Witwasser kan rustig z’n gang gaan

Miljarden euro’s worden jaarlijks witgewassen in Nederland. Maar hoe of hoeveel, dat weet de overheid niet – zelfs niet na een investering van 75 miljoen.

xxx

Zomaar een witwasmethode: de bezitter van zwart geld ‘leent’ geld aan zichzelf. Via een Zwitserse bankrekening of een buitenlandse vennootschap. Het lijkt een gewone lening tussen twee onafhankelijke partijen – en wit is het geld. Of deze: drie handlangers verkopen een huis aan elkaar door, steeds voor een te hoge prijs. Het ‘teveel’ aan geld dat wordt betaald, stroomt zo handig de onderwereld uit.

Beide vormen van witwassen hebben cryptische namen: loanback-constructie (de lening) of ABC-transactie (het huis). Maar in essentie komt witwassen altijd neer op het legaal maken van illegaal geld, zodat de herkomst ervan onzichtbaar wordt.

Na kritiek heeft Nederland afgelopen jaren extra geïnvesteerd in witwasbestrijding: 75 miljoen euro. De Algemene Rekenkamer oordeelde in 2008 dat witwassen „onvoldoende” werd voorkomen en de pakkans „klein” was. Extra geld voor opsporing en vervolging moest dat verbeteren. Maar nu, zes jaar later, weten de verantwoordelijke ministeries – Financiën en Veiligheid en Justitie – nog steeds weinig over het hoe en wat.

Hoe komt zwart geld de witte economie in? Wat zijn de grootste witwasrisico’s? Heeft die extra 75 miljoen euro ook effect gehad? Daar hebben de ministers „geen inzicht” in, concludeert de Rekenkamer in een gisteren verschenen kritisch rapport over witwasbestrijding.

Een slechte zaak, vinden de onderzoekers – een bloeiende witwasbranche is „schadelijk” voor het financiële imago van Nederland. De ministers onderschrijven de conclusies van de Rekenkamer grotendeels. Ze vinden ook dat hun inzicht nog „verbeterd kan en moet worden”, schrijven ze in een reactie in het rapport.

Witwassende tuinman

Als het aan de Rekenmaker ligt moeten de ministers bijvoorbeeld in kaart brengen hoeveel geld in Nederland wordt witgewassen, welke constructies worden gebruikt – en het liefst uitgesplitst per sector. Maar dat, zeggen deskundigen, is eigenlijk onmogelijk. Alleen al vaststellen welke sectoren gevoelig zijn voor witwassen is bijzonder lastig, zegt Brigitte Unger, hoogleraar economie aan de Universiteit Utrecht. „Dat verschuift steeds. Water vindt altijd zijn weg”. Met andere woorden: als het toezicht verscherpt in de ene sector, verhuizen witwassers door naar de volgende.

„Mensen denken bij witwassen snel aan geld afkomstig uit drugshandel, dat met ingewikkelde constructies, met vastgoed bijvoorbeeld, door criminelen wordt gelegaliseerd”, zegt advocaat Caroline de Sitter, gespecialiseerd in financieel-economisch strafrecht. „Maar het is breder. Het verborgen houden van de opbrengsten uit belastingontduiking of uitkeringsfraude valt ook onder witwassen.” Zelfs de tuinman die ‘zonder bon’ werkt en deze inkomsten niet opgeeft bij de Belastingdienst, kan witwassen worden verweten, zegt De Sitter.

Hoeveel geld in Nederland jaarlijks wordt witgewassen, is ook onduidelijk. Volgens de laatste schatting van de politie was dat in 2010 16,2 miljard euro. Maar daarbij vermeldt de politie ook: „Uiteindelijk kan er maar één conclusie standhouden: het is volslagen onbekend hoeveel er wordt witgewassen.”

Leren van Willem Endstra

Ook welke constructies gebruikt worden, is moeilijk in kaart te brengen. Die zijn namelijk talrijk, zegt Jan van Koningsveld, die 25 jaar bij de fiscale opsporingsdienst FIOD werkte en nu directeur is van het in fraude gespecialiseerd Offshore Kenniscentrum.

Een goede witwasser is volgens hem „creatief”. Behalve de loanback-constructie en de ABC-transactie kent Van Koningsveld legio voorbeelden. Witwassen via een kunstveiling bijvoorbeeld. Iemand laat een kunstobject veilen. Iets met weinig waarde maar dat toch voor veel geld wordt gekocht, door een buitenlandse vennootschap. Daarvan is de verkoper van het kunststuk toevallig ook eigenaar. Constructies variëren sterk, afhankelijk van het doel en bedrag.

Is het dan onzinnig om zoveel mogelijk gegevens in kaart te willen brengen? Dat niet, zegt hoogleraar Unger. Er staat namelijk veel op het spel: Nederland hoort bij de Europese landen die het meest kwetsbaar zijn voor witwaspraktijken, blijkt uit haar recente onderzoek naar antiwitwasbeleid in Europa. „Dat komt door de historie als handelsland en sterk ontwikkelde financiële dienstverlening. Dat is aantrekkelijk voor eerlijke mensen, maar ook voor criminelen.”

De beste manier om inzicht te krijgen in witwassen, zegt Unger, is met hulp van ervaringsdeskundigen. „We hebben veel geleerd van Willem Endstra – die heeft tijdens politieverhoren veel verteld”, zegt ze, verwijzend naar de (in 2004 vermoorde) vastgoedmagnaat en ‘bankier van de onderwereld’. „Zulke mensen zijn uiteindelijk de beste bronnen.”

    • Teri van der Heijden
    • Tim Wagemakers