Griekenland verandert – nu de elite nog

Brussel legt volgens Grieken te veel nadruk op bezuinigingen. Waarom pakt het de corruptie niet aan? „De trojka laat zich voor de gek houden.”

Toen Antonis Kantas, een topambtenaar op het Griekse ministerie van Defensie, in 1999 bezoek had gekregen van de vertegenwoordiger van een Duitse tankfabrikant, dacht hij dat de man per ongeluk zijn tas had laten staan op de bank in zijn kantoor. „Ik liep hem achterna en zei: ‘U bent uw tas vergeten’. Toen zei hij: ‘Dat is niet zo, het is voor u’.” Er zat 600.000 euro in, vertelde Kantas de rechtbank.

Hij is nu 72 jaar, gepensioneerd en een sleutelgetuige in het corruptieproces tegen ex-minister van Defensie Akis Tsochatzopoulos. Begin deze maand was er weer een zitting, waarop Kantas een nieuw stukje van een heel netwerk van corrupte politici, ambtenaren, wapenproducenten, bankiers en bemiddelaars blootlegde.

Vijf jaar lang was Kantas op het ministerie van Defensie belast met de afhandeling van wapenaankopen. Hoeveel smeergeld hij in die tijd kreeg, wilde de rechter weten. Het antwoord kan iedere Griek opzeggen, meestal met nauwelijks verholen woede: het was zo vaak en zo veel dat ik me lang niet meer alle details kan herinneren. Een ruwe schatting? Vijftien miljoen euro.

Het proces tegen Tsochatzopoulos en de arrestatie van een paar andere hoge politici en bankiers wegens corruptie is voor sommigen een teken dat er langzaamaan iets aan het veranderen is. „Het was nog maar een paar jaar geleden ondenkbaar dat hoge politici in de gevangenis zouden zitten”, zegt de Griekse eurocommissaris Maria Damananki op een symposium over Griekenland en Europa. „Het is onaanvaardbaar dat hier zo veel corruptie is. We moeten nu in een paar jaar proberen een mentaliteit te veranderen die decennialang heeft bestaan.”

Cijfertjes en hervormingen

Mijn buurvrouw in conferentiecentrum Megaron gaapt nadrukkelijk. Dit hebben we al te vaak gehoord. Applaus komt er pas als een buitenlandse gast die haar sporen heeft verdiend in de aanpak van corruptie, fel opmerkt dat in Griekenland de „intimiteit” tussen politici en rechters veel te groot is. Pas nu de macht van de traditionele politieke partijen verkruimelt, durft een aantal openbare aanklagers zijn nek uit te steken.

Het is geen toeval dat corruptie een apart thema is in het debat over Europa. Dit is een van de fundamentele problemen. Strijd tegen corruptie is opgenomen in de lijst structurele hervormingen die bij het internationale steunpakket voor Griekenland horen. Maar economen, bestuurskundigen, diplomaten en een hele reeks ‘gewone’ Grieken in Athene komen tot dezelfde conclusie: in de gesprekken van de trojka van Europese Commissie, Europese Centrale Bank en Internationaal Monetair Fonds met de regering, ligt de nadruk veel te veel op de cijfertjes en te weinig op hervormingen.

De druk om de financiële doelstellingen te halen, met vaak pijnlijke bezuinigingen, was veel groter dan die om de ingrijpende structurele hervormingen door te voeren, zegt econoom Aristidis Hatzis. „In dat opzicht zijn de leden van de trojka kortzichtig geweest. Ze hebben voor de makkelijke oplossing gekozen. Echte structurele hervormingen stuiten op fel verzet, want veel mensen raken dan een stukje van hun macht kwijt. Maar de boodschap van de trojka was: als de cijfers maar weer wat op orde komen, praten we niet meer over hervormingen. Maar even goeie cijfers hebben betekent niets als je de oorzaak van de problemen niet oplost.”

De afspraken liggen er wel: liberalisering, stimuleren van de concurrentie in alle beroepsgroepen, van notarissen tot taxichauffeurs; aanpak van de corruptie; terugdringen van de bureaucratie. Ze kregen geen prioriteit, zegt bestuurskundige Panos Karkatsoulis. Hij houdt zich als consulent bezig met het beter laten functioneren van bureaucratie, maar constateert tot zijn ergernis dat elk plan hiervoor ontbreekt: vrij willekeurig worden er ambtenarenbanen geschrapt, zonder achterliggende visie.

Systeem aanpakken

De trojka laat zich voor de gek houden, zegt hij half schertsend. „De EU weet niet om te gaan met regeringen die diep in cliëntelistische netwerken zitten. Als je Griekenland gezond wil maken, moet je het hele systeem aanpakken.”

Hij geeft een voorbeeld. De trojka had uitgerekend dat een aantal structurele bezuinigingen 2,8 miljard euro aan besparingen zouden opleveren. Wat doet de regering, zegt Karkatsoulis: ze gaat nog meer ontslaan, gooit er nog een belastingverhoging tegenaan, om op die manier die 2,8 miljard te halen en de echte hervormingen voor zich uit te kunnen schuiven.

„De mensen die de problemen hebben veroorzaakt, zitten er nog steeds. Dat is het probleem”, zegt Karkatsoulis. Daarom kan de zogeheten Task Force, die Griekenland moet helpen zijn openbaar bestuur te verbeteren, in zijn ogen weinig resultaten boeken. „Ze komen aan ministers vragen wat ze nodig hebben. Maar hebben ze wel in de gaten aan wie ze dat vragen? Achter hun rug om wordt erom gelachen.”

Dit draait niet om het effect van harde bezuinigingen. De vraag is eerder of bezuinigingen en hervormingen wel gelijk oplopen. Er is op financieel gebied forse vooruitgang geboekt, al blijven de problemen groot (zie inzet). Sommige ministers krijgen van andere EU-lidstaten een voldoende voor hun bereidheid te hervormen.

De keiharde bezuinigingen en de pijn die deze met zich meebrengen, leiden in de samenleving tot radicalisering. Een radicaal-linkse partij en een neonazistische partij die een paar jaar terug samen nog geen vier procent van de stemmen haalden, staan nu in de peilingen op de eerste en de derde plaats. „Omdat Europa weinig pressie uitoefent op de regering, krijgen veel mensen het idee dat het één pot nat is met de Griekse kleptocratie”, zegt Karkatsoulis. „En dat is toch, neem ik aan, iets wat Europa zou willen vermijden.”