Een knappe oude vrouwenhater

Tommy Wieringa schreef een voorbeeldige novelle // Maar er ontbreekt iets // Hoe levensecht de mannelijke hoofdpersoon ook is, de vrouw blijft onbegrijpelijk

Tommy Wieringa een mooischrijver? Helemaal uit de lucht gegrepen was die klacht niet: Wieringa houdt van gladde, lekkere zinnen en verhalen. In zijn Boekenweekgeschenk Een mooie jonge vrouw schrijft hij: ‘Het groen had zich gesloten boven hun hoofden, door de bladerkronen schoten pijltjes prismatisch licht. Hij roeide geruisloos. Waar de roeispanen in het water verdwenen, ontstonden zijdeachtige kolkingen van zwart en zilver.’

Is dat kitsch? Want gepolijste taal wordt pas overgepolijst als de inhoud erbij achterblijft, als er geen reden is voor de opsmuk. Hier is die er wel. Een 42-jarige viroloog is erin geslaagd om een beeldschone 28-jarige blondine mee uit roeien te nemen. Edward was al de eerste keer dat hij Ruth (vooral: haar kont) zag bevangen door haar schoonheid.

Op het hyperromantische roeiuitje verleidt hij haar met een perfecte picknick – een man die weet wat vrouwen willen. Ze doen het op een bed van gras en mos onder het bladerdak. De pijltjes prismatisch licht waren functioneel: om te tonen hoe heerlijk-romantisch deze beginnende liefde is.

Hij begrijpt niets van haar

Dat die liefde hem binnen het korte bestek van een Boekenweekgeschenk wel naar de ondergang zal voeren, laat zich raden. Wieringa wikkelt zijn verhaal soepel af: de politieke verschillen van inzicht, de hatelijke schoonvader, het huwelijk, de huilbaby en het overspel: Een mooie jonge vrouw is een voorbeeldige novelle, strak van tempo, met sterke scènes en een alleszins geloofwaardig portret van de man in kwestie.

Bovendien laat Wieringa zien dat hij zijn pen niet in de strooppot hoeft te dopen om goed te schrijven. Wanneer Ruth op het eerste tochtje even in een boomgaard is verdwenen, terugkeert en hem kust ‘heeft hij het verwarrende gevoel dat ze het bos is ingegaan om te overleggen met soortgenoten, nimfen zoals zij’. En tijdens het voorspel tot een huiselijke ruzie: ‘Ze schopte haar schoenen uit, wat onder de gegeven omstandigheden iets onheilspellends had.’

Niet toevallig wordt in die beide gevallen het onbegrip van Edward gefixeerd, want als één ding duidelijk wordt uit Een mooie jonge vrouw, is het dat de hoofdpersoon maar heel weinig van zijn mooie jonge vrouw begrijpt. Hij weet hoe hij haar moet veroveren, dat wel, maar verder?

De liefde van een seksist

Zijn liefde is er in de eerste plaats een voor haar schoonheid en die maakt machteloos. Liefde is in dit boek eenrichtingsverkeer. Uiteindelijk is er geen wezenlijk verschil tussen de affectie van Edward voor zijn echtgenote en die voor de kip, die hij als kind redde uit een legbatterij. Ergens tussen de kip en een kunstvoorwerp, daar vinden wij de vrouw. Veelzeggend zijn wat dat betreft de discussies tussen Ruth en Edward over de vraag of dieren gevoel hebben en kunnen lijden.

De liefde voor een mooie jonge vrouw is ook de liefde voor een vrouw waarmee je als man graag gezien wil worden. Zo is Edward meer een vrouwenveroveraar dan een vrouwenliefhebber. Al vroeg zet Wieringa het seksisme van Edward in het volle licht: ‘Intelligente, schitterende vrouwen, maar het leek of schoonheid en intelligentie in een en hetzelfde wezen een diepe innerlijke gespletenheid veroorzaakten. Het duurde altijd even voor je het zag, maar daarna kon je het nooit meer niet zien. De literatuur hield ervan zulke vrouwen voor te stellen als tragische heldinnen, maar wanneer hij over hen las, gunde hij ze eigenlijk vooral een straf regime van psychofarmaca.’

Zo bezien had dit Boekenweekgeschenk ook best Een knappe oude vrouwenhater kunnen heten.

Maar waar blijft zij?

Toch ontbreekt er iets aan Een mooie jonge vrouw en dat is nu precies die mooie jonge vrouw. Want doordat het verhaal zich zo op de man concentreert, verdwijnt een van de andere thema’s langzaam uit zicht: de uitwerking van het leeftijdsverschil tussen de geliefden. Tweemaal schrijft Wieringa: ‘Hij werd niet jonger van haar, zij werd ouder van hem.’ Haarscherp geformuleerd, maar helaas een kwestie van ‘tell, don’t show’. Natuurlijk wordt Ruth ouder, maar van een wisselwerking met Edward, laat staan met zijn leeftijd, is geen sprake. Voor hem verandert zij van een onbegrijpelijke twintiger in een onbegrijpelijke dertiger: eerst een mokkel, dan een moeder, maar altijd een object: van verlangen, van verovering, weerzin en verwarring.

Wieringa slaagt er niet in om in Een mooie jonge vrouw veel méér te tonen dan de beperkte blik van zijn hoofdpersoon en dat heeft iets onbevredigends. Al was dat misschien niet opgevallen als Wieringa in de voorgeschreven 94 pagina’s de man uit zijn boek niet zo levensecht en overtuigend had geportretteerd. Waarbij hij, zeker als Edward eenmaal richting duisternis marcheert, laat zien dat hij zijn metaforen sterk en sober kan houden: ‘Zondag lag voor hem als een steile klim.’ Op maandag zou alles instorten.

    • Arjen Fortuin