Ik kom naar je toe. We moeten hier weg

Meestal reist Ilja Leonard Pfeijffer zonder zijn Genuese terrasstoel te verlaten, maar niet als hij hoort dat zij in de haven het schip La Preziosa komt dopen. Dan laat hij niets aan het toeval over. Het buskaartje is al gekocht; morgen is de grote dag.

illustratie irene linders

Niet dat ik gelijk over de bloemetjes en bijtjes wil beginnen, maar de meeste betekenisvolle ontmoetingen gaan zo – dat is mijn punt. Elke bloem zit dag in dag uit met al zijn geslachtsdelen in de lucht hoopval te meuren totdat hij een willekeurige passante een drankje mag aanbieden. Want zo is het precies. Precies zo zit ik elke avond aan mijn tafeltje op de piazza met de bloembladeren van mijn kleurrijke verbeelding wijd opengesperd te wachten. En elke zeldzame voltreffer stelt een kettingreactie van misverstanden in werking, waarbij de vrucht van de ontmoeting pluizig verwaait op toevallige winden of zich met zijn weerhaakjes vastklit in de vacht van een passerend zoogdier. Dat kun je niet voorspellen of sturen, maar precies dat ga je onmiddellijk zitten doen. Met al je gebrek aan mensenkennis ga je verwachtingen en scenario’s zitten ontwerpen en je mag van geluk spreken dat je genoeg zelfkennis hebt om die, in het volste besef van je gebrekkige mensenkennis, met de minuut bij te stellen. Dat er van zo’n ontmoeting toch soms iets komt, mag waarlijk een wonder heten. Daarom haalde ik de bloemetjes en de bijtjes erbij: als een soort erkende metafoor voor een wonder.

Maar mijn ontmoeting morgen zal anders zijn. Hoewel ik moet toegeven dat ik zenuwachtig ben, heb ik mij al weken consciëntieus voorbereid. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ik mijn hele leven in zekere zin naar de dag van morgen heb toegeleefd. Niet op de manier waarop een sporter zijn hele leven toe werkt naar een Olympische finale of waarop iemand een leven lang uitkijkt naar de eerste dag van zijn pensioen wanneer het goede leven onder exotische palmen een aanvang zal nemen. Zo precies en zo concreet is het nooit geweest. Maar ik heb altijd geweten dat zich vroeg of laat de dag zou aandienen dat zij zou komen, de vrouw die de oplossing is van al mijn problemen. Ik wist niet wie zij was, maar ik was er zeker van dat ik haar, wanneer zij zou komen, zou herkennen. Op die dag zou de reis beginnen.

En toen ik een paar weken geleden in de krant las dat de Preziosa, het nieuwe vlaggenschip van de rederij MSC, een van de grootste cruiseschepen ooit gebouwd, morgen feestelijk ten doop zou worden gehouden, wist ik dat morgen, zaterdag 23 maart 2013, de eerste dag zou zijn van mijn nieuwe leven. Want zij zou naar Genua komen om de fles champagne met haar zachte handen aan scherven te gooien tegen de stalen romp. Toen ik haar naam las in de krant, barstte goud bruisend vuurwerk los in mijn hoofd. Bloemen vouwden zich van puur geloof in hun eigen hartstocht zo open als ze konden. Bijen dansten door de lucht.

Het is mij niet te doen om haar roem, hoewel het een opluchting zal zijn om te verkeren met een vrouw die al iemand is geworden in plaats van met blozende meisjes die in al hun prille onzekerheid vallen voor mijn status om daar vervolgens steeds onzekerder van te worden. Het is mij niet te doen om haar geld, hoewel het mij zeer zou helpen om mij liefgehad te weten door iemand die zegt dat ik mij geen zorgen hoef te maken. Het is mij niet te toen om haar beide wereldberoemde borsten, hoewel ik die zal koesteren als de mijne.

Ik weet heus wel dat zij niet de jongste meer is. Maar zo hebben we tenminste geen last van een kinderwens. Ik zag laatst een televisieportret van haar dat was gemaakt ter gelegenheid van haar zeventigste verjaardag. Volgens mij was het een herhaling. Haar precieze leeftijd zou ik simpel kunnen googlen. Maar leeftijd interesseert mij niet, dat zeg ik ook altijd tegen de trillende studentes die ik vanuit het café met mijn lage stem regelrecht mijn bed in dicht. Zij is de mooiste vrouw die kan bestaan en elk jaar dat haar wijzer maakt, maakt haar mooier. Dat is wat haar naam betekent.

Ik zal haar laten spinnen onder mijn oprecht warme handen. En zij zal mij wijzen op mooie, simpele dingen die de meeste mensen over het hoofd zien. En aan boord van de Preziosa zal elke horizon onze horizon zijn. En wanneer de zon ondergaat, zal ik mij hand in hand aan dek met haar misschien een grapje permitteren. Misschien ook niet. En tegen de tijd dat we ergens arriveren, in Portofino, Capri, Siracusa, Nicosia, zullen we elkaar feliciteren en toasten op de volgende stad.

‘Ik houd van je, Sophia. Ik heb mijn hele leven op je gewacht.’

‘Dat weet ik, Ilja.’

Ik heb een buskaartje gekocht. Ik wil morgen niets aan het toeval overlaten. Want eigenlijk gaat het mij maar om één ding en dat is zekerheid. Na een half leven lang te hebben gestrompeld op de wankele voeten van mijn verzen, terwijl ik doodsangsten uitstond voor de lavendelblauwe enveloppen van de Belastingdienst en de achterkant van mijn pen afkloof in de trotse wanhoop van iemand die naar erkenning sabbelt als een hongerig dier dat aan tietjes likt als aan bange hoopjes sneeuw, is het tijd om durend te toeven temidden van heuvelen die dansen als de zee. Wat een zin. Terwijl ik alleen maar wou zeggen dat ik een buskaartje heb gekocht. Bij voorbaat, om alle calamiteiten voor te zijn en morgen stipt op tijd te arriveren op Ponte dei Mille, de pier waar de MSC Preziosa al sinds gisteren op ons ligt te wachten. Je kunt wel horen dat ik zenuwachtig ben. Morgen zal ik het kaartje volgens alle vigerende verordeningen laten afstempelen teneinde geen tijd te verliezen aan juridische procedures. Ik zal mij op het afgesproken tijdstip bij haar voegen.

Iemand gooit een stoel om. Er is een probleem met een parasol. Mijn dag is morgen.

Of we ooit echt zullen trouwen, weet ik niet. Voor mij is dat niet belangrijk. En ik weet ook zeker dat zij, net als ik en anders dan al die van pure pudeur piepend klaarkomende katjes in mijn bed, geen belang hecht aan de geruststelling van een formele bevestiging van ons gemeenschappelijk noodlot. Mijn lul is voor haar geen springplank en haar borsten zullen voor mij geen speelballen zijn om te jongleren met mijn lust maar airbags die mij ervoor behoeden om door de voorruit van mijn eigen fantasie te vliegen. Weer zo’n zin. Oké, ik geef het toe. Ik ben zenuwachtig. Terwijl dat nergens voor nodig is. Tussen haar en mij zal de vanzelfsprekende rust heersen van wederzijdse herkenning.

Maar anderzijds heb ik ook geen enkel bezwaar tegen een bruiloft. Ik ken haar goed genoeg om te weten dat zij daar een fantastisch feest van zou maken. Ik zal mijn ouders uitnodigen om met haar kennis te maken. Zij spreekt goed Engels. Ik zie niet op tegen alle media-aandacht. Die is onvermijdelijk en goed te verdragen omdat ik vooral erg trots zal zijn. Om haar te verrassen zal ik haar achternaam aannemen, als dat voor de Italiaanse wet is toegestaan. Anders alleen symbolisch. Het gaat om het symbool. Maar het klinkt ook goed: Ilja Loren. Hem zal ik zijn. Trots zal ik zijn.

Het is tijd, Sophia. We moeten hier weg. De mensen tetteren in pubs die ik al ken opvattingen in mijn oren die ik al ken. Mijn leven is verworden tot een remake van een te vaak verfilmd script dat is geschreven volgens een uitgemolken formule. We zullen, voor het eerst in jouw carrière, onze eigen teksten schrijven. Morgen is de dag. Dan zullen we samen aan boord gaan van de Preziosa om onze reis te beginnen naar het zuiden. We zullen vrienden worden met de kapitein. We zullen zeker kunnen dineren op zijn kosten. Stewards zullen onze badkuip vullen met roze champagne, ondanks onze protesten. We zullen zachtjes en voorzichtig dansen in de balzaal onder de kristallijnen candelabers, terwijl de obers fluisterend pirouettes draaien op hun vingertoppen. Goudgebraden hanen zullen ons in de mond vliegen, hoewel we eigenlijk alleen maar willen luisteren op verre kusten naar het gezoem van bijen en ruiken aan elkaars bloemen.

Morgen is het zaterdag 23 maart 2013, de eerste dag van ons nieuwe leven. Hoewel je mij nog nooit eerder hebt gezien, heb ik genoeg mensenkennis om zeker te weten dat je mij zult herkennen omdat we voor elkaar zijn bestemd. Ik zal mijn schone spijkerbroek aantrekken en mijn gedicht voor jou zit al in de binnenzak van mijn colbertje dat ik van de week naar de wasserette heb gebracht. De stijl is een beetje bloemrijker en zoemender dan wat ik mij permitteer in dit dagboek, maar het is ook een speciale gelegenheid, dus heb ik het er allemaal een beetje dikker bovenop gelegd. Voor jou. Jij verdient niet minder. Tot morgen, amore. Het buskaartje ligt al klaar, maak je geen zorgen. Maak je geen enkele zorgen. Morgen gaan we op reis.