De Nederlandse Borgen, maar dan over de PVV

Morgen begint op tv een driedelige politieke thriller // Net als echt is gebeurd, infiltreert een journaliste bij een populistische partij // De setting is goed getroffen, maar benadert de tv-serie de realiteit?

In De Deal ontdekt een jonge journaliste duistere intriges op het kantoor van de populistische Vrijheidspartij.

Het is gebeurd, in 2009. Een stagiaire van HP/DeTijd ging undercover bij de PVV van Geert Wilders. Vier maanden lang. Ze hielp de PVV als persoonlijk medewerker van Kamerlid Raymond de Roon. Hij had geen argwaan en zij kon, als een vlieg aan de muur, de PVV-fractie van binnenuit beschrijven.

Goud! Zou je zeggen. De PVV is immers vrij gesloten, zeker toen. Bovendien is de partij relevant: veel stemmen, controversiële standpunten. De uitspraken van de leider zorgen tot ver over de grens voor beroering. Er was echter één probleem: de stagiaire maakte niets spectaculairs mee.

Toch bood ze PVV-watchers wel interessant materiaal, juist door alle alledaagsheid en landerigheid die zij noteerde. Zo bleek Van Roon een parlementariër die rustig zijn werk deed, plichtsgetrouw en met aandacht voor de inhoudelijke behandelingen van wetsvoorstellen. Van een partij met geheime geldschieters, internationale contacten in rechts-radicale kringen en schaamteloos racistische retoriek (herinner de ‘kopvoddentaks’), mag dat onthullend heten. Het mooiste citaat dat Karen Geurtsen, want zo heette de stagiaire, uit De Roons mond had weten op te tekenen: „Wij praten hier intern misschien wel genuanceerd over zaken, maar niet naar buiten toe. Dan valt iedereen in slaap, journalisten als eersten. Snap je?”

Ze vloekten en tierden dus niet

Met andere woorden: het idee moet op de helling dat politici voor de schermen mooi weer spelen en nooit het achterste van hun tong laten zien, terwijl ze achter de schermen vloekend en tierend de waarheid zeggen en keiharde machtspolitiek bedrijven. Bij de PVV, de meest succesvolle nieuwkomer in de Haagse politiek, bleek het andersom: achter de schermen wordt genuanceerder gesproken dan ervoor. Welbewust.

Interessante ontwikkeling, voor politicologen. Maar het leverde wel duffe verslagen op; HP/DeTijd smeerde die paar maanden van de stagiaire ten onrechte uit tot maar liefst vier afleveringen. En later nog een boek.

Wat hadden critici van die afleveringen dan gewild? Intrige natuurlijk. De waarheid achter de financiering van de partij, de omgang met dissidenten, een cynische kijk op de eigen kiezer, dat soort dingen.

Zij komen aan hun trekken in de driedelige serie die de VARA vanaf morgen uitzendt: De Deal. In opdracht van een oudere journalist van dagblad Het Volk infiltreert de jonge journaliste Fenna (Carolien Spoor) in de populistische Vrijheidspartij. Ze werkt voor Kamerlid Witteveen. Anders dan bij Geurtsen gaat Fenna’s leven overhoop. Geholpen door een hackend vriendje komt ze ook nogal wat op het spoor: een aanslag, in scène gezette dodelijke ongelukken, chantage, scrupuleuze AIVD’ers, een invalide Amerikaanse financier.

In De Deal heeft ongebreidelde machtshonger spectaculaire gevolgen. Jammer is wel dat de serie het ook voornamelijk van die gebeurtenissen moet hebben. Interessante dialogen zijn er nauwelijks en het scenario biedt geen kansen tot identificatie met de personages, hoewel Jacob Derwig een mooie en geloofwaardige evenknie van Wilders neerzet zonder Wilders te imiteren.

De landerigheid en het alledaagse uit de stukken van Geurtsen missen in de serie. En niemand lacht, ooit. Iedere zin is een thrillerzin. De scenarioschrijvers en regisseur zijn vergeten dat een klap extra hard aankomt na een zoen of een lach.

Ja, zo zien ze er in het echt uit

Dat maakt het plot niet minder sterk. Bovendien is de setting goed getroffen. Het kantoor van de PVV-fractie heeft inderdaad veel weg van de gangpaden en werkruimtes die deze fractie bezet in het Tweede Kamercomplex: dezelfde types (vooral de dames) in dezelfde kleding en ambiance.

Die realistische setting was wellicht aanleiding voor de VARA om de serie te brengen, in hun promotiemateriaal, als een politieke thriller „op het snijvlak van politiek en journalistiek” en „op de grens van feit en fictie”. Een van de twee scenarioschrijvers, Alma Popeyus, licht toe: „Het moest realistisch zijn, een beetje zoals in de Deense politieke serie Borgen. Om daarna te laten zien wat gebeurd had kunnen zijn.” Dat journalisten als Geurtsen maar een tipje van de sluier hebben opgelicht, daar is Popeyus van overtuigd.

Een ‘wat als-geschiedenis’ dus.

Die claim, op werkelijkheid-in-potentie, is kras. Het betekent dat Wilders met een knik van zijn hoofd vermeende afvalligen kan laten afmaken. Dat hij zijn contacten bij de CIA voor zich kan laten werken. En dat de AIVD, de binnenlandse veiligheidsdienst, potentiële vijanden van de premier zonder pardon opruimt.

Het is een mooi uitgangspunt voor een thriller: wat als een bij de PVV infiltrerende journaliste wel schokkend en spannend materiaal had weten te leveren? Maar om daaraan de pretentie van potentiële waarheid te koppelen, is een tikje potsierlijk. Zoiets noopt tot herwaardering van die vier te lange, tikje saaie afleveringen van Karen Geurtsen in HP/DeTijd.

    • Pieter van Os