‘Ik voel de pijn die zij doorstonden’

Een Oscar voor een slavernijfilm – Nederland had ook best zo’n film mogen maken, zeggen Surinamers in de bios.

Roy Jurna (64) zit onderuitgezakt in de rode bioscoopstoel. Zijn vriendin trekt haar benen onder zich. Haar jas legt ze als een deken over zich heen. „Ik weet niet zo goed wat ik moet verwachten, het schijnt wel heftig te zijn”, zegt ze met zachte stem.

De bioscoopzaal in Pathé Arena in de Amsterdamse Bijlmer is half gevuld. Het publiek komt voor 12 Years a Slave, gebaseerd op het gelijknamige boek van Solomon Northup. De film, sinds drie weken in Nederland, vertelt het verhaal van Northup, een vrije zwarte man, die in 1841 ontvoerd wordt en twaalf jaar als slaaf op de plantages werkt.

Met 12 Years a Slave – deze week bekroond met een Oscar – wil regisseur Steve McQueen de slavernij opnieuw onder de aandacht brengen. Hoewel Nederland zeer actief was in de slavenhandel, zijn er nauwelijks Nederlandse films over die weinig verheffende rol. „Die cultuur is in Nederland maar matig ontwikkeld”, schreef de commentator van deze krant.

Roy is Surinaams. Hij is niet zo bezig met het slavernijverleden. Zijn vriendin Maninda vindt het overdreven er extra aandacht aan te besteden. „Er is altijd zoveel ophef over dit onderwerp. Voor mij is het niet nodig het verleden altijd maar weer op te halen. Het is nou eenmaal gebeurd.”

Een paar rijen naar voren zitten de Surinaamse Dalida en Mireille, die hun achternaam niet willen noemen. Ze verdiepen zich allebei veel in de geschiedenis van hun land. „Het is niet zo dat ik wrok voel voor wat mijn voorouders waarschijnlijk hebben meegemaakt, ook niet tegenover Nederlanders”, legt Mireille uit. „Maar ik voel wel de pijn die zij hebben moeten doorstaan. En als ik toen geleefd had, was die pijn mij aangedaan.”

Dalida vindt het belangrijk dat Nederland zijn slavernijverleden onder ogen ziet. „Het mag niet in de doofpot komen. Ook de rol van Nederland moet goed en eerlijk uitgelegd worden in de geschiedenisboeken. Over de Tweede Wereldoorlog worden honderden films gemaakt, waarom is er dan zo weinig aandacht voor de slavernij?”

Roy Jurna lacht. „Sommige mensen in mijn omgeving roepen dat ze getraumatiseerd zijn door het slavernijverleden van hun voorouders. Daar ben ik te nuchter voor, hoor. Ik heb het toch niet zelf meegemaakt?”

De film begint. „Als ik bijvoorbeeld Keti Koti vier, ben ik echt niet bezig met de afschaffing van de slavernij”, fluistert hij nog. „Dat is gewoon een gezellige dag met mijn vrienden.”

Achterin de zaal klinkt gegiechel. Dan wordt het stil. Een vrouw zucht als hoofdpersoon Solomon Northup geketend wakker wordt in een cel. Een handelaar komt binnen. Solomon wordt geslagen. Zijn hemd scheurt. Zijn rug bloedt. De vrouw kijkt naar haar schoot.

Als de film is afgelopen, dept ze met een wit zakdoekje haar ogen droog. De aftiteling rolt over het scherm. Het blijft even stil in de zaal. Roy veegt met een blauwgeblokte zakdoek over zijn gezicht. „Heftig”, fluistert hij. „Het raakt me veel meer dan ik dacht.”

Dalida gaat buiten op een muurtje zitten. Ze staart voor zich uit. „Ik moet er even van bijkomen”, zegt ze. Meer nog dan door de martelscènes was ze geraakt door alle vernedering. Het neerbuigende taalgebruik. Woorden als nikker en boy. Haar vriendin Mireille schudt het hoofd. „Ze waren gewoon eigendom. Handelswaar. Meer niet. Ze werden behandeld als beesten.” Dalida zucht. „Ik hoef echt geen excuses van Willem-Alexander, echt niet. Hij kan er ook niks aan doen. Maar erken het alsjeblieft.”