienst NSA de spil is in een internationale ruilhandel van afgeluisterd telefoon- en internetverkeer.

Ook Nederland doet daar aan mee. In september publiceerde het Duitse weekblad Der Spiegel een NSA-document over Nederland. Aanvankelijk leek de grafiek, met als titel ‘Netherlands – 30 days’ erop te wijzen dat de NSA in december 2012 1,8 miljoen Nederlandse telefoongesprekken had onderschept. Vorige maand liet het kabinet weten dat dat heel anders ligt. De 1,8 miljoen telefoongesprekken, zo schreven minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) en Hennis (Defensie), waren niet door de Amerikanen, maar door de Nederlandse diensten ‘geïntercepteerd’, en gedeeld met de NSA. Geen Amerikaanse, maar Hollandse spionage dus.

Twee nieuwe documenten kleuren het beeld nu verder in. Nederland, zo blijkt, onderschept op grote schaal Somalisch telefoonverkeer en deelt dat met de NSA. De Nederlanders gebruiken de telefoongegevens voor de bestrijding van piraten. Maar de Amerikanen gebruiken de data misschien ook voor iets anders: het liquideren van terrorismeverdachten door aanvallen met bewapende drones.


Er zijn goede gronden om te vermoeden dat het publiceren van bepaalde informatie legitieme operaties kan verstoren en mensenlevens in gevaar kan brengen. Daarom heeft NRC Handelsblad namen en telefoonnummers van verdachten onleesbaar gemaakt, net zoals technische details over de manier van onderscheppen.

22 grote en kleine schotels

In de officiële versie van de bevrijding van de Pakistaanse dhow kwam de eerste melding van de havenautoriteit in de noordelijke havenplaats Bosaso. In werkelijkheid begon de actie met informatie uit Nederland. Een Frans fregat van de EU ging op jacht. Maar toen de Fransen de gekaapte boot onderschepten, waren de piraten al gevlogen. Tot twee keer toe stapten de piraten over op een ander schip, als bankrovers die wisselen van vluchtauto. Toch werden ze ingerekend door het schip de Rotterdam, vlak onder de kust van Puntland. „De piraten beginnen de druk van de internationale zeemacht te voelen”, zei Bekkering voor de camera van Defensie. „We krijgen overal informatie vandaan. Zelfs van de havenautoriteit van Bosaso.”

Wat commandeur Bekkering niet vertelde, is dat actie begon met informatie uit Nederland. Begin augustus meldde de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) aan commandant Bekkering dat er „een piraterij-gerelateerd gesprek” was opgevangen. Dat staat in een geheime presentatie van de MIVD.

Het gesprek was opgepikt door de Nationale Sigint Organisatie (NSO), het samenwerkingsverband van de MIVD en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) dat verantwoordelijk is voor het onderscheppen van signals intelligence. Signals intelligence, afgekort SIGINT, zijn inlichtingen uit telecommunicatie. Op het NSO-grondstation in het Friese Burum, wijzen 22 schotels naar de hemel, waar communicatiesatellieten in hun baan hangen. Een deel van het wereldwijde telefoonverkeer dat via de satelliet wordt verstuurd, kan in Burum worden onderschept. Ook Somalisch telefoonverkeer.

In de tweede helft van 2012 voerde Nederland het commando over het NAVO-flottielje voor de Somalische kust. En om die rol goed in te vullen, moest commandant Bekkering kunnen beschikken over goede inlichtingen. Voor vertrek uit de haven van Den Helder vroeg de MIVD aan de Amerikanen om technische hulp voor het onderscheppen van lokaal telefoonverkeer. Daar is gespecialiseerde apparatuur en software voor nodig. Of de Amerikanen de spullen wilden leveren die de Nederlanders nodig hadden?

Ja, was het antwoord, blijkt uit een geheim NSA-document. En de Amerikanen hadden goede reden om in te stemmen. „De toegang van de NSA tot de communicatie van de piraten is ingezakt”, schreef de dienst in een intern document. In 2012 begonnen de piraten de druk van de internationale zeemacht te voelen. In reactie daarop gingen steeds meer piraten over op ander handwerk: mensenhandel, het smokkelen van drugs en wapens. „De piraten zijn overgeschakeld naar operaties op het land”, schreef de NSA, „en de NSA heeft geen toegang tot Somalische (…) communicatie.”

De Nederlanders kunnen helpen. Na de succesvolle aanhouding onder de kust van Puntland, op 13 augustus 2012, gingen de Nederlanders door met het onderscheppen van telefoonverkeer, zowel met het grondstation in Burum, als vanaf de Rotterdam. „In het kielzog van de speciale operatie”, schrijft de NSA, „kon door interceptie in Nederland en (…) in Somalië (…) een aan piraterij gerelateerd netwerk” in kaart worden gebracht.

Exclusieve club

Samenwerken loont dus. En inlichtingendiensten weten dat al heel lang. De Verenigde Staten wisselen al sinds WOII signals intelligence uit in een exclusieve club van Angelsaksische landen die bekend staat als de Five Eye Community. De MIVD werkt al decennia samen met Europese partners. Door het uitwisselen van SIGINT krijgt de MIVD toegang tot communicatiesatellieten die de schotels in Burum niet kunnen ‘zien’. De capaciteit van een kleine dienst als de MIVD is beperkt. Ruilen met partners vergroot de armslag.

Sinds 2006 deelt Nederland ook intensief telecommunicatie met de VS. De Nederlandse missie in Uruzgan, zo stellen goed ingelichte bronnen, heeft de samenwerking met de NSA „in een stroomversnelling” gebracht. In 2011 kwam er een einde aan de Nederlandse missie in Afghanistan, maar niet aan de samenwerking met de NSA. Nog steeds, zo stellen bronnen, gaat er een constante stroom van telefoondata van Burum naar de NSA.

Nederland is niet het enige land dat dat doet. Een NSA-overzichtskaart die NRC Handelsblad publiceerde, laat zien dat de Amerikanen naast de eigen satellietschotels kunnen beschikken over veertig grondstations van bondgenoten, over de hele wereld.

Tussen de 10 en 24 slachtoffers

Nederlandse diensten, zo benadrukken bronnen, verzamelen geen data in opdracht van de Amerikanen. Het Somalische telefoonverkeer dat in Burum wordt onderschept, is bedoeld voor het ondersteunen van de Nederlandse missie in de Golf van Aden. Maar de Amerikanen doen er waarschijnlijk iets heel anders mee.

De Amerikanen krijgen overigens niet de inhoud van de gesprekken. Die hebben de Nederlanders wel, maar de Amerikanen krijgen alleen metadata, de technische kenmerken van het gesprek: het tijdstip waarop is gebeld, het nummer van de beller, of het nummer van de persoon die wordt gebeld.

Volgens het Britse onderzoeksbureau Bureau of Investigative Journalism hebben de VS sinds 2011 tussen de vijf en acht aanvallen met drones in Somalië uitgevoerd. Daarbij zijn waarschijnlijk tussen de 10 en 24 slachtoffers gevallen. Volgens de Amerikanen gaat het in de meeste gevallen om leidinggevenden van de extremistische Al-Shabaabbeweging, die zich vorig jaar openlijk lieerde aan Al-Qaeda.

Bij deze ‘targeted killings’ spelen metadata een cruciale rol, zo blijkt uit onderzoek van de Amerikaanse website The Intercept van journalist Glenn Greenwald. Geheime NSA-documenten laten zien dat de afluisterdienst nauw samenwerkt met de CIA en het Joint Special Operations Command (JSOC), het Amerikaanse hoofdkwartier dat de aanvallen uitvoert.

Greenwald en zijn collega Jeremy Scahill spraken met een piloot die drones op afstand bestuurt. Hij vertelde dat de Amerikanen zwaar leunen op onderschepte telecommunicatie. „Bijna 90 procent van alles wat leidde tot een luchtaanval of een nachtelijke raid was daarop gebaseerd”, aldus de dronepiloot. „Dat wist je omdat er in de rapporten na afloop stond: ‘deze missie is gebaseerd op SIGINT’.”

Bij het selecteren van potentiële doelen put de NSA uit de grote hoeveelheden data die dagelijks worden verzameld – door de VS, en door bondgenoten als Nederland. Met krachtige computersystemen kunnen in een fractie van een seconde verbanden worden gevonden tussen miljoenen nummers over de hele wereld. Maar de vraag is of de uitkomsten altijd betrouwbaar zijn. Tegenover Greenwald en Scahill was de dronepiloot kritisch. „De NSA ontwikkelt een patroon, waarbij ze begrijpen hoe iemands stem klinkt, wie zijn vrienden zijn, wie zijn commandant is, en wie zijn ondergeschikten. Dat stoppen ze in een matrix. Maar het klopt niet altijd.”

Aanvallen met drones zijn internationaal omstreden. Volgens tellingen van het Bureau of Investigative Journalism zijn in de afgelopen jaren bij aanvallenin Pakistan, Jemen en Somalië ten minste 273 burgerslachtoffers gevallen.

Speelt Nederland daar een rol in? Bij de MIVD weten ze het niet. Inlichtingendiensten vertellen elkaar niet wat ze doen met de informatie die ze delen. Bronnen van deze krant blijven het liefst verre van van een Nederlandse bijdrage aan het omstreden droneprogramma. Eén ding staat vast: het Somalische telefoonverkeer dat met de Amerikanen wordt gedeeld is afkomstig uit heel Somalië: van de piratennesten in Puntland tot de trainingskampen van Al-Shabaab in het zuiden. Zitten daar ook nummers van extremisten tussen? Een van de bronnen kijkt moeilijk. „Dat kán het geval zijn.”