Goede kunst is helder

Een oude man en een jonge vrouw: zijn ouderdom bederft haar jeugd // Daarover gaat het Boekenweekgeschenk van Tommy Wieringa // En dat kan alleen slecht aflopen. Maar: „Ik hou er niet van om personages een loer te draaien

Eigenlijk wilde Tommy Wieringa een ander verhaal uitwerken, dat hij al jaren in portefeuille had voor als hem ooit gevraagd zou worden het Boekenweekgeschenk te schrijven. Maar het werden de oudere man en de jonge vrouw. De kiem van dat verhaal ligt al in 2007, toen hij in een column schreef: ‘Ze zullen niet samen oud worden, hij is het al, en zal, als de demografie haar algemene wetten toepast, niet lang genoeg leven om het haar te zien worden. Wat begon als overwinning is nu een ongelijke strijd. [...] Langzaam bederft zijn ouderdom haar jeugd.’ Onder die column staat: ‘Dit is een voorstudie. Al weet ik nog niet waarvoor.’

„Wijsheid vooraf”, zegt Wieringa. „Soms werk je aan boeken waarvan je niet weet dat je ze aan het schrijven bent.” In Een mooie jonge vrouw gaat het ook over een oude man en een jonge vrouw. Wat begint als idylle ontspoort vrijwel onmiddellijk.

„Een vriendin vertelde ooit dat ze ruzie had met haar geliefde. Hij was twintig jaar ouder. Ik vroeg: hoe gaat zo’n ruzie? Houdt hij in? Zij heeft nog een leven voor zich. Hij heeft vóórgeleefd, leent nu tijd. Zo is het begonnen. Ik snapte alles al, maar ik moest er nog een boek van maken om de tragiek in zijn geheel te zien.”

Zíj is gelijkmoedig en meedogenloos.

„Ik laat haar zien in de angst voor het huwelijk met deze eenzelvige man. Ze vreest dat ze in vriendelijkheid zullen verstarren, langzaam met ijskristallen begroeid raken. Zij leeft volgens een ijzeren plan. Ze vertegenwoordigt, sterker dan hij, een principe. Ze is een katalysator. Een stof die een scheikundige reactie mogelijk maakt en daarna onveranderd terugkeert.”

Zijn vrouwen zo?

„We moeten oppassen voor te grove generalisaties, maar in mijn leven is dat zo. Ik ben een paar keer in een situatie geweest waarin ik op mijn knieën moest, maar ik heb zelden gemerkt dat vergeving duurzaam geschonken werd. Aan de andere kant heeft deze man in zekere zin zijn eigen ongeluk gezocht. Hij heeft de consequenties van zijn begeerte niet overdacht. Dat is een te gekke eigenschap, maar niet per se verstandig.”

Je jaagt hem naar de ondergang.

„Het is geen schematische ondergang. Zijn omgang met proefdieren verandert. Hij ontdekt opnieuw dat hij een hart heeft. Empathie kun je leren – dat kan een boek doen, zowel met een lezer als met een personage. Hij loopt langs de afgrond. Eindigen op de camping, het treurigste wat iemand kan overkomen; hij heeft er leedvermaak over, maar weet nog niet dat hij er zelf een knipoog van verwijderd is, van dat noodlot.

„Toch open ik luikjes naar een mogelijke toekomst. De eerste keer dat hij daar wakker wordt – het is lang geleden dat hij wakker werd in de zon – ziet hij hoe spinnetjes webben weven tussen de grashalmen. Die kun je zien omdat er dauw op ligt. In al zijn ellende valt hem dat op. Het zijn kleine aanwijzingen dat er leven voor hem is na dit verhaal. Ik hou er niet van om personages een loer te draaien. Om ze uitsluitend in te richten op verlies.” Hij zoekt naar nog een beeld. „Ik wil ze niet te zuinig afstellen.”

Dit zijn de namen heeft iets van een parabel, al weet je niet precies waarvan. Bij zulke boeken denk je soms dat de auteur er een puzzel van heeft gemaakt, als een sudoku.

„Dat is de leesclubmethode. Het levert dan ook teleurstellingen op bij zulke avonden. Want veel dingen zijn niet ‘bedoeld’. Toch is veel literatuur wel zo in elkaar gestoken. Het meeste wat Harry Mulisch heeft geschreven, bijvoorbeeld – het denkzweet druipt eraf. Ik wil bij voorkeur verhalen schrijven die niet af zijn. Al is er natuurlijk wel een noodzakelijke strengheid, en daar mag juist geen rafel in zitten.

Een criticus noemde Dit zijn de namen mooischrijverij.

„Oei, ja... Binnen twee zinnetjes werd mijn leven gereduceerd tot mooischrijverij. Maar de taal dient volledig het verhaal. Het streven is toch altijd naar grotere helderheid. Uiteindelijk wil ik schrijven met de beknoptheid van een bankcheque, zoals Isaak Babel zei.”

Over Caesarion zei je dat je vond dat er in elke zin iets moest gebeuren. Nu niet meer? Zijn er zinnen die pas op de plaats maken?

„Er zijn zinnen die geen afzonderlijke nadruk nodig hebben. Schoonheid geeft een mooie zin niet per se reden van bestaan. Ik ben doelgerichter gaan schrijven. Je hoeft echt niet de omgeving of een uiterlijk te beschrijven. Twee, drie woorden zijn genoeg.”

Hoe abstract kan het zijn? Dit zijn de namen is Mondriaan bij zijn overgang van figuratief naar abstract. Een mooie jonge vrouw is een kleiner doek, en een ander penseel.

„Dat is een uitdagende vraag. Ik zou nu onmiddellijk iets willen proberen. Een verhaal schrijven als een klare-lijntekening, een object dat botst met een ander object, en dat dat alles was, en er toch een interessante conversatie van maken. Twee objecten in een sneeuwlandschap, bijna niets – je kunt het nauwelijks schrijven omdat je taal nodig hebt om het in te vervatten en daarmee betekenis, gewicht – maar daar droom ik van.

„Goede kunst is helder. Je moet heel veel dingen uit de troebelheid tevoorschijn schrijven. Dingen die je nog niet weet, alleen voorvoelt. Het begint met een zinnetje. Alles wat erom staat weglaten. En ruimte laten voor het ongelofelijk krachtige instrument van de verbeelding. Niet van mij, maar van degene die gaat lezen.

„Maar ik vind dat er ook wat te beleven moet zijn. Daar ontbreekt het in veel boeken aan, aan avontuur. Er gebeurt gewoon geen zak. Het gruwelijke avontuur van Dit zijn de namen kon ik niet op de Veluwe laten plaatsvinden. Niet in Nederland. Of ik had een soort post-apocalyptische ruimte moeten scheppen. Maar dan moet je eerst een bom laten vallen, en dat is gedoe. De apocalyps is gedoe. Don Quichot, Moby-Dick? Ruimte voor het avontuur!”

Boekenweekgeschenk 2014? Camping De Berekuil!

„Ander soort avontuur. Klein verhaal. 96 pagina’s. Binnen die ruimte past dit avontuur.”

    • Hans Steketee