Strijd om water voor CS nog niet voorbij

De verloren relatie van de stad met het IJ moest worden hersteld. Maar nu is het geld op.

Het zou in ere worden hersteld. Het Open Havenfront, de waterpartij vlak voor het centraal station. De ‘waterkommen’ zouden worden vergroot, een groot deel van het Prins Hendrikplantsoen (het plein voor het Victoriahotel) zou verdwijnen. Maar als het aan het college ligt gaat dat plan, zo’n vijftien jaar geleden vastgesteld, niet meer door. Uitgraven is kostbaar en er moet bezuinigd worden. Bovendien kunnen er eerder en aanzienlijk meer fietsparkeerplekken worden gerealiseerd als er een fietsenstalling op het Prins Hendrikplantsoen komt met daarboven, op de plek waar nu de bussen van het GVB staan, een plein of plantsoen. De druk om te komen tot een oplossing neemt met de dag toe: het stationsgebied slibt dicht door (wildgeparkeerde) fietsen.

„Vele honderden miljoenen zijn inmiddels geïnvesteerd in de herinrichting van het Stationseiland en aan het einde van de rit besluit het gemeentebestuur ineens het Open Havenfront voor altijd te verknallen.” Architectuurhistoricus Walther Schoonenberg is boos. Hij loopt teleurgesteld rond op het chaotische, asfaltgrijze Stationsplein. Namens de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB) pleit hij voor het herstel van een plein dat recht doet aan het karakter van ‘waterstad’ Amsterdam. Toen duidelijk werd dat de gemeente de oorspronkelijke plannen „ineens van tafel veegde” tekende de vereniging direct protest aan.

„Dit lijkt misschien een gracht, maar dit is dus gewoon het IJ, hè.” Schoonenberg wijst naar het Open Havenfront. „De kans om dit water te verbreden doet zich eenmalig voor. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied wordt enorm verbeterd en de eilandenstructuur wordt versterkt.” Volgens Schoonenberg is het „nu of nooit”. Als we hier eenmaal een plein gaan aanleggen „dan is dat niet meer terug te draaien”. Eind 19de eeuw verrees station Amsterdam Centraal uit het IJ op drie geplempte eilanden. Aan de keuze voor deze locatie ging een machtsstrijd vooraf. De Amsterdamse raad wilde destijds een centraal station op het Leidseplein, maar het Rijk drukte door dat het station aan de noordkant van de stad kwam, tussen het IJ en het Damrak. Daardoor veranderde het stadsgezicht voorgoed.

De aanleg van de Noord/Zuidlijn gaf de doorslag om het Stationseiland rigoureus te verbouwen. In 2005 werden de plannen door de gemeente vastgesteld. Het eiland moet over een paar jaar een opgeknapte entree zijn tot de Amsterdamse binnenstad: het fraaie beginpunt van de zogeheten Rode Loper, lopend tot de Ceintuurbaan. Het Stationsplein wordt het domein van voetgangers. Weg met de auto’s. De Prins Hendrikkade wordt tussen het Damrak en de Martelaarsgracht autovrij gemaakt. En weg met de bussen. Het huidige busstation verhuist naar de IJ-zijde. Door deze en andere veranderingen aan de achterzijde van CS (autotunnel, taxistandplaats) is het IJ nu 40 meter smaller. Ter compensatie zouden de waterkommen voor het Stationsplein worden verbreed.

Totdat er een financieel tekort ontstond om het sluitstuk van de herinrichtingsoperatie te realiseren. In het voorjaar van 2013 besloot de gemeente de plannen voor het Stationseiland te heroverwegen. Uitkomst: het kan sneller, goedkoper én met meer fietsparkeerplekken, aldus het college.

Raadsleden erkennen het fietsparkeerprobleem, maar willen niet dat een nieuwe stalling ten koste gaat van het water. „College, begin maar vast met graven”, zei D66-raadslid Ivar Manuel gisteren tijdens de commissievergadering, toen zich een ruime meerderheid van onder meer PvdA, GroenLinks en D66 aftekende voor herstel van het Open Havenfront. „Het pleintje van Wiebes moet van tafel.”

„Ik vind de eerdere plannen ook beter”, gaf wethouder Maarten van Poelgeest (Verkeer en Ruimtelijke Ordening) toe. Maar ook al boet het nieuwe plan in aan ruimtelijke kwaliteit; er staan volgens hem veel voordelen tegenover. De fietsenstallingen in het nieuwe plan zijn groter, goedkoper en kunnen één tot twee jaar eerder worden gerealiseerd.

Bovengronds, ondergronds, meer water, minder water. Inmiddels liggen tal van alternatieven voor nieuwe stallingen op tafel. Voor de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad is er hoop: een raadsmeerderheid, zo bleek gisteren, is voor het plan van GroenLinks om een stalling half onder het Prins Hendrikplantsoen en half onder het water te bouwen. Daardoor kan het Open Havenfront alsnog hersteld worden. Van Poelgeest gaat dit plan nader onderzoeken op haalbaarheid en toegankelijkheid. Daarmee is het collegevoorstel nog niet van tafel: dit wordt, als ‘terugvaloptie’, de komende maanden verder uitgewerkt. Een definitief besluit wordt over de verkiezingen heen getild. Wordt het water of een plantsoen? Het is aan de nieuw gekozen raad.

    • Marije Willems