Vasilica uit Roemenië past op oma

Italië verwelkomt al jaren Roemenen, als oppas of verzorgster. Maar werken zij niet te hard?

In het vergrijzende Italië huren kinderen graag hulp in om op hun bejaarde ouders te passen, de zogehetenbadanti. Verzorgingstehuizen hebben niet de voorkeur. Foto Reuters

Vasilica Baciu is naar Italië gekomen om hard te werken en doet dan ook. Zeven dagen per week staat de Roemeense klaar voor haar signora, de 91-jarige vrouw voor wie ze zorgt. Als inwonende thuishulp heeft ze alleen elke middag twee uur voor zichzelf. En van donderdagmiddag tot vrijdagochtend, en zondag een deel van de dag. De rest van de tijd, ook de avonden en nachten, is ze beschikbaar voor la signora.

Zuid-Europeanen stoppen hun oudere familieleden bij voorkeur niet weg in een verzorgingstehuis. Liever gebruiken druk bezette volwassenen het pensioen van hun ouders om voltijds hulp in te huren. Deze wast, kookt, doet boodschappen, zorgt en neemt opa of oma mee uit wandelen. In Spanje zijn deze cuidadoras vaak Zuid-Amerikanen. In Italië heten ze badanti, en komen ze vooral uit Roemenië.

Het leven van een badante valt haar zwaar, vertelt Baciu, een ranke vrouw met donkere zwarte krullen rond een bleek gezicht. We hebben tijdens haar middagpauze afgesproken in een café in de betere middenklassenwijk van Milaan waar ze werkt. Als ze plaatsneemt, grapt ze: „Pfft, doe mij maar een wodka.”

Bij een espresso vertelt ze vervolgens hoe ze acht jaar geleden naar Italië kwam. In Roemenië stond het water haar gezin aan de lippen. Hun huis stond letterlijk op instorten. Zij en haar man verdienden ieder 250 euro. Niet genoeg om het op te knappen.

Ze besloot naar Italië te gaan. Haar zoons waren 10 en 12 jaar: zelfstandig genoeg om na school ’s middags alleen thuis te zijn. In haar portemonnee heeft ze vergeelde foto’s van de jongens, uit de tijd dat ze vertrok. Op haar telefoon heeft ze foto’s hoe ze er nu uitzien: drie koppen groter en twee keer breder. „Gelukkig heb je tegenwoordig Facebook en kan ik ze goed in de gaten houden.”

Alleen vissticks

Baciu kwam eerst in Palermo terecht. In de Siciliaanse hoofdstad zorgde ze voor de twee jonge kinderen van een net gescheiden vrouw. Ze maakte werkweken oplopend tot 85 uur, het inwonen niet meegerekend. Hiervoor kreeg ze per maand 550 euro betaald, naast kost en inwoning. „Omdat de moeder altijd buiten de deur at, was er echter amper eten in huis. Alleen kindereten, vissticks enzo.”

In Milaan maakt ze ook lange dagen. Maar ze krijgt meer betaald: 950 euro. En er is fatsoenlijk eten. „Ik mag zelfs bij la signora aan tafel eten. Er zijn genoeg badanti die ergens in een hoekje moeten zitten.”

Italië is de EU-lidstaat met de grootste gemeenschap Roemenen. Ruim 1 miljoen wonen er in het land, volgens de officiële statistieken. Het land opende zijn arbeidsmarkt in 2012 voor Roemenen, terwijl bijvoorbeeld Nederland en het VK dit pas begin dit jaar deden. Dat ging gepaard met veel waarschuwingen van politici over banenroof en uitkeringstoerisme. Immigratie binnen de EU lijkt in enkele lidstaten een belangrijke thema te worden bij de Europese verkiezingen, in mei.

In Italië klonken soortgelijke waarschuwingen, nadat Roemenië in 2007 toetrad tot de EU en de eerste golf migranten kwam. Zeker toen een mannelijke Roma (zigeuner) afkomstig uit Roemenië een Italiaanse vrouw verkrachtte en vermoordde. Politici van de ultrarechtse Lega Nord en Silvio Berlusconi’s centrumrechtse partij sloegen in dat verkiezingsjaar harde taal uit tegen Roemenen. De moordzaak hield het land maanden bezig.

De laatste jaren zijn Roemenen langzaam geaccepteerd geraakt, merkt Andrea Rampini. Hij werkt in Milaan met Roma-kinderen die een tijd lang het centraal station onveilig maakten met zakkenrollerij. „Inmiddels heeft iedereen wel een Roemeen, als collega, kennis of vriend.”

Witte wezen

In het straatbeeld van Milaan en andere grote Italiaanse steden vallen Roma-zigeuners gemakkelijk op. Ze zitten bedelend op trottoirs van drukke winkelstraten, spelen muziek in de metro en halen met winkelwagentjes oud ijzer op. „Maar”, zegt Rampini, „meer mensen maken onderscheid tussen ‘gewone’ Roemenen en de Roma. Tegenwoordig hoor je mensen vooral klagen over de instroom van Chinezen.”

Bovendien komt er aandacht voor de keerzijden van de massale arbeidsimmigratie voor Roemenen zelf. Italiaanse media berichtten veel over de orfani bianchi, de zogenoemde ‘blanke wezen’ van Roemenië. Hun moeders in Italië zijn zo druk met werk of voelen schaamte over hun afwezigheid, dat ze amper nog contact met hen opnemen.

„Italiaanse vrouwen kunnen werken, omdat er Roemenen zijn die voor hun kinderen of bejaarde ouders zorgen. Dit is prima. Maar ze moeten wel beseffen dat een andere vrouw daarvoor haar eigen gezin vaak in de steek laat”, zegt Silvia Dumitrache. De Roemeense kwam twaalf jaar geleden naar Italië en leidt nu een vrouwencollectief. Ze werkt mee aan een project om computers te sturen naar plattelandsbibliotheken in Roemenië. Dit opdat de witte wezen makkelijker kunnen videobellen met geëmigreerde ouders.

Dumitrache bepleit dat badanti een eigen woning krijgen, zodat ze niet altijd beschikbaar hoeven zijn. „Men moet gaan beseffen dat zij geen machines zijn, die nooit kapot gaan. Ze moeten soms ook vrij zijn, een sociaal leven hebben.”

Vasilica Baciu mist die vrijheid heel erg, zegt ze. Maar ze blijft toch liever bij haar signora inwonen. Zo spaart ze honderden euro’s huur uit, die ze kan opsturen naar huis. Hierdoor hoopt ze over twee jaar terug te keren naar Roemenië. Hun nieuwe huis moet dan met het door haar verdiende geld zijn afgebouwd. „Ik wil gewoon bij mijn kinderen zijn. Ze gaan alweer bijna het huis uit.”