Westen kan annexatie Krim nooit accepteren, hoe onvermijdbaar ook

Niet alleen voor Oekraïne is het onverteerbaar als de Krim zich aansluit bij Rusland. Ook voor veel andere landen is het onaanvaardbaar, omdat het de afspraken ondermijnt die zijn gemaakt over de grenzen in Europa.

Met grote stelligheid verzekerde de Oekraïense premier Jatsenjoek begin deze week dat zijn regering de Krim nooit zal opgeven. „Niemand geeft de Krim op aan niemand.”

Onbedoeld gaf hij daarmee de complexiteit van de situatie haarfijn weer. Want enerzijds is Oekraïne vastbesloten vast te houden aan dit schiereiland dat sinds 1954 tot zijn territorium behoort. Anderzijds is de werkelijkheid ter plaatse dat Rusland de Krim stevig in handen heeft en niet van plan is die op te geven. De pro-Russische regering van de Krim heeft gisteren, vooruitlopend op een referendum op 16 maart, zelfs besloten zich bij Rusland aan te sluiten.

Dat is niet alleen onverteerbaar voor de regering van Oekraïne. Ook voor veel andere landen, in Europa en daarbuiten, is het onaanvaardbaar als Oekraïne gedwongen wordt de Krim op te geven. Onvermijdelijk waarschijnlijk, maar nog steeds onacceptabel.

Want Rusland zou daarmee beloond worden voor de bezetting – zonder instemming van de VN-Veiligheidsraad – van een deel van een soeverein land. Bovendien zou opgeven van de Krim een van de principes ondergraven waarop al bijna veertig jaar de stabiliteit van Europa berust: de Akkoorden van Helsinki.

In 1975, midden in de Koude Oorlog, moesten deze akkoorden de betrekkingen verbeteren tussen het communistische blok en het Westen. Op de slotzitting van de Conferentie voor Samenwerking en Veiligheid in Europa (CVSE), in de hoofdstad van het neutrale Finland, werden de akkoorden getekend door de staatshoofden en regeringsleiders van 35 landen: van de VS en Canada tot vrijwel alle Europese landen inclusief de Sovjet-Unie (alleen Albanië hield zich afzijdig). De Amerikaanse president Ford was er bij, Sovjet-leider Brezjnev, de West-Duitse kanselier Schmidt en zijn Oost-Duitse tegenhanger Honecker. Namens Nederland tekende Joop den Uyl.

De akkoorden gingen over allerlei zaken, van economie tot mensenrechten. Ook bevestigden ze, dertig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, dat niet meer getornd zou worden aan de grenzen zoals die na de oorlog tot stand waren gekomen. De Sovjet-Unie zag dat als een overwinning: het Westen erkende nu de naoorlogse grenzen, de status quo en dus ook de Sovjet-dominantie in Oost-Europa.

Om dezelfde reden was er in het Westen kritiek op de akkoorden, onder meer van Amerikanen van Oost-Europese komaf. Deze akkoorden, zeiden zij, leveren de landen achter het IJzeren Gordijn definitief uit aan Moskou, en sluiten de Baltische staten voorgoed op in de Sovjet-Unie. Maar Ford en minister van Buitenlandse Zaken Kissinger zetten toch door.

In de jaren daarna zou blijken dat Brezjnev zich verkeken had op de betekenis van de overeenkomst. In ruil voor de bevestiging van de bestaande grenzen had hij ermee ingestemd dat ook ‘respect voor de mensenrechten en fundamentele vrijheden’ in de akkoorden stond. En dat kreeg steeds meer aandacht. Dissidenten en mensenrechtenactivisten in de Sovjet-Unie en andere communistische landen grepen de Helsinki-akkoorden aan om op te komen voor hun rechten en vrijheden – wat na het groeiend burgerverzet uiteindelijk zou leiden tot de val van het communisme in Oost-Europa.

Maar de bevestiging van de territoriale integriteit bleef (naast de afschrikking door de NAVO) een belangrijke pijler van de stabiliteit op het Europese continent – ook al hebben de akkoorden niet de rechtskracht van een verdrag. Na de opheffing van de Sovjet-Unie in 1991 werden de grenzen van het onafhankelijk geworden Oekraïne in 1994 uitdrukkelijk bevestigd in het zogeheten Boedapest Memorandum. De VS, het Verenigd Koninkrijk en Rusland verzekerden dat aan de grenzen van Oekraïne niet getornd zou worden in ruil voor het opgeven van de kernwapens van de Sovjet-Unie op zijn grondgebied. Ook dat document blijkt veel minder waard dan Oekraïne dacht.

Net als Rusland nu bekritiseerd wordt voor de inval op de Krim, hekelde Moskou in 1999 de militaire steun van het Westen aan de onafhankelijkheidsstrijd van Kosovo. Die vond ook plaats zonder instemming van de VN-Veiligheidsraad. Die schond ook de territoriale integriteit van een soeverein land (de romprepubliek Joegoslavië). Voor Rusland was de onafhankelijkheid van Kosovo onacceptabel, ook al was ze onvermijdelijk. Inmiddels is het land wel door 110 landen erkend.

    • Juurd Eijsvoogel