Gaslek? Dat controleer je in India met lucifers

Correspondent Joeri Boom verbaast zich over de gewaagde werkwijze van Indiase elektriciens // Maar hun bezoekjes illustreren wel dat de overheid wérkt, zegt hij // Volgende maand is de ultieme test: dan wordt er gestemd

De bel gaat. Een man aan de deur laat een identificatiebewijs zien van de overheid en legt uit dat hij de veiligheid van de gasaansluiting komt controleren.

In Indiase stedelijke huishoudens wordt steeds meer gekookt op gecomprimeerd gas uit gasflessen die tegen een gesubsidieerde prijs worden geleverd door de staat. Gas is veel veiliger dan de aloude kerosinefornuisjes die nog worden gebruikt in dorpen en sloppenwijken. Die zijn zeer explosiegevaarlijk en scheiden giftige dampen af.

Gasman gaat aan het werk. Hij draagt geen uniform, maar een grauw overhemd met vlekken en een dunne bruine pantalon met een nylonglans. Uit zijn broekzak diept hij een pakje lucifers op. Hij opent de gasfles.

Twee jaar geleden, toen we ons met ons gezin vestigden in Delhi, zou ik desnoods met geweld verhinderd hebben dat Gasman gaat doen waarvan ik vrijwel zeker ben dat het gaat gebeuren: met een vlammetje checken of er gas lekt. Inmiddels heb ik echter zo vaak met verbazing gadegeslagen hoe Indiase timmerlieden, loodgieters en elektriciens met succesvolle methodes op de proppen komen die in de ogen van een westerling compleet geschift zijn, dat ik hem laat begaan. Ik maan huishoudster Rajwanti de keuken te verlaten, wat ze giechelend doet. Ik blijf staan.

Gasman strijkt een lucifer af en houdt die bij de aansluiting van de gasfles. Er gebeurt niets. Hij leidt het vlammetje langs de slang die naar het fornuis loopt. De lucifer is opgebrand, hij strijkt een nieuwe af, steekt de kookpitten aan en houdt het vlammetje vervolgens onder de knoppen van het fornuis. Uit twee daarvan slaat een fikse steekvlam die Gasman met een vakkundige wapperbeweging dooft. „Uw fornuisknoppen lekken, sahib. U moet ze laten vervangen.” Ik dank hem hartelijk voor de controle en doe hem met wankele benen uitgeleide.

Rajwanti lacht als ze de zweetdruppeltjes op mijn voorhoofd ziet. „Ze hebben ook bij mij thuis gecontroleerd met een lucifer. Ze komen elk jaar, bij iedereen met een gasaansluiting.” Bij het vorige bezoek was ik op reis, vertelt ze.

Permanente volkstelling

De subsidie op kerosine is opgeheven, waardoor in heel India tientallen miljoenen huishoudens overschakelen op goedkoper en veiliger gas, met elk jaar een controle aan huis. De overheid houdt nauwkeurig bij wie waar woont. Tijdens onze eerste weken in Delhi kwam een gesluierde mevrouw aan de deur met een kindje op haar arm. In haar vrije hand hield ze een klembord met een adressenlijst. Ze was bezig gegevens te verzamelen voor de census – de volkstelling die permanent gaande is in dit enorme land. Die helpt bij de gascontroles, maar ook bij het bestrijden van de armoede middels grootscheepse subsidieprogramma’s voor met name voedsel en onderwijs. Wat dat betreft dopt India al jaren zijn eigen boontjes en wijst het westerse ontwikkelingshulp van de hand.

Natuurlijk, er zijn veel voorbeelden van overheidsfalen. Er worden nog altijd veel te weinig toiletten aangelegd; veel infrastructurele projecten lopen vast in bureaucratie; verscheidene overheidsorganen zijn bolwerken van corruptie. Het is een hels karwei om een land te besturen met een bevolking van 1240 miljoen mensen – een statenunie met tweeënhalf keer de bevolking van de EU, samengepakt op slechts driekwart van de EU-oppervlakte.

Binnenkort heeft India de kans de wereld zijn organisatietalent te tonen. Afgelopen week werden de data bekendgemaakt waarop de parlementsverkiezingen worden gehouden. Van 7 april tot en met 14 mei wordt in negen fasen gestemd. In 930 duizend stemlokalen kunnen ruim 814 miljoen kiesgerechtigden terecht. Hier geen gasman met een vlammetje. Bij de reusachtige verkiezingsoperatie zet de overheid ruim 1.8 miljoen stemcomputers in.

    • Joeri Boom