Europa is een geografische benaming, vergeet die culturele gemeenschap

Goethes Faust

Met de klok mee: Europa in de Atlas Maior (1662) van Joan Blaeu; Hildegard van Bingen ontvangt goddelijke inspiratie, 20ste-eeuwse kopie van de Rupertsberger Codex (vóór 1179); Coco Chanel in 1936; Vaas met Europa en de stier (detail) ca. 480 v. Chr.; ‘Voyage au centre de la Terre’ (1864) van Jules Verne beeld Uit besproken boekillustratie Irene Linders

Door de eurocrisis en de falende EU denken velen bij het begrip ‘Europa’ aan ‘onoverbrugbare tegenstellingen’, aldus Pieter Steinz in de inleiding van Made in Europe. Maar er is ‘genoeg moois dat ons bindt’, stelt hij. Er is ‘genoeg pan-Europees cultuurgoed waarop alle Europeanen trots kunnen zijn’. Vervolgens voert Steinz de lezer langs Faust en Goethe, langs de kathedraal, langs Wagner – kortom, een bonte verzameling zaken en mensen die uit Europa voortkomen, en die de bewoners van het continent volgens hem ‘verbinden’.

Het enthousiasme van de auteur voor zijn onderwerp spat van elke pagina. De rijke illustraties versterken de leespret, waardoor Made in Europe een ideale introductie is in de wereld van de kunsten. Maar dat die zaken de 500 miljoen inwoners van de Eurazische delta ook ‘verbinden’ – de hoofdstelling van het boek – overtuigt niet. Allereerst omdat de meeste van de besproken onderwerpen geen algemene bekendheid genieten. Ja, van Goethe hebben we allemaal wel eens gehoord. Maar slechts weinigen zullen zich door Faust I en II hebben heengeworsteld. Hoe zou dit werk ons dan kunnen ‘verbinden’? Ten tweede omdat de opgevoerde cultuurproducten – voorzover we ze kennen – vaak voorwerp zijn van strijd. Orthodoxe katholieken bezien een kathedraal echt heel anders dan seculiere cultuurliefhebbers of sobere protestanten. Wagner is ronduit omstreden.

Nog problematischer wordt het, wanneer we ons afvragen wat die uit Europa voortkomende zaken eigenlijk zeggen over ‘Europa’. Is ‘Europees’ voor Steinz méér dan slechts geografische oorsprong? Blijkbaar: het ‘bindt’ ons immers. Maar waarom zouden Coetzee, Murakami of Hemingway niet net zo bepalend zijn voor ons als Goethe? En, omgekeerd, waarom zou Faust in Canada minder aanspreken dan hier?

In de 19de eeuw werd wel beweerd dat het Faust-motief de beslissende karaktereigenschap van de Europeaan blootlegde – de Avondlandse honger naar eindeloze kennis deed ons een uniek pad inslaan dat ons samenbond en onderscheidde van de rest van de wereld. Het afgelopen jaar kreeg ik de kans om te reizen naar India, de Verenigde Staten, Brazilië en China. Van tevoren werd me gezegd – in lijn met die romantische, 19de-eeuwse opvatting – dat je vanuit verre oorden ziet hoeveel Europeanen met elkaar gemeen hebben.

Mij viel het tegenovergestelde op. De nationale geschiedenissen, talen, culturen en belangen zijn veel bepalender voor de relaties met de buitenwacht dan Faust of welke andere ‘Europese’ schepping dan ook. Portugal heeft meer met Brazilië dan met Servië. Servië heeft meer met Rusland dan met Engeland. Engeland heeft meer met India dan met Bulgarije. Europa is een geografische aanduiding: er bestaat kunst uit Europa, maar die is niet wezenlijk anders dan niet-Europese kunst.

Made in Europe is een genot om te lezen, maar de gedachte dat het gebied van de Oeral tot Andalusië, van Noorwegen tot West-Turkije door Faust, of door enig ander cultuurproduct waar we met z’n allen ‘trots op mogen zijn’, zoals Steinz schrijft, zou worden ‘verbonden’ en zich beslissend zou onderscheiden van de rest van de wereld, houdt geen stand.

    • Thierry Baudet