Opinie

    • Juurd Eijsvoogel

Hoe Oekraïne een kat in de zak kocht

Als je ziet hoe machteloos Oekraïne moet toekijken hoe het de Krim kwijtraakt, kun je je amper voorstellen dat het in 1991 nog de op twee na grootste kernmacht ter wereld was. Alleen de Verenigde Staten en Rusland hadden meer kernwapens.

Na de opheffing van de Sovjet-Unie, op Tweede Kerstdag 1991, bezat Oekraïne opeens 1.900 strategische kernkoppen (voor doelen in Amerika) en honderden tactische kernwapens (voor gebruik in Europa). Een erfenis, kortom, waarmee het land een behoorlijk militair vermogen had om potentiële vijanden af te schrikken.

Maar in 1994 deed Oekraïne vrijwillig afstand van zijn complete nucleaire arsenaal. Vrijwillig, maar niet zomaar. Verontwaardigd heeft de Oekraïense regering er deze week nog eens aan herinnerd dat het land destijds in ruil voor die nucleaire ontwapening de verzekering kreeg (van Rusland, de VS en het Verenigd Koninkrijk) dat zijn soevereiniteit en bestaande grenzen gerespecteerd zouden worden. Dat werd vastgelegd in het zogeheten Boedapest Memorandum, ondertekend door Bill Clinton namens Amerika, John Major namens de Britten, Boris Jeltsin namens Rusland en door toenmalig president Leonid Koetsjma namens Oekraïne.

Eigenlijk had Koetsjma voor de zekerheid nog een voorraadje kernwapens achter de hand willen houden. Maar zijn parlement wilde ervan af en daar legde de president zich bij neer. In zo’n honderd treinen werden de kernkoppen afgevoerd naar Rusland, de raketten werden in eigen land ontmanteld en in 1996 was het hele zaakje opgeruimd.

Achteraf gezien kun je je afvragen of Koetsjma niet gelijk had, en of Oekraïne niet beter af geweest was als het aan een deel van zijn kernwapens had vastgehouden. Had Rusland dan even brutaal in amper een week tijd eventjes de Krim losgeweekt? Dat is nakaarten, waar Oekraïne nu weinig mee opschiet. Rusland heeft de afspraken overduidelijk geschonden, maar Poetin zegt: in Kiev heeft een revolutie plaatsgevonden die een nieuwe staat heeft opgeleverd, en daar hebben we niets meer mee te schaften.

Zo blijkt de verzekering die Oekraïne in 1994 kreeg twintig jaar later dus niets waard te zijn. Dat is niet alleen voor Oekraïne dramatisch, ook voor de rest van de wereld kan het grote gevolgen hebben. Het streven de verspreiding van kernwapens tegen te gaan kan er een heel stuk moeilijker door worden. Want andere landen die overwegen om kernwapens te ontwikkelen, of die ze al hebben, zullen daar niet zo gauw meer van afzien in ruil voor fraaie verzekeringen van de grootmachten. In Pyongyang of Teheran zien ze de onderhandelaars al aankomen. Wie gelooft nu nog in fraaie toezeggingen of documenten over respect voor soevereiniteit en bestaande grenzen?

Landen die zich bedreigd voelen door een kernmacht hebben goede gronden om te denken: in de praktijk is zélf een kernwapen hebben toch de beste bescherming, zie ook wat er gebeurd is met Saddam Hussein en Moammar Gaddafi nadat ze hun nucleaire ambities hadden opgegeven.

Rusland heeft het Boedapest Memorandum in feite verscheurd, maar kunnen de Amerikanen en de Britten niet alsnog laten zien dat hun handtekening tóch wat waard is? Een voormalige Amerikaanse ambassadeur in Oekraïne die bij de onderhandelingen over het memorandum betrokken was, Steven Pifer, wees er deze week bij CNN op dat Oekraïne alleen ‘verzekeringen’ had gekregen. Destijds zou de Oekraïeners duidelijk zijn gemaakt dat dat iets heel anders was dan ‘garanties’ – die harder zijn en die de Amerikanen alleen geven aan hun bondgenoten, zoals de NAVO-landen.

Militaire bijstand zat er dus van het begin af aan niet in. En nog steeds hoeft Oekraïne er niet op te rekenen. De harde realiteit is dat het land een kat in de zak heeft gekocht.

    • Juurd Eijsvoogel