NS-poortjes vergen maatwerk

Tweede Kamerleden van VVD en PvdA bleken gisteren opeens tegen afsluiting van de poortjes bij de NS-stations. Een bekering aan de vooravond van verkiezingen, in dit geval gemeenteraadsverkiezingen, is altijd verdacht. Dat werd deze parlementariërs vanuit de oppositie dan ook ingewreven. Te meer daar andere fracties al langer bezwaar maken tegen de afsluiting, in de veronderstelling dat dit „een hele nieuwe bak ellende” met zich mee zal brengen, zoals Kamerlid Van Tongeren (GroenLinks) het een keer verwoordde.

Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur, PvdA) nam het logische standpunt in dat het overleg over de poortjes primair een zaak is van de gemeenten enerzijds en NS en ProRail anderzijds. Op landelijk niveau is de politiek allang akkoord gegaan met de poortjes. In 2003 noemde toenmalig minister van Verkeer Peijs (VVD) „het gesloten toegangsregime” op stations „van groot belang”. Er lag toen een Aanvalsplan Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer mede aan ten grondslag. De poortjes kwamen er in combinatie met de invoering van de OV-chipkaart; de afsluiting van de stations diende niet alleen de veiligheid maar moest ook leiden tot terugdringing van het zwartrijden. Ook het Openbaar Ministerie drong er daarom op aan.

Sindsdien is de ene vertraging op het andere uitstel gevolgd en is de ooit beoogde invoeringsdatum, 1 januari 2007, al uit menig geheugen gewist. Naarmate de nog open metalen poortjes zichtbaarder werden en duidelijk te zien was dat ze óók dicht konden gaan, nam het verzet toe. Vooral in Leiden, waar het centraal station voetgangers vanuit het centrum een doorgang biedt naar bijvoorbeeld het Leids Universitair Medisch Centrum; ook voor busreizigers uit stad en regio fungeert dit als wandelroute naar het ziekenhuis.

NS doet op het ogenblik in Woerden en Rotterdam Alexander een proef met afgesloten poortjes, die via de OV-chipkaart of ander toegangsbewijs te openen zijn. Het lijkt zinvol om in elk geval de resultaten van deze proef af te wachten alvorens verregaande conclusies te trekken.

Het plan is om de poortjes af te sluiten op 82 stations in 50 gemeenten. Lang niet altijd geldt dat daarmee een verbinding tussen wijken of naar voorzieningen wordt geblokkeerd, maar soms is dat wel het geval. Dat vergt dus overleg tussen spoor en lokale overheid. Dat heeft erin geresulteerd dat bij Utrecht Centraal een vrije verbinding naast de stationshal komt; ook Breda en Tilburg krijgen vrije passages. In Alkmaar krijgen omwonenden passagepassen. Dat is dus wat er moet gebeuren: maatwerk per gemeente. Een afweging van alle belangen: veiligheid, bereikbaarheid, de omzet van winkeliers op de stations en het tegengaan van zwartrijden.