Beperk voor advocaten het verschoningsrecht

Zolang advocaten en notarissen moeten zwijgen over financiële transacties van verdachten, kunnen de echte grote winsten van criminelen niet worden getraceerd. Dergelijk verschoningsrecht gaat in het buitenland meestal veel minder ver, schrijft Vincent Leenders.

In de opmaat naar een fraudedebat in de Tweede Kamer publiceerde de PvdA onlangs een actieplan tegen fraude. Er moeten hogere en ingrijpender straffen komen, meer rechercheurs, en duidelijker taal voor zwartspaarders. Al die voorstellen helpen de overheid in de strijd tegen witteboordencriminaliteit. Er blijft één taboe: de geheimhoudingsplicht en het daaraan gekoppelde verschoningsrecht van notarissen en advocaten. Door die geheimhoudingsplicht blijft veel informatie buiten beeld die nuttig is voor een effectieve bestrijding van fraude zoals beleggingsfraude, corruptie en witwassen. Advocaten en notarissen worden -ongewild meestal- nog steeds misbruikt voor het opzetten van structuren die fraude mogelijk maken.

Criminelen hebben al lang door dat een ‘verdeel en heers’-methode effectief is, waarin informatie verdeeld wordt over verschillende geheimhouders. Zo kunnen bijvoorbeeld de mogelijk honderden miljoenen hennepwinsten, waar deze krant enige tijd geleden over publiceerde, witgewassen worden. Een advocaat of notaris die een stukje van de ‘informatiekoek’ krijgt toebedeeld, om eventjes een transport van een huis of kantoorpand, of een vennootschapsstructuur op te zetten, mist het volledige beeld en weet niet dat hij wordt misbruikt om geld wit te wassen.

Het debat over verschoningsrecht wordt nog te veel in de weg gestaan door emoties. De notarissen maakten in 2012 een grote stap. Zij leveren nu desgevraagd gegevens van gelden die lopen over hun derdengeldrekeningen (waar het geld van de koper voor de verkoper tijdelijk wordt gestald red.). Velen, vooral advocaten, vonden dat een onvoorstelbare stap, het begin van het einde. De rechtsstaat zou aan het wankelen zijn gebracht omdat een bres werd geslagen in de vrije toegang tot een geheimhouder, bedoeld om het individu te beschermen tegen de staat. De rechtzoekende werd vogelvrij verklaard, zo was de klacht.

Het argument is een simplificering van de discussie die een goed debat in de weg staat.

Het gaat heel nadrukkelijk niet om beperking van het verschoningsrecht bij advocaten die hun cliënt bijstand verlenen in een strafrechtelijk proces. Dat grondrecht staat als een huis en dat moet zo blijven. Echter voor de ene dienst van een geheimhouder hoeven niet dezelfde geheimhoudingsregels te gelden als voor de andere. Een beperking van het verschoningsrecht bij een dienst van de advocaat of notaris als adviseur bij allerhande civielrechtelijke transacties of constructies zou in de strijd tegen witteboordencriminaliteit helpen.

Het gaat dan om situaties waarin zij ook al wettelijk verplicht zijn om meldingen van ongebruikelijke transacties te doen. Te denken valt aan advies bij het opzetten van investeringsstructuren voor (buitenlandse) investeerders die –naar later kan blijken– corruptiegelden beheren. Te denken valt ook aan ‘in-house’ advocaten bij bedrijven, die aanschuiven bij managementvergaderingen. Deze advocaten zijn betrokken bij bedrijfsbeslissingen maar door hun betrokkenheid wordt hun geheimhouding van toepassing. Wanneer dan het bedrijf later verdacht wordt van strafbare feiten, wordt onderzoek daarnaar bemoeilijkt dan wel onmogelijk gemaakt. Te denken valt tenslotte aan vastgoedtransacties en de advisering daarover. Overdracht van vastgoed is een publieke taak met de notaris als wettelijke spil. Anders dan in sommige buitenlanden, is hierop in Nederland volledige geheimhouding van toepassing. Onderzoek naar witwassen van gelden via investeringen in vastgoed wordt hierdoor ernstig belemmerd.

De internationale witwasbestrijder bij uitstek, de FATF, heeft al in 2011 betoogd dat Nederland een prachtig witwasland dreigt te worden door de wel erg sterke bescherming van de geheimhouding. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld, vervalt op grond van de ‘crime fraud exception’ bij een stevig vermoeden van fraude de geheimhouding op de betreffende advisering volledig. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie nam zelf in 2008 unaniem een rapport aan waarin de geheimhouding bij vermoedens van fraude zou kunnen komen te vervallen. Met als argument: wij notarissen zijn een integere beroepsgroep en wij willen niet, bedoeld noch onbedoeld, mee gesleurd worden in een fraude. Exact waar het om gaat.

In het Finec-wetsvoorstel wordt een procedurele aanpassing voorgesteld. Om sneller duidelijkheid te krijgen over de aard van een stuk; verschoningsgerechtigd of niet. Dat is winst. Maar een oplossing is het niet.

Zolang stukken over financiële structuren van advocaten en notarissen in Nederland zonder problemen onder het verschoningsrecht kunnen worden gebracht – en daar kunnen blijven – is het maar zeer de vraag of de echte grote winsten van criminelen zullen kunnen worden getraceerd. De kans is groot dat deze winsten nog steeds stilletjes worden witgewassen en criminelen als God in Frankrijk kunnen blijven leven.

Hoe meer geld, hoe onaantastbaarder het vermogen.

De keuze is aan de Tweede Kamer.

    • Vincent Leenders