Opinie

    • Menno Tamminga

Waarom is economie nog steeds belabberd?

Economie is geen exacte wetenschap en alleen daarom al moet je de ramingen van het Centraal Planbureau nemen voor wat ze zijn. Ramingen. Het CPB is overigens de eerste die dat zegt. Het A4-tje met ramingen dat het Planbureau afgelopen week publiceerde, is samen te vatten als: leve het groeiherstel, vader haal de vlag van zolder.

Dit jaar raamt het CPB 0,75 procent groei, volgend jaar 1,25 procent en dan ook een begrotingtekort van 2,1 procent, dus onder de Europees afgesproken norm van 3 procent.

Het enthousiaste politieke onthaal van de ramingen zegt alles over de vermoeidheid om nieuwe bezuinigen te bedenken. Het woord bezuinigen moet u hier wel in zijn Haagse betekenis lezen: minder meer uitgeven.

De fixatie op het begrotingstekort, zeg maar ‘de Haagse economie’, negeert de toestand van de echte economie. Die is onverminderd belabberd, behalve in het wat grotere, op export gerichte bedrijfsleven overigens. De raming van de CPB indiceert een smakelijke verbetering van de winstgevendheid op een, voor een crisis, onvoorstelbaar hoog niveau. Het herstel dat verder zichtbaar wordt, van investeringen bijvoorbeeld, volgt op jaren van kaalslag. Ten opzichte van die neergang is het herstel niet opwindend.

De stijgende werkloosheid ontmoedigt mensen om naar werk te blijven zoeken. Het saldo op de lopende rekening van de betalingsbalans, dat is de som van export, import en de beleggingen in het buitenland, blijft op recordhoogte. Dat duidt niet op een groeiversnelling van de invoer die uitgelokt wordt door extra opgevoerde productie van bedrijven of consumptie van huishoudens. Maar goed, ramingen.

Jammer is wel dat de prijsontwikkeling van de kern van de economie niet in deze ramingen staat. Maar kun je dat het CPB aanrekenen?

In de kern is Nederland een rentenierseconomie, waarin financieel vermogen de toon zet. Dat financieel vermogen zit deels vast in huizen en pensioenfondsen, deels is het geld beschikbaar op spaarrekeningen en in particuliere beleggingen. Alles bij elkaar zo’n 2.000 miljard euro netto, dat wil zeggen: bezittingen minus schulden. Het renteniersvermogen is ruim drie maal zo groot als onze jaarlijkse productie van goederen diensten.

De rentenierseconomie zorgt dankzij een fiscale tegemoetkoming van het kabinet deels voor zichzelf. Door giften tot een ton niet te belasten als de ontvanger daarmee woningschuld aflost, helpt de overheid de financiën van huishoudens te saneren. Zo kunnen vermogens door de generaties worden doorgegeven

Maar her en der is de rentenierseconomie wel vastgelopen. Een deel van de huizenbezitters heeft schulden gemaakt en een kwart van hen staat ‘onder water’ zoals dat heet. Dat zijn een miljoen huishoudens. De huidige prijs van hun huis is lager dan de waarde van hun woningschuld. Banken rapporteerden bovendien de afgelopen weken dat steeds meer huizenbezitters wanbetalers worden. Dat verziekt de markt verder als banken hier ruw ingrijpen (geen coulance, snelle executieverkopen).

Verder wachten 251.973 koophuizen (stand vanochtend op website Funda) op een nieuwe eigenaar. Zolang de economie dat overaanbod van koopwoningen niet heeft geabsorbeerd, blijft de markt een hoofdpijnmarkt. Met permanente zorg over prijzen, angst voor restschulden en onmacht om te verhuizen voor een nieuwe baan. Zolang dit huizenoverschot niet is geabsorbeerd zullen banken en andere financiers zéker niet scheutiger zijn met woninghypotheken, want de kans op bijvoorbeeld nieuwe prijsdalingen is gewoon te groot. Zolang dit overschot bestaat, komt de huizen(nieuwbouw)markt niet terug als de motor van de economie die zij tot 2008 was.

    • Menno Tamminga