opinie

Jongetje van tien

Links: Ontwerp voor het Second Livestock-kippenhok met cilinders.Rechts: De virtuele wereld waarin Second Livestockkippen leven.

Op de tentoonstelling van William Klein (85) in het Amsterdamse Foam hangt veel goeds, want hij is een uitstekende fotograaf. Hij heeft alleen de pech dat straatfotografie na zijn opkomst in de jaren vijftig zó populair werd, dat hij door allerlei begaafde epigonen kon worden ingehaald. Ik werd dan ook pas verrast toen ik in het hoekje belandde waar zijn foto’s van Rome hingen. Weg uit de voorspelbare rauwheid van New York – terug naar de provincie, want zo ziet het Rome van Klein eruit.

Klein, die ook filmambities had, was in 1956 in Rome om Fellini te assisteren bij diens De nachten van Cabiria. Tussen de bedrijven door trok hij met zijn fototoestel Rome in om het straatleven vast te leggen. Dat leidde tot foto’s die het verschil markeren tussen de Oude en de Nieuwe Wereld van die jaren. Rome was toen uiteraard ook al een drukke metropool, maar Klein trof er nog relicten van een verdwijnende tijd aan.

Zo zien we nonnen en kinderen die op een plein in extase naar de (onzichtbare) paus zwaaien, waarbij vooral de gebitten van twee nonnen opvallen: twee stompjes van tanden in het duistere gat van hun mond. Het straatbeeld heeft iets sereens, zoals op de Piazzale Flaminio, waar de scooterrijders nog keurige colbertjes dragen terwijl ze ontspannen wachten bij de verkeerslichten.

Maar de hier afgebeelde foto waarvan mijn hart spontaan open sprong (kan dat cardiologisch gezien eigenlijk wel?) overtrof alle andere Romeinse foto’s. Dat kwam ook doordat Foam zo verstandig was geweest de foto in reusachtig formaat aan de muur te hangen. Een vergelijkbaar effect zouden we hebben gehad als we de hele Achterpagina ervoor hadden ingeruimd. De foto heet Holy Family On A Vespa.

Het was alsof ik teruggeworpen werd in mijn eigen jaren vijftig. Ik denk dat het vooral door dat jongetje komt. Hij moet, net als ik, in 1956 een jaar of tien zijn geweest. Hij zit er tussen pa en ma nogal krampachtig bij. Aan zijn zorgvuldig getrokken scheiding en zijn keurige blazertje te zien, is het zondag. De mensen gingen toen nog ‘op hun zondags’ gekleed. Het was ondenkbaar dat ze, zoals ik nog onlangs op de tv bij de steenrijke oud-voetballer Ronald de Boer zag, een zwaar gehavende spijkerbroek zouden dragen om een bohémienachtige uitstraling te verkrijgen.

Het jongetje heeft misschien net met zijn ouders de verveling van de zondagse mis achter de rug – je bent een christelijk kerngezin of je bent het niet. Ze maken nu op de Vespa een ritje door de natuur rond de stad. Pa heeft nog wel zin in de zondag, ma vindt het een betrekkelijk zinloze onderneming en het jongetje doet wat alle jongetjes in die jaren nog deden: het schikt zich.

Frits Abrahams