Cruisen op de Witte Zee: op het dek in rode broek joggen met een vrindje

illustratie irene linders

Er zijn vier soorten reizigers. Je hebt er die een fotoboek kopen waar foto’s van dennenbomen in staan zodat ze zich in Finland wanen. Dat is de rustige, fantasierijke reiziger. Daarnaast is er het type dat nooit de eindbestemming haalt. Dat zijn de echte globetrotters die een land ontdekken, want ‘bij reizen gaat het niet om de eindbestemming, maar om de reis daarnaartoe. De eindbestemming is gewoon een excuus om een reis te maken, maar echt geslaagd is de reis pas als je die eindbestemming nooit bereikt.’ De tweede is het ideale reistype, volgens Jelle Brandt Corstius. Hij geeft voorbeelden van hoe hij zelf zijn eindbestemming niet haalde en welke voordelen hem dat bood. Er blijken twee soorten te zijn die niet bepaald ideaal zijn:

De eerste is de reiziger die thuis alles tot in de puntjes heeft voorbereid. Hij is sneu, maar ongevaarlijk. Het hotel, alle kerkjes en marktjes staan op zijn lijstje om af te vinken. Het land zelf ziet hij niet.

Het laagste soort is volgens Brandt Corstius de bejaarde op een cruise. Die is rijk, zeurt, gunt de gehandicapte medemens de plek op de voorste rij niet bij een lezing, vraagt of je de ‘column van Bas Heijne al gelezen hebt,’ kijkt naar Zomergasten, is gefrustreerd omdat hij nooit is afgestudeerd en compenseert dat ‘met citaten, liefst van Franse filosofen.’

Jelle Brandt Corstius haat deze mensen en dat werd er na vier dagen met ze opgescheept te zijn niet minder op, zo blijkt uit zijn Boekenweekessay Arctisch dagboek. Het is een geestig boekje. Vooral omdat dit essay – voor de Boekenweek met het thema reizen – gaat over iemand die tijdens een cruise zijn hut niet meer uit durft uit angst op bejaarden te stuiten. Op de Witte Zee zit hij in een hut zonder patrijspoort zodat hij niets anders kan doen dan op een scherm zien waar hij vaart.

Merkwaardig is het ook: Brandt Corstius vaart mee op dat schip om drie lezingen te geven aan een groep reizigers die betaald heeft voor die reis. Enkele sociale verplichtingen horen daar dan bij, zoals het aanhoren van verhalen van de medepassagiers, gezamenlijk eten en lezingen met ‘inhoud’ geven. Want aan inhoud ontbreekt het volgens de reizigers: Brandt Corstius onderschat het niveau van zijn passagiers, aldus een man in rode broek.

Een voor een sabelt Brandt Corstius de passagiers neer: ze denken dat ze avontuurlijk zijn daar op die Witte Zee, maar in feite zijn ze juist ingeslapen of angstig, zeker wanneer het stormt. Ze worden gedropt bij voorspelbare toeristenattracties. Ze zien dus niks dat ertoe doet en vinden zichzelf heel wat, meent Brandt Corstius. En dat terwijl hun verhalen oninteressant zijn, ze slecht luisteren, praten over een ‘vrindje’ in plaats van kennis. Ze zien joggen op het bovendek als nuttige tijdbesteding : ‘een vrouw komt met een astronomische 1 kilometer per uur aansuizen.’ Elders kijkt Brandt Corstius gniffelend toe hoe enkele bejaarden struikelen over een opstapje.

Varen met een bejaardencruise blijkt zo’n beetje gelijk te staan aan de hel, Brandt Corstius krijgt er heimwee van. Tot verrassende nieuwe inzichten leidt dat niet en ik had best meer over de reiziger zonder eindbestemming willen lezen. Want, bejaarden afzeiken terwijl je er wel je geld mee verdient: daar maak je geen vrindjes mee.

    • Toef Jaeger