Beschaafde spraakjuf die vilein uit de hoek kon komen

Foto HH

Ze heeft haar 104de verjaardag nog stralend gevierd, half februari, in het verzorgingstehuis in Middenbeemster waar ze haar laatste jaren doorbracht. „Maar ze was wel toe aan haar einde”, vertelt tv-regisseur Nico Knapper. Tien dagen na die drukbezochte verjaardag stierf Georgette Reyevski, de oudste actrice van Nederland. Al had ze sinds de jaren negentig niet meer gewerkt. Haar laatste rollen speelde ze in de populaire comedyserie Zeg ‘ns Aaa, als de moeder van dokter Van der Ploeg, en in Medisch Centrum West, als een oude dame die euthanasie wilde. „Dat sloeg indertijd in als een bom”, aldus Knapper die beide series regisseerde.

Georgette Reyevski was de dochter van een Russische vader en een Belgische moeder, die tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Nederland vluchtte. Na haar eindexamen aan de Amsterdamse toneelschool, in 1932, stond ze meteen naast de groten van destijds. Maar toen alle acteurs zich tijdens de Tweede Wereldoorlog verplicht moesten aansluiten bij de nazistische Kultuurkamer, weigerde ze. Ze verliet het toneel en ging logopedie studeren. Zo kon ze na de bevrijding niet alleen terugkeren als actrice, maar ook uitgroeien tot de grootste spraaklerares voor acteurs. Decennialang gaf ze tientallen toneelspelers les. „Zelf sprak ze damesachtig”, zegt haar ex-leerling Jan Simon Minkema. „Maar wij hoefden van haar niet ook zo chic te leren spreken. Ze wilde dat we authentiek bleven. Ze had alleen een gruwelijke hekel aan de lelijke ij’s die je tegenwoordig hoort. Daar moesten we hard aan werken”.

„Haar motto was goed leren spreken zonder te overdrijven”, beaamt actrice Wivineke van Groningen.

Haar eigen lichtgeaffecteerde voordracht kwam Georgette Reyevski het best van pas toen ze tussen 1960 en 1963 – in totaal 854 voorstellingen lang – groot succes oogstte als de moeder van de door Wim Sonneveld gespeelde professor Higgins in de musical My Fair Lady. „Ze was een keurige mevrouw die een echte dame speelde”, verklaart Seth Gaaikema, die de musical vertaalde.

Knapper leerde haar kennen als „een wonder van wellevendheid, vriendelijk, beleefd, niet op de voorgrond tredend”.

„Maar ze was geen watje!” vult Minkema aan. „Ze kon best fel zijn. Als je je les niet had geleerd, riep ze dat ze haar tijd niet wenste te besteden aan iemand die zijn best niet deed”. „Ze was een beschaafde dame, die heel vilein en geestig uit de hoek kon komen”, zegt Van Groningen. „Een actrice van de oude stempel die van wanten wist”.