‘Ongelijkheid is moeilijker te dragen’

Jan Leyers op reis: vanaf links in Peking, Delhi en Havana. Foto’s VPRO

Ze wandelen door de PC Hooftstraat van São Paulo; Jan Leyers en een welgestelde Braziliaanse journaliste. „In deze straat heb je verschillende tribes”, legt ze hem uit. „Modebewuste mannen. Chique dames. Meisjes met tattoos.” Ze zwaait naar een vriend in een gepantserde auto. Het ziet er gelukkig uit, maar de rijken in São Paulo leven in angst. De journaliste werd slachtoffer van een gewelddadige overval. Ze verhuisde naar een condominium, een volledig afgesloten en bewaakte wijk. „Ik wil niet dat u terugkeert naar uw land met het idee dat wij in een gevangenis leven.”

Naar de favela’s, de sloppenwijken, moet Jan Leyers niet gaan, vinden de rijken. Daar is het levensgevaarlijk. Dat blijkt mee te vallen; scènes in de favela behoren tot de vrolijkste van Arm & Rijk, de documentaireserie die vanaf zondag te zien is bij de VPRO. Leyers bezoekt acht wereldsteden met grote welvaartsverschillen.

Vanwaar dit thema?

„Omdat het actueel is. Armoede en rijkdom zijn van alle tijden, maar we vinden ongelijkheid nu moeilijker te verdragen. Ik wilde een stem geven aan mensen aan beide kanten van de kloof. Waarom zijn we zo geobsedeerd met geld, en waarom is die ongelijkheid er?”

Met welk antwoord kwam u terug?

„Ik kwam niet met één simpele waarheid thuis. Wat ik wel kan concluderen is dat als de overheid zich er niet mee bemoeit, de ongelijkheid alleen maar groter wordt. In China is de ergste armoede met reuzenschreden uitgeroeid, dankzij centraal gestuurde beslissingen. In India beroepen ze zich erop de grootste democratie ter wereld te zijn, maar daar was mijn directe ervaring met armoede het ergst.

Wat zag u daar?

„In Delhi was ik op een braakliggend terrein in de juwelenbuurt. Daar wonen zwervers die goud zeven uit de derrie uit de riolen. Ze verwarmen die brij met een chemisch proces, met kwik, en vinden soms een halve gram goud per dag. De sfeer op die plek was van een desolaatheid die met geen woorden te vatten is. In LA heb ik ook armoede gezien, maar daar lijkt iedereen nog te denken dat er ooit een happy end zal zijn. In Delhi was het: dit is het, en dit blijft het.”

In de uitzending over Peking bezoekt Leyers een nieuwe wijk in de stad, en ontmoet hij de projectontwikkelaar. Bij alle interviews in Peking liep een ‘waakhond’ van de overheid mee. In de voice-over laat Leyers merken onder de indruk te zijn van de snelle vooruitgang. Maar hij zegt ook: ‘We hebben maar één leven om rijk te worden, maar we hebben ook maar één leven om van onze vrijheid te genieten’.

Is het wel eerlijk om de Chinese ondernemer te beoordelen naar onze westerse maatstaven?

„Ik vind van wel. We hebben alleen onze maatstaven, en daar moeten we het mee doen. Het lijkt mij geen houdbare situatie dat je wel de vrijheid hebt om een telefoon in de Apple store te kopen, maar niet de vrijheid om daarop in te tikken wat je wilt.”

Kon u de vragen stellen die u wilde stellen, met die waakhond erbij?

„De waakhond was er altijd, maar we probeerden hem af te schermen door zoveel mogelijk in kleine ruimtes te filmen, en er met de geluidsman en cameraman voor te gaan staan. In zo’n land is het à la guerre comme à la guerre. Ik zag op tegen China vanwege de taal. Ik spreek geen Zweeds, maar kan wel horen of iemand over de dood van zijn vader spreekt of over een feestje. In China niet. Dat is vervreemdend.”

Wie is gelukkiger, de vrouw in het condominium of de mensen in de favela?

„De vraag naar geluk is een westerse kwestie. Maar als ik zelf moest kiezen, zou ik liever in het mooiste huis in de favela wonen. Daar heb je perspectief. Nu wordt het vuilnis er al opgehaald en rijdt er een bus. Er zijn balletlessen. Hoe zal het er over vijf jaar zijn? Er zit ontwikkeling in.”

Tot welke tribe behoort u zelf?

„Volgens een socioloog in Haïfa, die iedereen in types indeelt, behoor ik tot de intellectuele Indiana Jones. Ik heb mezelf altijd gezien als slonzige eeuwige student, dus dat zal wel kloppen.”

Is Jelle Brandt Corstius, die ook Zomergasten en reisseries presenteerde, lid van uw tribe?

„Ik denk het wel. We zijn beiden geïnteresseerd in de wereld, in wat er zich achter de waan van de dag afspeelt.”

Kunt u iets van hem leren?

„Russisch. Ik kijk graag naar De bergen achter Sotsji. Maar wat wij doen is geen beroep waarin de een net negen seconden sneller of beter is dan de ander. Je neemt je eigen persoonlijkheid mee de berg op, of de favela in.”

Hoe kijkt u terug op Zomergasten?

„Als op een geslaagde poolexpeditie. De term ‘leuk’ zou ik er niet op plakken. Het was een intense tocht, vol obstakels, maar rewarding. Een initiatie, in feite.”

U kreeg veel kritiek.

„Het is net als met seks. Je kan er honderd jaar een mening over hebben, maar je weet pas wat het is als je het zelf gedaan hebt.”

Zou u na deze ervaring nog een live programma willen presenteren?

„Zeker. Als ik in het vliegtuig terug uit Peking zit, begint het werk pas. Ik ben een muzikant, ik kan oneindig blijven prutsen. Het leukste van Zomergasten was het slot. Je hebt een intensieve drie uur beleefd en dan is het vrijdag vijf uur en is het werk af.”