Zij brachten ons hun paasbrood, wij gaven ze plov

De oorspronkelijke bevolking van de Krim moet niets hebben van de inmenging uit Moskou De vredige relatie met hun Russische buren staat nu opeens op scherp

Krim-Tataren bidden voor een overheidsgebouw tijdens een protest. foto ap

De schemer valt op de Krim bij het binnenrijden van Bachtsjisaraj. Dit is de oude hoofdstad van de Krim-Tataren, de oorspronkelijke bevolking van het schiereiland. Boven het gerestaureerde paleis van de Tataarse Chan (keizer) verschijnt een toepasselijke moslim-maansikkel. ’s Zomers strijken toeristen neer op de terrasjes, nu is het doodstil.

De Russische eigenaresse van het kruidenierszaakje schenkt zoete koffie in. „Het is verschrikkelijk”, zegt ze, „het eerste wat die bende in Kiev deed was de Russische taal afschaffen! Straks mogen wij geen Russisch meer spreken!” Een Tataarse vrouw bijt haar in accentloos Russisch toe: „Klets niet uit je nek, Tamara. Wie heeft jullie hier ooit belemmerd Russisch te spreken?” Boos slaat ze de deur dicht.

De bezetting van de Krim door de Russen jaagt de Tataren grote angst aan. „We zijn bang voor oorlog”, zegt Diljara Seitvelijeva (63). „Na onze terugkeer uit Centraal-Azië zijn wij hier eindelijk weer tot rust gekomen. We leefden prima samen met onze Russische buren. Zij brachten ons met Pasen hun paasbrood, wij gaven hun plov [een rijstschotel, red.] als we ons offerfeest hielden. Maar nu zijn mensen die naar de Russische tv kijken een soort zombies geworden. Ze geloven alles wat daar gezegd wordt.”

De Krim-Tataren zijn fel tegen de Russische inmenging op de Krim. Aan Rusland bewaren ze slechte herinneringen, ze steunen de Oekraïense zaak. Toen op 26 februari in Simferopol het parlement bijeenkwam om te stemmen over autonomie van de Krim, protesteerden duizenden Krim-Tataren op het plein voor het parlement. De nacht daarop, om 4 uur, reden Russische pantserwagens de stad in en vatten post bij overheidsgebouwen. Sindsdien houden de Krim-Tataren zich gedeisd; ze willen de Russen geen aanleiding geven om verder in te grijpen. Krim-Tataren zijn geen Tsjetsjenen en hopen op steun van de Turken.

Zwijgende Russische militairen

In een vrijstaand huis tegen de helling boven het paleis tref ik vijf Tataarse vrouwen, allemaal familie. Eerder op de dag hebben ze geprobeerd macaroni, sinaasappels en grutten af te leveren bij de Oekraïense legerbasis buiten de stad, die is omsingeld door de zwijgende Russische militairen. Het was een gebaar van solidariteit: de Krim-Tataren steunen Maidan. Maar ze mochten hun cadeautjes niet afgeven.

Slechts een kwart van de 30.000 inwoners van het sjofele Bachtsjisaraj is Tataars. In de hele Krim wonen er nu 240.000. Net als een aantal andere kleine volkjes uit de Kaukasus werden de Tataren in 1944 op last van Stalin in veewagons naar Centraal-Azië gedeporteerd, omdat ze met de Duitsers zouden hebben gecollaboreerd. Ze werden zonder huisvesting en middelen van bestaan gedumpt in de woestijn van Oezbekistan. Bijna de helft van het volk kwam om door ziektes en ondervoeding.

In de jaren zeventig protesteerden dissidenten als de Oekraïense generaal Pjotr Grigorenko en de Tataar Moestafa Dzjemiljov tegen de vervolging van de Krim-Tataren. Toen ze in de jaren negentig eindelijk mochten terugkeren naar de Krim, waren hun huizen en dorpen ingenomen door Russische kolonisten. De Krim-Tataren begonnen grond te bezetten en eigenhandig huizen te bouwen. Dat leidde tot wrijvingen met de plaatselijke bevolking. Geleidelijk normaliseerden de betrekkingen. Rijd nu van Simferopol naar Feodosia door de mooie glooiende heuvels en overal op de steppen zie je nieuwe dorpjes met moskeeën. De Tataren hebben een eigen bestuursorgaan, de Medzjlis, met gekozen volksvertegenwoordigers. De dissident Mustafa Dzjemiljov, die zich nu op zijn Turks Mustafa Cemiloglu noemt, is het enige Tataarse lid van het Oekraïense parlement.

In feite is de oorlog al begonnen

De crisis heeft de verhoudingen weer op scherp gezet. „De Oekraïners zijn betere broeders voor ons gebleken dan de Russen. Met het dictatoriale Rusland van Poetin willen wij niets te maken hebben”, zegt Diljara. In de jaren 90 was Oekraïne net als Rusland, zeggen de vrouwen. Maar het land is veranderd. Dat Janoekovitsj is verdreven, juichen ze toe. „Hij is een crimineel.” De Tataarse vrouwen zijn heel blij dat ze deel uitmaken van een land dat – net als zijzelf – heeft geleden onder de terreur van Stalin.

Maar voor de jongere generatie heeft de afkeer van Rusland niets meer te maken met Stalin en de deportatie van hun volk, zegt Inara (35). „Wij zien hoe dictatoriaal Poetin optreedt. De Russische televisie zegt dat de rechten van de Russen op de Krim worden geschonden. Dat is allemaal gelogen. Dit is een totaal gerussificeerde regio. Alle Oekraïners hier spreken Russisch.” Maar de gepensioneerde Diljara Seitvelijeva, geboren in Oezbekistan, vreest wel degelijk voor een herhaling van de geschiedenis. „Zoiets mag nooit meer gebeuren. Maar in feite is de oorlog al begonnen.”

    • Laura Starink