Op de papieren wereld stond China in de periferie

Atlas Maior

Welk onderdeel van deze rijke en unieke caleidoscoop van ons continent is ‘Made in Holland’? De keuze tekent de veelzijdigheid van Pieter Steinz: Bruegel en Erasmus naast Nijntje en Mondriaan, het OMA van Rem Koolhaas naast de Atlas Maior van de befaamde Amsterdamse cartograaf Joan Blaeu. Ik beperk me tot de laatste. Immers, als één fenomeen kenmerkend is voor de ‘Gouden Eeuw’, dan is dat deze ‘Star Wars’ van de cartografie, zoals Steinz terecht schrijft.

De Atlas Maior (1662) bevatte zeshonderd onwaarschijnlijk gedetailleerde kaarten, duizenden pagina’s met beschrijvingen, gebundeld in elf forse boekdelen, vaak weggezet in speciaal gemaakte pronkkasten. Kosten bij verschijning: 250 gulden – vertaald naar nu 20.000 euro. Er zijn er niet meer dan driehonderd van gemaakt, waarvan slechts veertig de storm der tijden heelhuids hebben overleefd. De Nederlanders van de 16de en 17de eeuw waren verzot op kaarten en atlassen. Met verbazing verkenden ze nieuwe continenten en zeeroutes, hun wereldbeelden kantelden, kaarten gaven hun een nieuw houvast. Cartografie gaf ook een gevoel van macht. In de Burgerzaal van het nieuw gebouwde Amsterdamse stadhuis –nu Paleis op de Dam – lag de wereldkaart letterlijk aan de voeten van de kooplieden en regenten.

Tegelijkertijd bezaten de cartografen de mogelijkheid om het beeld van die wereld tot op zekere hoogte naar hun hand te zetten. Met de zogenaamde mercatorprojectie kon de aardbol als plat vlak worden nagetekend en tegelijk kon daar aardig mee worden gemanipuleerd. Op al die 16de- en 17de-eeuwse wereldkaarten stond Europa bijvoorbeeld centraal, met China min of meer in de periferie, terwijl de werkelijke verhoudingen in die periode toch wel wat anders lagen.

De invloed van het bedrukte papier op de realiteit was groot. Op dezelfde manier zouden bijvoorbeeld de Baedeker-reisgidsen het latere Europa beschrijven en tegelijk bepalen. Steinz meldt dat keizer Wilhelm I om twaalf uur ’s middags zelfs zijn vergaderingen onderbrak om naar het raam te lopen. De Baedeker had geschreven dat de keizer om twaalf uur altijd naar de wisseling van de wacht keek en, aldus de keizer, ‘de lezers van Baedeker moeten we niet teleurstellen’.

Ten slotte werd de kaart totaal losgezongen van de functie. Blaeu liet bijvoorbeeld vaak de wegen weg, de esthetiek van de kaart stond bij hem voorop. Vaak hingen zijn kaarten aan de wand, gekoesterd en gewaardeerd als kunststukken van een grote meester. Een complete Atlas Maior werd een prestigeobject, de eigenaar toonde zich zo een echte mercator sapiens, een ware burger van de wereld. Van een papieren wereld, dat wel. Ook die geschiedenis zou zich herhalen.

    • Geert Mak