Universiteit is beter dan science park

Wetenschap laat zich niet sturen door markt, menen Willem Schinkel, Bé Breij en Jeroen Geurts.

De WRR heeft gelijk in haar rapport ‘Naar een lerende economie’: lerend vermogen is cruciaal voor onze economie. Jammer genoeg put het kabinet daaruit argumenten voor een veel te beperkte visie op de rol van Nederlandse universiteiten.

Anders dan de WRR maakt het van universiteiten weinig meer dan economische groeimachines. Die eenzijdige en door marktdenken gedomineerde kijk, heeft tot gevolg dat het kabinet de publieke functie van de universiteit voor de democratie vergeet. Uiteindelijk is ook de markt niet gebaat bij de universiteit die het kabinet voorstaat.

Welke universiteit is dat? Dat zijn Nederlandse universitaire campussen die zich ontwikkelen tot ,,regionale scienceparken waar zowel universiteiten, hogescholen, onderzoeksinstituten en bedrijven gevestigd zijn”. Een enkele technische universiteit doet dat met succes, maar is het een wenselijk model voor de universiteit in het algemeen? Het in de kabinetsreactie geschetste beeld wordt gekenmerkt door een sterk maakbaarheidsdenken en provincialisme: het idee dat kennisgedreven economische groei te regisseren is, zoals in het topsectorenbeleid. En provincialisme, omdat wetenschappelijke innovaties veelal uit internationale verbanden van wetenschappers ontstaan, niet uit regionale verbindingen met bedrijven. Regionale samenwerking met bedrijven parasiteert uiteindelijk altijd op een steeds internationaler wetenschapssysteem. Dat is niet erg, integendeel, het is een vorm van kennisbenutting. Maar de wens een regionaal publiek te bedienen moet niet het organisatiemodel bepalen voor de wetenschap.

De WRR heeft het ook over aanpassingsvermogen. Dat komt niet met specialisatie en profilering, maar met variatie en verbreding. Een fabriek die één product maakt, gaat eerder failliet dan een fabriek met een breed assortiment. Naast het ontluikende ‘regionale sciencepark’ moet er de brede universiteit zijn, die goed is ingesteld op de veranderende economie. Dat verklaart mede het succes van de Nederlandse wetenschap.

Nieuwe kennis ontstaat niet als gevolg van economische vraag, terwijl economische meerwaarde daarentegen wel ontstaat uit vrij gegenereerde kennis. Wie geld wil verdienen moet universiteiten vooral niet geforceerd aan bedrijven verbinden. Bedrijven profiteren alleen van spontane kennisproductie wanneer die spontaniteit niet bij voorbaat door economische kennisdoelen beperkt wordt.

In de marktgerichte benadering dreigen ook studies onder te sneeuwen die in de economie minder centraal staan, zoals geesteswetenschappen. Obama bood onlangs excuses aan voor een denigrerende opmerking over kunstgeschiedenis. Terecht, want bedrijven zijn ook gebaat bij studenten die hun kritisch en creatief vermogen ontwikkelen. Zo kan een filosoof een uitstekende manager zijn en een socioloog een goede minister. Het kabinet negeert de voor de democratie noodzakelijke bevraging van maatschappelijke normen door de wetenschap.

De WRR stelt terecht dat het topsectorenbeleid vooral gevestigde economische belangen dient. De reactie van minister Kamp in deze krant was: ‘de deelnemers willen vooral continuïteit’. Voor de deelnemers uit de gevestigde economische belangen geldt dat vast, voor verreweg de meeste wetenschappers geenszins. Wie de rol van kennis in een democratie serieus neemt, zou voor scienceparken moeten pleiten waar niet alleen bedrijven een plaats vinden, maar ook ngo’s, vluchtelingenorganisaties, initiatieven voor een alternatieve economie en patiëntenorganisaties. Tenslotte is het misschien een idee om in plaats van ‘regionale scienceparken’ gewoon over ‘Nederlandse universiteiten’ te spreken. Sterke merknaam.

    • Willem Schinkel
    • Bé Breij
    • Jeroen Geurts