Schokkende cijfers, maar de ernst is moeilijk in te schatten

45 procent van de vrouwen heeft te maken gehad met seksueel geweld, 73 procent met seksuele intimidatie // Toch werden de cijfers lauw ontvangen // Hoe kwamen ze tot stand?

„Dit cijfer kan niet kloppen, dus ik ga me er niet druk over maken.”

Dat was de meest gehoorde reactie op het bericht dat 45 procent van de Nederlandse vrouwen zegt sinds haar vijftiende weleens seksueel en/of fysiek geweld te hebben ervaren. En die reactie kreeg je alleen als je ernaar vroeg; mensen spraken de afgelopen dagen liever over Oekraïne of de lente dan over geweld tegen vrouwen.

Zelden is een rapport met zulk schokkend cijfermateriaal zo lauw ontvangen.

Het cijfer kwam voort uit een onderzoek dat woensdag verscheen van het Europees Agentschap voor Grondrechten (FRA), het mensenrechtenbureau van de Europese Unie. FRA onderzocht geweld tegen vrouwen in de 28 EU-lidstaten van de Europese Unie. Het gemiddelde ligt op 33 procent, flink lager dus dan in Nederland.

45 procent – dat is bijna de helft van de Nederlandse vrouwen. Hoe kan dit percentage zo hoog liggen?

In het onderzoek gaat het om de perceptie van de geïnterviewde vrouwen. Er is geen onderzoek gedaan naar het aantal aangiftes (dat zou ook niet zo veel zeggen, veel mensen doen immers geen aangifte). Een steekproef van 1.510 vrouwen tussen 18 en 74 jaar heeft een vragenlijst ingevuld over fysiek en seksueel geweld, seksuele intimidatie, psychologisch geweld en stalken.

Volgens de onderzoekers was dit Europabrede onderzoek hoognodig. In sommige landen was al onderzoek gedaan, maar deze onderzoeken waren moeilijk vergelijkbaar omdat elk land een andere definitie hanteerde van geweld. In Nederland bijvoorbeeld zijn onderzoeken gedaan naar huiselijk geweld, seksueel geweld en aantal aangiftes. Deze cijfers zijn moeilijk vergelijkbaar, ook omdat elk onderzoek weer een andere definitie gebruikt voor geweld.

Een klap of een ruk aan je haar

Het FRA hanteert een strenge definitie van fysiek en/of seksueel geweld. Seksuele intimidatie valt er niet onder. Bij seksueel geweld gaat het om het fysiek dwingen tot seksuele handelingen, en onder fysiek geweld vallen negen verschillende daden van agressie, variërend van een duw, een klap of een ruk aan je haar tot een schot of een wurgpoging.

Dat de definitie zo streng is, maakt het hoge percentage nog opmerkelijker. Ingewikkeld bij de interpretatie van het onderzoek is dat de 45 procent niet is onderverdeeld in verschillende vormen van geweld. Heeft het grootste deel van de vrouwen één keer in haar leven een klap gehad, of is er een substantieel percentage dat meerdere malen met haar hoofd tegen de muur is geslagen?

De ernst van die 45 procent valt dus moeilijk in te schatten. Natuurlijk, zelfs al ging het in alle gevallen om ‘slechts’ een klap, dan nog zou het cijfer zorgen baren. Maar de context ontbreekt. Heeft de vrouw teruggeslagen? Of gaf zij zelfs de eerste klap? Dat vertelt het onderzoek niet.

De onderzoekers hebben hun best gedaan een representatief beeld te creëren. Ze hebben in Nederland 10.000 huishoudens geselecteerd, waarbij erop werd gelet dat die verspreid waren over het land en verschillende soorten wijken.

En hoe zit het met Nederland?

Je zou kunnen twijfelen aan de representativiteit van de steekproef: vrouwen met negatieve ervaringen hebben waarschijnlijk meer reden om mee te werken aan zo’n onderzoek. Maar volgens FRA-woordvoerder Friso Roscam Abbing is hier rekening mee gehouden. „Aan de deur zeiden de onderzoekers dat de vragenlijst ging over gezondheid en welbevinden. De vrouwen hadden dus nog geen idee wat voor vragen ze gingen beantwoorden. Er zijn nauwelijks cijfers van vrouwen die stopten met de vragenlijst toen ze erachter kwamen waar het onderzoek precies over ging.”

En hoe zit het met dat hoge Nederlandse percentage in vergelijking met het EU-gemiddelde? Zijn vrouwen hier echt onveiliger dan elders? Waarschijnlijk niet, zeggen de onderzoekers. In een grafiek tonen ze een positieve correlatie tussen seksegelijkheid en ervaringen met geweld. Dit kan betekenen dat vrouwen in landen met een grotere seksegelijkheid sneller geneigd zijn een handeling als gewelddadig te ervaren en daarover te praten. Het zou dus goed kunnen dat het geweldspercentage in landen met minder seksegelijkheid in werkelijkheid hoger ligt dan uit het onderzoek blijkt.

Belangrijk is om onderscheid te maken tussen de cijfers over fysiek en/of seksueel geweld, waarop de nadruk van het rapport ligt, en de andere dingen die FRA onderzocht: seksuele intimidatie, stalken, psychologisch geweld en geweld in de kindertijd. Ook op deze gebieden scoort Nederland hoog.

Is bij fysiek en seksueel geweld nog voor een strenge definitie gekozen, onder seksuele intimidatie blijkt van alles en nog wat te vallen. Ben je weleens onaangenaam lang aangestaard door een man? Heb je een ongepast cadeautje gekregen? Dan val je onder de 73 procent van Nederlandse vrouwen die zegt weleens seksueel geïntimideerd te zijn. Wederom is niet uitgesplitst in welke gevallen het ging om een verkeerd gevallen cadeau en wanneer er sprake was van gedwongen kijken naar porno.

Opnieuw: een ruime definitie

Ook de definitie van psychologisch geweld (50 procent van de Nederlandse vrouwen zegt dit te hebben ervaren) is breed. Er vallen zware vergrijpen onder (dreigen een van je dierbaren te vermoorden), maar ook lichtere: achterdochtig zijn over ontrouw, kleinerende opmerkingen maken in het openbaar. Ook hier is onduidelijk hoe vaak het ging om ernstige gevallen.

Overigens is op EU-niveau wél een onderscheid gemaakt tussen de verschillende vormen van geweld en intimidatie, en is ook berekend hoe vaak zo’n incident eenmalig was. Hieruit blijkt dat de ‘lichtere’ vergrijpen in de meerderheid zijn. Zo is 16 procent van de Europese vrouwen weleens geduwd. Bij een derde van die 16 procent ging het om een eenmalige duw. Vergelijk dit cijfer met het percentage vrouwen dat zegt beschoten of gestoken te zijn: het EU-gemiddelde ligt daar op 0,7 procent, waarvan bijna driekwart eenmalig was.

In de categorie seksuele intimidatie ligt niet alleen het percentage vrouwen, maar ook het aantal incidenten per persoon hoger. 29 procent van de Europese vrouwen zegt ongewenst te zijn aangeraakt, omhelsd of gezoend; 6 procent zegt dat dit zes keer of vaker is gebeurd.

De onderzoekers roepen politici en beleidsmakers op de resultaten serieus te nemen en maatregelen te nemen om geweld tegen vrouwen te verminderen. Tot nu toe heeft het rapport geen stortvloed aan verontruste reacties opgeleverd. De hashtag #FRA werd woensdagavond op Twitter vooral gebruikt om te verwijzen naar de oefenwedstrijd Nederland-Frankrijk. Morgen is het Internationale Vrouwendag; misschien komt de discussie dan op gang.

    • Floor Rusman