Veronesi is niet meer dan een doodgewone toerist

Beroemde schrijvers kunnen als ze willen het hele jaar gratis de wereld rond reizen. Hebben ze een nieuwe, pas vertaalde of zojuist verfilmde roman dan kunnen ze de uitnodigingen niet aan. Zitten ze tussen de ene roman en de volgende, dan zijn er literaire festivals en boekenbeurzen te over, allemaal met behoefte aan een illustere gast. Verder betalen ook wetenschappelijke en commerciële congressen grif reis en verblijf van zo’n fameuze schrijver. Ze zetten graag ‘iets leuks’ op hun programma en dat leuks is al snel een auteur van naam – intellectueel gewicht gegarandeerd, goed voor media-aandacht en, niet onbelangrijk, in staat tot een goed geschreven voordracht.

Je vraagt je af wanneer die schrijvers dan schrijven en die informatie hoopte ik op te doen uit het boek Grote reizen, kleine reizen van Sandro Veronesi. Veronesi heeft alles mee voor een gewilde invité. Hij is een wereldberoemd schrijver en niet zonder reden. Hij schrijft luisterrijke, in brede kring gelezen en in vele talen vertaalde romans annex bestsellers. Het populaire Kalme chaos leidde tot een geliefd filmsucces. Hij is welbespraakt, charmant en makkelijk benaderbaar. En hij reist zich een hoedje.

Eén en één is dan al snel twee en in de hoop dat het drie zou worden, vroeg het reistijdschrift Traveller Veronesi om regelmatige bijdragen. In dit boek zijn die artikelen gebundeld, aangevuld met enkele ongepubliceerde reisstukken.

De verhalen in Grote reizen, kleine reizen maken vooral veel niet duidelijk. Wie hoopt inzicht te krijgen in Veronesi’s schrijverschap, komt bedrogen uit. Daar laat hij weinig tot niets over los, en ook tussen de regels verheldert zijn manier van observeren weinig over hoe hij zijn fictie componeert. Wie verwacht kennis te maken met zijn inspiratiebronnen, in het leven, in de andere kunsten of in ontmoetingen met collega’s, kan lang wachten. Heeft hij een associatie met een film of een schilderij dan verklaart hij zich niet of nauwelijks nader.

Maar zelfs wie niet meer wil dan een leuk boek over de reizen van een geliefde schrijver heeft het nakijken.

Veronesi maakt als reisschrijver niet veel klaar. Natuurlijk schrijft hij mooie zinnen, daar is hij Veronesi voor. Maar we moeten het vooral doen met toeristische informatie . Geschiedenislessen. Adressen. Wat iets kost. In Santiago de Compostela: ‘Na de kathedraal valt er nog een prachtige middeleeuwse stad te bezoeken.’ In Amsterdam somt hij goeie restaurants op.

En dan is er plotseling het verhaal ‘Verzonnen Trentino’. Het verslag van een fictieve reis naar de vallei die hij verzon voor zijn mysterieuze thriller XY. Het is een anti-reisverslag, vijf pagina’s lang. Een raadselachtig kort verhaal, perfect passend in zijn oeuvre . Hier zie je dat hij zijn talent voor zijn fictie reserveert, de rest kan barsten. En daar heeft hij gelijk in.