Ons onbesproken gebrek

Zoals het er nu uitziet zullen bij de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart minder kiezers dan ooit verschijnen, waarbij de grootste partijen de geringste bijval zullen krijgen terwijl de kleine plaatselijke partijen het nog relatief goed zullen doen. Misschien komt de helft van de kiezers niet opdagen. Kan dat niet worden opgevat als een motie van wantrouwen in onze democratie? Het is te makkelijk de crisis als oorzaak van deze politieke neergang aan te wijzen. Jaar na jaar zijn steeds meer mensen door het economisch verval getroffen. De werkloosheid nam toe, op uitkeringen en zorg werd gekort, maar Den Haag bleef zich in omzichtige abstracties hullen terwijl het zichtbaar resultaat daarvan een gestage achteruitgang was. Dit proces heeft het aanzien van de politieke klasse als geheel aangetast.

Dat is een cumulatieve ontwikkeling, die bovendien is bevorderd door internet. De stem des volks is zich in de loop van deze eeuw steeds meer digitaal gaan uitdrukken, wat op zichzelf de toon en inhoud heeft doen veranderen. Op websites kan iedereen anoniem zijn denkbeelden kwijt. Wat de burger op internet over de politici in het algemeen te vertellen heeft, tart vaak iedere beschrijving. Zakkenvulllers! Plucheklevers! Verregaande simplificaties van oorzaak en gevolg. Allerlei uitingen en redeneringen die in geen gedrukt medium te vinden zijn. Je kunt zeggen dat door internet een nieuw soort publieke opinie groeit.

Vooral sinds het begin van deze eeuw zijn de verhoudingen in de werkelijke wereld ook drastisch veranderd. In de buitenlandse politiek hebben sinds de oorlogen in Afghanistan en Irak de leidende politici hun betrouwbaarheid verloren. Tegenover de burgeroorlogen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten staat Europa feitelijk machteloos. Min of meer hetzelfde geldt voor de chaos in Oekraïne, de Krim en het beleid van Poetin. In feite valt er op het ogenblik geen touw aan vast te knopen. En dan de Europese Unie, eens een bron van hoop op vrede en toenemende welvaart; nu voor velen de oorzaak van bureaucratie en verlies van nationale identiteit. In een aantal West-Europese landen – waaronder Nederland – neemt het verzet tegen de EU toe, maar behalve in Den Haag en Almere doet de PVV, de meest uitgesproken anti-Europapartij, aan de raadsverkiezingen niet mee.

In feite zijn deze verkiezingen behalve een gelegenheid voor de burgerij om zich uit te spreken over plaatselijk beleid ook een uitnodiging om een oordeel te geven over de algemene toestand, zelfs lucht te geven aan een algemeen levensgevoel. En dat kunnen we niet bepaald positief noemen. De helft van de kiezers gelooft het wel. Wie daartoe hoort heeft zijn vertrouwen in het oude democratische systeem verloren. Nederland is niet het enige land waar dit proces zich voltrekt. Ook Italië, Spanje, Frankrijk en de VS zijn aangetast door deze democratische malaise. Het wordt wel beseft maar niemand weet er raad mee. Dat is deel van de malaise. Het is onze vicieuze cirkel.

De vraag is of we ons deze stagnatie kunnen veroorloven. De samenleving bevindt zich in een routineus maar steeds wankeler evenwicht. Zoals we met ‘9/11’ hebben ervaren, kan dat met geweld grootscheeps worden verstoord. Dat hebben onze autoriteiten in ieder geval wel beseft. De nucleaire topconferentie die in Den Haag wordt gehouden, zal een van de best beveiligde vergaderingen uit de geschiedenis zijn. Er is geen andere keus. Maar steeds meer lijken zulke veiligheidsmaatregelen op symptoombestrijding.

Tegen het terrorisme moet de westerse samenleving natuurlijk op haar uiterste hoede blijven. Maar het nieuwe gevaar huist in de desintegratie van de innerlijke structuur, de vaak zienderogen verminderende geloofwaardigheid van ons politieke systeem. Er is geen partij die dit fundamentele gebrek onder woorden brengt, laat staan een remedie voorstelt. Dat is nu ons geheime gebrek.

    • H.J.A. Hofland